Ondertussen in Istanbul
Meneer bezoekt een congres en vult zijn dagen met verveeld luisteren naar slecht uitgevoerde praatjes van moeizaam Engels sprekende wereldgenoten.
Maar als hij even naar buiten stapt zijn daar de straatverkopers van Istanbul, met hun broodjes, maiskolven, olijven en gepofte kastanjes. Meneer heeft zich tot doel gesteld elke type straatvoedsel tot zich te nemen.
Meer wilde asperges
Meneer heeft hij de wilde asperges door. De wilde asperge kent geen geheimen meer voor hem. Hij doorziet zijn diepste zijn. Hij heeft hem in de smiezen. Asperges? Een open boek!
Wat heeft hij geleerd over de wilde asperge (door door de natuur te struinen hé, geheel google-loos!)
- Op het Spaanse landgoed van de Wateetonsjes komen plenty asperge planten voor, maar
- het lijkt een beetje te laat voor eetbare wilde asperges, de meeste zijn al doorgeschoten
- Volgroeide aspergeplanten zien er in het geheel niet uit als asperges, maar een beetje als dennetakken. Met naalden en scherpe stekels. Dat maakt dat ze in eerste instantie lastig te vinden zijn.
- Aspergeplanten houden van schaduwrijke plekken
Wilde asperge(s)
Uit meerdere bronnen had meneer begrepen dat er in de Spaanse lente wilde asperges te vinden zouden zijn. Tijd voor een wildplukavontuur. Na drie dagen speuren onder olijfbomen, naast olijfbomen, tussen gras, onder struiken, op bergkammen, in ravijnen, in de schaduw en in de volle zon vond hij wat hij zocht.
Een asperge!
De volgende dag ontdekte hij dat hij in zijn zoektocht een essentiele plek had overgeslagen, waar de asperges talrijk bleken: het koelvak van de supermarkt.
Best ok
Ach, de Duitse daden zijn vergeven en vergeten. Wat herstelbetalingen en we doen nergens meer moeilijk over. Meneer en mevrouw zitten inmiddels lang en breed in Spanje. Het bleek aldaar ook nog eens teringweer geweest te zijn dus dat maakt hun Duitse omweg ook weer iets minder erg. En toen zij, vers uit het vliegtuig, werden verwelkomd met een 30 jaar oud flesje Niepoort Port van €150 en een zalig geitenkaasje (van €2,50) was de vakantie echt begonnen.
Stuck in Kevelaer, Duitsland
Meneer en mevrouw probeerden er maar het beste van te maken. Best een mooie omgeving, eigenlijk. En lekker weer. De schnitzels smaakten ook prima. En wijn in een moeselglas, waar vind je dat nog? Na twee exemplaren daarvan (á 0,2 liter) zagen de Wateetonsjes het leven al weer wat rooskleuriger in. Dochter Wateetons, met nog maar weinig vlieguren maar wel veel ervaring met het missen van de bus, deed ook alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Ze mocht bij papa en mama Wateetons op de kamer slapen, in een groot bed. Daar kan geen enkel Zuid-europees land tegenop.
‘s Ochtends aten de Wateetonsjes een fijn Duits ontbijtje, met kraakverse harde broodjes, zuur brood, en een keur aan heerlijke vleeswaren. De zon scheen weer, over het Duitse land en in hun beider hartjes.
Van Spaanse schnitzels en dingen die gemist worden
Vliegen vanuit Weeze is, de diesel en parkeerkosten meegerekend, beduidend goedkoper dan vanuit Schiphol. Dus reden de Wateetonsjes op vrijdagmiddag goedgemutst met de Wateetons mobiel (22 juni wordt zij 30) richting het Duitse. Lekker zonnetje, dakraampje open, schlagers zingen, u kent het wel. En in de file staan, dat kent u ook wel. Láng in de file staan, eigenlijk. Na de eerste veertien kilometer file was het met schlagers zingen wel een beetje gedaan. Negen kilometer verder klemden de handen zich bezweet om het stuur. Babbelen was vervallen tot het uitdelen van sneren. Naarstig werd op Tomtom naar niet bestaande alternatieve routes gezocht. Het laatste stuk werd het uiterste gevergd van ons geliefde vervoermiddel, met 135 km/u (haar topsnelheid) brulde zij over Gott’s wegen. Het mocht niet baten, vijf minuten voor het vertrek van het vliegtuig kwamen zij in de vertrekhal aan. Zo dichtbij en toch zo ver weg. Binnen negen minuten moest beslist worden: 22 uur rijden of twee dagen wachten. Meneer en mevrouw kozen voor het laatste.
‘s Avonds in het hotelrestaurant zaten zij verdwaasd achter hun bord. Geen boquerones fritos, maar Jägerschnitzel. Geen Rioja, maar Liebfraumilch. Geen ibérico, maar Schinken. Geen vreugd, maar droefenis.
We gaan naar Spanje en nemen mee
Een mailtje vandaag van onze gastvrouw in het Spaanse: of we een pak Senseo Dark Roast willen meenemen.
Tja.
Tips?
Meneer, mevrouw en dochter Wateetons gaan over twee daagjes weer eens naar Spanje. Het zuiden, de buurt van Malaga, in de bergen.
Heeft u nog culinaire tips?
Ah, shit & Ah, auw.
Meneer probeerde hem nog op te vangen, eerst met zijn hand en daarna met zijn voet. Maar de zwaartekracht was onverbiddelijk. Een knal, een rode plas, en een vloek (‘potverrepillepap’), want meneer’s acrobatische vangtoeren maakte dat hij vol met zijn hiel in het verse glas/wijn mengsel belandde. Zijn vloek betrof ook het lot van de wijn. Een prachtige Lopez Cristobal Tinto Crianza 2004, een cadeau voor de verjaardag van mevrouw van vrienden die deze wijn als ‘hun ontdekking van het jaar’ hadden gepresenteerd. Na een droevige mevrouw gewezen te hebben op het lot van haar cadeau (en de hiel van haar lief) toog meneer aan het opruimwerk. Zo snel als zo’n fles leeggedronken is, zo lang duurt het om hem van de vloer te dweilen. Op zijn knieen greep het verliesverdriet hem pas echt bij de keel: de geur die opsteeg van de keukenvloer was verrukkelijk.


