Wauw, wauw en wauw
Periodiek informeer ik u over de toestand in de Wateetons berging annex rijpingsruimte. Zo ook vandaag. Daar hangt namelijk al drie-en-een-halve maand ongestoord een ham te rijpen. De bil van het meest beschreven varken ooit. Vandaag kreeg meneer het op zijn heupen en nam het gezellige pakketje mee naar casa Wateetons.
Laat ik u even in herinnering brengen hoe de ham er in ging: klik
En zo kwam hij er uit:
Ingesnoerd door de touwen. Verkleurd (door de peperkorrels) en met hier en daar een plekje oppervlakkige schimmel. Erg appetijtelijk zag het er niet uit. Maar meneer wat allang blij dat het geen krioelende massa maden betrof.
Spannend moment 2: het aansnijden:
Hoe cool! Het zag eruit als… ham!
Spannend moment 3: het proeven. Het eerst wat meneer dacht was: “Dat is waar ook, ik had hem gerookt.” Dat was goed te merken. De rooksmaak was tot diep in het vlees doorgedrongen. Toen dacht meneer: “Best lekker!” Zoutgehalte perfect, mondgevoel en soepelheid ronduit geweldig. Geen spoortje van uitdroging of taaiheid. Maar, jong. Te jong voor de verkoop. De rijke gerijpte hamsmaak moest zich nog wat verder ontwikkelen. Dat mag gelukkig ook, na drie maanden. Tenslotte dacht meneer: “Meneer Wateetons, wat bent toch een coole dude.”
oh-my-god
U weet het, meneer winkelt bij de LIDL, dus hij is wel wat gewend. Desondanks blijkt er een dieper dieptepunt te bestaan dan de kartonnen literpakken Schlöbberwein van de Duitse slavendrijver. Mijlen dieper. Meneer vond het bij ‘de Chinees’. Het was een cadeatje van de uitbater, omdat ons gezelschap iets te vieren had (het afstuderen met een 9,5 van zuster Wateetons junior, tussen twee haakjes). Meneer, de wijnkenner (sic) van het gezelschap, kreeg de fles in handen gedrukt.
Great China Wall. White wine. Sweet. Dat beloofde wat.
De achterkant beloofde nog veel meer: Gearomatiseerde drank op basis van wijn uit verschillende landen van de EU. Gearomatiseerde drank!?
De neus was ronduit bedorven. Een uiterst onaangenaam geurtje kwam er van de kurk en uit de flessenhals. Toen een voorzichtig slokje.
Oh
My
God
Een fles suikerstroop. Een hap honing uit 1952. Een liter gesmolten sinas-split. Cola zonder prik. Onaangemaakte grenadine. Papperige suikerspinresten in een prullenbak op de Dam.
De enige manier om de Great China smaak uit zijn mond en herinnering te krijgen bleek het nuttigen van drie literpakken Slöbberwein. Toen ging het wel weer.
Wildplukken
Meneer zapte per ongeluk langs Vroege Vogels. Daar werden net de laatste seconden getoond van een reportage over wildplukken. C’est trés cool!
Meneer maakte indruk
Zijn eerste culinaire schreden zette meneer in restaurant De Noordmolen in Schiedam. De hoogste molen ter wereld, mag hij daar graag aan toevoegen. Zo ook nu: de hoogste molen ter wereld! Hij was 17 en afwasser. De culinaire schreden betroffen dan ook eigenlijk niet veel meer dan met een schuin oog de handelingen van de koks afkijken en de hele avond gebakken aardappeltjes eten. En afwassen dus.
Desondanks mag ik graag denken dat mijn liefde voor koken daar extra stimulans heeft gekregen.
Vorige week keerde meneer terug naar de Noordmolen (de hoogste molen ter wereld!). Het waren de Nationale Molendagen, het jaarlijks hoogtepunt in meneer’s leven, en hij was in de buurt. En wat bleek: meneer’s afwaskwaliteiten hadden een onuitwisbare indruk gemaakt op nog immer in het restaurant werkzame koks. Zeventien jaar na data kon men meneer nog uitstekend herinneren. Kok na kok kwam uit de keuken om de verloren afwas zoon te aanschouwen. Meneer’s hart glom van narcistische trots.
Thuis trok hij de stekker uit de vaatwasser, greep afwaskwast en theedoek en waste en droogde tot diep in de nacht.
Meneer proeft zijn ingelegde paprika’s
Lang voordat meneer zich Wateetons ging noemen kookte hij al. Voedingsmiddelen, onder andere. En eten. Op een mooie zomerdag in 2005 kocht hij een kilootje paprika’s en maakte deze in. Geen idee meer hoe, maar het zal iets met azijn, suiker en kruiden geweest zijn.
In de volgende maanden gaf zo hier en daar een potje van het gevarieerd gekleurde goedje weg aan jubilerende vrienden. Meestal ontdekte hij de vrucht van zijn pan dan de volgende verjaardag ongeopend achterin een voorraadkast. Éen potje bewaarde hij zelf, achterin zijn voorraadkast. Tot hij gisteren, na bijna drie jaar, plots de geest kreeg.
En wat bleek: niet te vreten. Veel te veel suiker.
Misschien moet meneer voortaan zijn maaksels eerst proberen voor hij ze weggeeft.


