Ovengedroogde tomaten: rampspoed en wanhoop
Ooit maakte meneer zongedroogde tomaten. In de oven. Dat was een mislukking, of in ieder geval geen succes. Na zes uur drogen waren de tomaten verre van droog. Maar tegen die tijd was meneer het wel een beetje zat om steeds de timer van de oven in de gaten te houden.
Maar u kent meneer, hij geeft niet op. Al volgt poging twee of drie soms pas anderhalf jaar na het initiële experiment. Zo lang had hij er namelijk voor nodig om uit te vinden hoe hij de timer van de oven kon foppen zodat deze niet na twee uur af zou slaan om daarmee meneer te verplichten in de buurt te blijven. Om zijn groot technisch inzicht wordt meneer zelden geprezen. Hij moet het meer hebben van rollende biceps en een gulle lach. Enfin, hij pakte wat tape, plakte zijn timertje overdadig vast en ging in de tuin zijn biceps oliën.
Na twee uur klonk er een verdachte *pling*. Meneer’s oventimer bleek ook niet geheel vrij van rollende biceps en had alle plakband los weten te rukken. U, oh beste lezer, had dat haarfijn in de gaten. Waarvan akte. Repsect.
Maar, al draait de timer nog zo snel, een meter ductape achterhaalt hem wel. Er kwam een rustgevende stilte over huize Wateetons. Slechts het ruisen van de ventilator was hoorbaar.
Achttien hele uren lang.
En toen, toen meneer na een dag en een nacht ‘s ochtends verlangend en hongerig de oven in keek, vond hij toen gedroogde tomaten?
Nope.
De tomaten waren ongeveer de helft in gewicht afgenomen, maar dat is lang niet genoeg. Het waren halfzachte, een beetje moesige gerimpelde omaatjes waarbij zich op het snijvlak, zo leek het althans, tijdens het drogen een ondoordringbare laag had ontwikkeld. Daardoor bleef er heel veel vocht binnen.
Fail dus. Alweer. Meneer werd er een beetje verdrietig van. En moedeloos. Weg is al dagen de fonkeling in zij ogen, en zelfs zijn biceps glimmen mat en rollen futloos. In zijn nood wendt hij zich tot u, waarde lezer. Help hem. Hoe maakt hij goede zongedroogde tomaten?
(en een extra fail voor de liefhebber: de ductape heeft vrijwel alle tijdsaanduidingen van meneer’s oven afgetrokken)
Coppa ’till I droppa
‘T zal weer eens niet waar zijn. Er hing er nóg één, in meneers berging: een coppa. Gemaakt van een schouderrollade. Eerder maakte meneer er een van varkensnek. Dat mag gelukkig, van de coppa-politie. Coppa wordt namelijk wel van beide gemaakt. Sterker nog, capicola, het andere woord voor coppa komt van capo—hoofd en collo— nek. (Denkt u overigens vooral niet dat meneer dat al wist toen hij zijn schouderstuk in het zout legde, hij is meer een doener dan een planner. En soms valt dat achteraf beschouwd goed uit.)
De coppa bestaande uit stukken varkensnek was niet zo goed bevallen. Het werd geen compacte massa vlees en zag er in het geheel niet uit als een echte coppa. En die onzin met paprikapoeder, daar doen we ook niet meer aan. Dat schijnt een Amerikaanse versie van coppa te zijn, die zelfs officieel gekookt dient te worden. The horror. Meneer besloot zijn vlees voortaan gewoon maar aan een stuk te laten.
Op 27 februari kocht hij 1200 gram varkensschouder, zoutte het met zijn geheime receptuur (20 gram nitrietzout, 10 gram regulier zout en 8 gram dextrose) en legde het tot 13 maart te rijpen in zijn koelkast. Daarna spoelde hij de coppa af en smeerde hem in met een mengsel van varkensvet en een kruidenmengsel met een geheime receptuur (ook geheim voor meneer inmiddels, want hij was vergeten de samenstelling op te schrijven). Op 17 mei, na ruim een maand rijpen dacht meneer: “Kom. Kom,” dacht hij, “laat ik eens kijken hoe het met mijn coppa staat”.
Groot was zijn, initiële, verbazing toen zachtroze babybilletjes hem vanaf het snijvlak tegemoet glommen. Hoewel het gewicht inmiddels met een kwart gedaald was, was het vlees nog zacht als boter. En dat terwijl zijn vorige coppa na een maand al volledig gedroogd en fijn op smaak op.
Meneer krabte zich eens achter de oren, en sloeg er toen zijn ham-hoogtepunt nog eens op na. Verhip, daar werd pas na zeven en negen maanden het hoogtepunt bereikt. Wat maakte het verschil? Welnu, daar had meneer het vlees ook ingesmeerd met varkensvet, waardoor vocht waarschijnlijk minder snel kon verdampen. En ook daar ging het om een fors stuk vlees aan één stuk, in plaats van een lange rode dunne piemel van losse vleesbrokken.
Kortom, geen reden voor paniek. Gewoon een beetje meer geduld hebben. Meer geduld = meer smaak. Dus meneer smeerde zijn coppa weer in met zijn geheime kruidenreuzel, rolde hem terug in zijn doekje en wenste hem na wat waterboarden een prettig zes maanden eenzame opsluiting in de Wateetons-berging.
Die andere Hemaworst
Nu, op worstlog.com
Kijk nou!
Busjes witte peper, ze worden nog steeds verkocht!
Maar kijk eens goed, staan ze niet in de vorm van.. een pentagram?
Daarom ben je dik.nl
Nee, een lekker bekkende uerel is het niet. Meneer heeft hem dus maar niet geregistreerd. Maar afgelopen zondag zag hij, op de menukaart van een pannenkoekhuisje, wel een paar geweldige kandidaten.
Dan maar gewoon ons dagelijkse portie dubbelgefrituurde hamburgers op thisiswhyyourefat.com.













