#Followersfeestje
Verjaardagfeestje 2.0 in huize Wateetons. Zondagochtend 14 maart tussen 10:00 en 12:30 viert meneer in Amsterdam zijn verjaardag. En hij gaat het eens helemaal anders aanpakken.
Met een ontbijtje. Met u!
U, onbekende lezer, @wateetons follower, vaste reageerder, collega-blogger, mevrouw Wateetons stalker of bloemkool-recept-Googleaar bent van harte welkom om samen met volslagen onbekenden meneer’s nieuwe levensjaar in te luiden. Slechts verbonden door incidentele kruisende bezoekjes, slechts verbonden door gegniffel over mislukkingen, slechts verbonden door een interesse in een vleesvolle berging.
Kortom, gegarandeerde gezelligheid. Mocht u overigens meneer en/of mevrouw al een beetje kennen in het niet-digitale leven dan bent u ook van harte welkom. U leest dit, dus u bent uitgenodigd.
Maar wacht, er is meer. Een 2.0 feestje zou zonder publieksparticipatie niet boven de lullige 1.0 komen. En die publieksparticipatie bestaat uit: koken, uiteraard. Neem in plaats van een cadeau wat te eten mee. Voor meneer, voor uzelf en voor de andere gasten. Ga lekker los. Alles is welkom. We maken er een gezellig gezamelijk ontbijt van. Meneer zorgt voor de koffie en thee, borden en bestek.
Cadeaus hoeft hij niet. Hij heeft alles al.
Dus:
- zondag 14 maart
- 10:00-12:30
- Een centrale locatie te Amsterdam, goed te bereiken met OV (ook van buiten de stad) en met gratis parkeergelegenheid.
- Laat even weten via de mail, reactie hieronder of @wateetons of d wateetons dat u komt en meneer geeft u de precieze locatie
Chips maken, dat doen we gewoon zelf. Deel 1.
In de langlopende serie “dingen die u voor minder geld en met minder moeite gewoon in de supermarkt koopt” vandaag: chips.
Enkele weken geleden kocht meneer een frituurpan. Zomaar, opeens. Een stukje opwellingsgebeuren. En het moet gezegd, een bitterballetjes in het gapen der avond blijkt niet te versmaden. Maar de frituurpan biedt meer mogelijkheden dan een borrelhap uit de diepvries. Zelf snacks maken bijvoorbeeld. De frikadel wacht nog op meneer’s ontrafelig. Evenmin heeft meneer ooit zelf een kroket gemaakt, tot zijn schande. Om over de berenklauw of patatje kapsalon maar helemaal niet te spreken. Kortom, met de frituurpan boort meneer een nieuwe veelbelovende oliebron aan.
Maar vandaag dus chips. Die komen ook uit de frituur. Ultraplatte patat is het eigenlijk.
Meneer kocht een zak aardappelen. Die heeft hij normaal nooit in huis, koolhydraten enzo.Met de kaasschaaf, dunschiller en rasp sneed hij de aardappel in dunne plakken. Ongeveer twee of drie millimeter dik. Dat werkte eigenlijk allemaal even goed. De plakjes spoelde hij grondig af in water en depte ze vervolgens weer even grondig droog met keukenpapier. De aardappelplakjes gingen in de frituur, op 190 graden, voor een minuut of drie of vier. Na uitgelekt en met zout besprinkeld te zijn bleken ze precies wat meneer voor ogen had: chips. Crunchy. Vet. Lekker.
Hoe dunner het aardappelschijfje, hoe beter de chip. Dat wel. Een enkel wat dikker plakje was meer een soort plat patatje geworden. Ook lekker, maar niet de bedoeling. En dan nog iets, waardoor er dreigend “deel 1″ in de titel staat. De chips waren te bruin. Niet goudgeel, zoals in de winkel. De smaak was er niet minder om, maar toch. Misschien heeft het met de temperatuur van de olie te maken. Of moet meneer ze twee maal bakken, zoals patat. Hij gaat het uitzoeken en komt terug, met deel 2. Of 3, desnoods.
Gelukkig heeft hij nog genoeg aardappelen.
‘Maar wat is het’-week: potje 3b
‘Krak’ zei het dekseltje. En meneer’s pols. Die zat goed vast. De kastjaren hadden de inhoud verlijmd met het deksel. Er bleef een donkerbruine ring aan de binnenzijde achter. Meneer boog naar het potje. Een vuistslag van ui deed hem wankelen. Sjalotjes, in een bruinige drap. In tweede instantie was er ook een zurige geur. Azijn. Ingemaakte sjalotjes dus. De bruinige kleur deed balsamico vermoeden, maar daar was in de geur eigenlijk weinig van te bespeuren. Meneer probeerde wat van het vocht af te gieten voor nadere analyse. Wat schetste zijn verbazing: dat lukte niet. Pas na flink schudden droop er een dikke klodder uit. Niet stroperig, eerder gelei-achtig. Onsmakelijkachtig ook wel. Azijngelei, meneer’s maag gaat er niet van knorren. Met een vork door de uiengelei heen prikkend ontdekte meneer geen andere ingrediënten. Het moet een inspiratiearme dag geweest zijn.
En toen, het proeven. Een likje van de azijngelei onthulde toch nog een andere ingrediënt: suiker. And plenty of it. De sjalotjes zelf waren zacht geworden, maar zeker niet papperig. Ze smaakten naar, tja, ui met suiker en azijn. Maar niet bedorven. Gewoon een beetje gewoontjes. Helemaal zeker weet meneer het niet. Hij vond het maar eng. Azijngelei, suiker, ui en 2003. Een dodelijke combinatie, althans in zijn hoofd. En hij had net zo’n zin in zijn weekend. Een paar kleine hapjes dus en de uien vonden, na nog even met pervers genot uitgeknepen te zijn, hun weg naar de Wateetons-vuilstort.
‘Maar wat is het week’: potje 3a
De recente ‘maar wat is het’ aflevering waarin meneer direct onthulde ‘wat het is’ leidde tot gemor onder het volk. Een ‘maar wat is het’-onwaardige exercitie, zo meende u. Daarom doen we het met potje drie anders. U raadt eerst. Daarna opent, proeft, onthult en braakt meneer het goede antwoord.
Dus, aan de slag. Wat is het?
‘Maar wat is het week’ : potje 1 en 2
Het jaartal op het deksel deed vermoeden dat de geel-bruinige vloeistof dit jaar zijn lustrum viert. Vijf jaar achter in de kast van meneer, een carrière waar menigeen voor zou tekenen. De vloeistof was helder, met een laagje prut op de bodem. Geen evidente tekenen van schimmel, het vacuumzegel niet verbroken. Goede tekenen. Het kostte meneer behoorlijk wat kracht om de deksel er vanaf te schroeven. Geen gesis, ontploffing of anderszins tekenen van gisting. Met de deksel eraf had de vloeistof en wat roodachtige gloed. Het was natuurlijk appelsap. Van echte appels van het terrein rond het Wateetons buitenhuisje. Verkregen middels de stoomontsapper. Dat ding dat waterige appelsap geeft die smaakt naar appelmoes. Jammie.
Het sap rook naar appelsap, met een vleugje appelmoes en een vleugje vochtige kelder. Net niet helemaal fris. Op basis van de geur durfde meneer wel een slokje te nemen. En verdraaid, het smaakte naar appelsap. Met een vleugje appelmoes en vochtige kelder. En teveel water. Bijna precies even weinig indrukwekkend als het vijf jaar eerder het potje in was gegaan. Meneer nam ook een slokje uit het tweede potje, met hetzelfde resultaat. Misschien iets minder keldersmaak. Kortom, wat hebben we geleerd: stoomextractie levert weinig verheffende, maar wel bijzonder lang houdbare, appelsap op.
Hoppatee, in de gootsteen ermee.
‘Maar wat is het’ week
Tijdens de grote voorraadkastschoonmaak van afgelopen weekend (meneer heeft de hele nacht liggen snotteren van ontroering op de keukenvloer en heft dreigend zijn vuist naar huisgenoten die het in hun hoofd halen de gulden snede van hagelslag, sojasaus en paneermeel te verstoren) stuitte meneer op een achterhoedeplank met potjes en flesjes van onduidelijke oorsprong en inhoud. Zeker was alleen dat meneer ze zelf gevuld had. Ooit. Ergens. Met iets.
De komende week zal meneer elke dag een potje openen en in detail de verrassende smaak-, geur- en toiletervaring met u delen.
U mag al een gokje wagen: wat is het?
























