meneer leest een boek


U weet het, meneer tracht zich momenteel een beetje te bekwamen in het wildplukken. Door het volgen van een cursus, door er op eigen houtje met google images op zijn telefoon op uit te trekken, maar ook door het aanschaffen van wildplukboeken. Want die bestaan. Er is niets nieuws onder de zon.


Ria Loohuizen – Van Nature (2009)

Van mevrouw Wateetons kreeg meneer Van Nature, van mevrouw Loohuizen. Haar zevende schrijfsel over eten uit het wild. Er is écht niets nieuws onder de zon. Het boek is opgedeeld in vier delen (1) bomen, struiken en hun vruchten, (2) planten en bloemen, (3) paddestoelen en (4) recepten, voorafgegaan door een uitgebreide inleiding. Het receptendeel omvat ongeveer de helft van het boek. Meneer heeft lang zitten denken wat hij nou precies van Van Nature vond. Het boek is informatief, helder geschreven en nuchter. Geen kruidenvrouwtjesgewauwel of sandalensentimenten. En meneer weet inmiddels het een en ander over het Barbarakruid en de kleine Klis. Dat is winst. Maar sprankelen? Een pageturner? Meneer die ’s avonds voor het slapen gaan nog even een Riaatje doet? Nee. ‘Degelijk’ is dan misschien wel de juiste omschrijving. Het is de vraag hoe erg dat is. Niet iedere culinair publicatie hoeft zich te meten aan het aantal grappen per vierkante paragraaf van Het Handboek voor de Vinex-jager. Maar toch, een heel klein beetje meer avontuur of humor zou welkom geweest zijn. Wat wel erg is, is het gebrek aan foto’s. ’t Is fijn om te weten dat je de Kleine Pimpernel vindt op droge grasvelden, maar hoe ziet die eruit? Zonder natuurgids kom je met dit boek als leidraad waarschijnlijk met lege handen thuis. Aan de andere kant, die foto’s heb je natuurlijk snel genoeg bij elkaar gegooglet. Er staan weliswaar een aantal 18e eeuwse illustraties uit de Hortus bibliotheek in het boek maar die zijn, naast incompleet, eigenlijk niet bruikbaar. Bovendien geven ze een ouwelijke, degelijke, uitstraling.

Hanneke Videler -Eetbare natuur (2011)

Wat Ria niet heeft, heeft Hanneke wel. Of althans, een beetje. Want ook in het boek van Hanneke Videler ontbreken de illustraties. Maar dat is minder erg. Het boek behandelt namelijk niet alleen planten en struiken maar ook de Nederlandse eetbare fauna komt ruimschoots aan bod. En hoe een konijn of vos eruit ziet, dat weten de meeste mensen wel. Bovendien is eetbare natuur, veel meer dan Van Nature, een leesboek. Een boek dat je wél naast je bed hebt liggen om ’s avonds nog een stukje uit te lezen. Omdat je wilt weten hoe je gevulde relmuis klaarmaakt, of dat vos eigenlijk prima smaakt ondanks dat jagers daar anders over denken. Het boek is opgedeeld in eieren, wild (vogels en zoogdieren), zoet- en zoutwaterwezens en plantaardigheden. Informatieve, vaak met aardige anekdotes doorspekte stukjes over bijvoorbeeld het meeuwenei of het damhert, worden gevolgd door recepten met een persoonlijke touch (van het type “mijn oma maakt het zo klaar”). Na verloop van tijd merkte ik dat ik de recepten steeds vaker oversloeg en me haastte naar de beschrijving van de zoetwatermossel. Een leesboek dus. Vermakelijk, maar met een wat lage informatiewaarde en bruikbaarheid. Want hoe je een vos vangt, of aan een otter komt wordt niet vermeld. En ook hier geen illustraties van Look-zonder-Look of het Zeekool. De kans dat je, louter met dit boek in de hand, ’s avonds met een goedgevulde knapzak de keuken instapt is net als in het geval van Van Nature niet zo vreselijk groot. Misschien zelfs nog wel kleiner. Maar leuk om te lezen is het wel.

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Pin on Pinterest0

+ Laat een reactie achter