Kaasblik


Dat geworst altijd maar. Kaas maken, dáár had meneer plots weer zin in. Veel te lang geleden, een uitstapje naar de mozzarella (nu in de Elle Eten, trouwens) daar gelaten. Hij heeft tegenwoordig een bijna werkende rijpingskast die in potentie ook heel kaasgeschikt is. Bovendien regende het en zat hij zich voor het vensterraam onnoemelijk te vervelen.
Kaas, dus.
Melk , dus.
Van de Melktap natuurlijk, die ongepasteuriseerde eiwitbron in Zunderdorp, maar die ook op tal van andere plekken in Nederland (google eens op ‘melktap’ of ‘melkdrive’) te vinden is. Met drieeneenhalve liter rauwe grondstof klotsend tussen zijn benen reed meneer naar huis.

Kaas maken is best makkelijk. Meneer schreef er eerder over.

  • rauwe melk met een schepje yoghurt of karnemelk al roerend verwarmen tot 30 graden
  • stremsel toevoegen, meneer gebruikte microbieel spul, zo’n 4 druppels per liter
  • goed mengen
  • een uur wegzetten om te stremmen op een warme plek. Meneer gebruikt de altijd warme echtelijke sponde.
  • met een mes de wrongel in kleine stukken snijden
  • al roerend langzaam de wrongel verwarmen tot maximaal 39 graden. Hoe heter hoe harder het eindresultaat
  • de wrongel scheiden van de wei

Dan volgt het persen. Meneer had wel wat zelfgemaakte persen maar die lagen he-le-maal in de berging. Bovendien was hij in voor iets nieuws. Blikjes! Dat werkte als een trein. Een boemeltje, maar toch. De kaas moet namelijk ook geperst worden, en meneer kon maar weinig  heel zware, maar toch voldoende dunne voorwerpen vinden. Bij de volgende poging  eerst een halve liter kwik aanschaffen. Maar het werkte. Twee mooie kaasjes, waarvan één met komijn. Iets waar hij vroeger van walgde, maar kleine meneertjes worden groot. Nu vanavond eerst nog een uurtje pekelen en dan kunnen ze naar de rijpingskamer. Vanavond eten we maar tomatensoep.

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+2Pin on Pinterest0

+ Laat een reactie achter