Rooksignalen – de ‘wat ben je aan het doen’ van toen


over rook cover 3

Over een maandje ligt hij in de winkel: Over Rook. Hier een voorproefje, dat de final cut niet gehaald heeft.

Zodra de rook je kast verlaat verliest het zijn nut. Je kunt er hoogstens nog de longen van je kroost mee paneren of je buren mee ergeren, maar dat was het wel. Or is it?

Lang voor onze jaartelling werd rook al gebruikt om statusupdates mee te versturen. De Chinese muur bijvoorbeeld, had een ingenieus systeem van rooktorens waardoor boodschappen binnen enkele uren honderden kilometers konden afleggen. Nu moet je je van de informatiedichtheid van die signalen niet te veel voorstellen. Hoe meer rookwolken (of fakkels in de nacht) des te meer vijanden. Zoiets. Simpel, maar effectief. Het verhaal gaat dat de Chinezen bij voorkeur gedroogde wolvenpoep gebruikten voor deze rooksignalen. Men was namelijk in de veronderstelling dat wolvenpoeprook altijd recht omhoog stijgt, ongeacht de windsterkte. Dat konden ze zien aan de vorm van het darmkanaal van het beest. Voor de kameel gold (maar dat had je geraden) hetzelfde. Nu zijn er inderdaad serieuze Chinese geschriften gevonden waarin deze hypothese wordt geopperd, maar op de vele torens die door archeologen zijn onderzocht zijn nauwelijks sporen van wolvenpoep ontdekt. Een volk dat in staat is een muur van een paar duizend kilometer lang te bouwen, is blijkbaar ook snugger genoeg om een dergelijke hypothese in één winderige dag omver te blazen.De Grieken pakten het wat uitgebreider aan, zij hadden een systeem waarbij elke letter van het alfabet een eigen rook- of fakkelcode had. Het alfabet werd opgedeeld in vijf groepjes letters, en elke letter bestond uit een ‘groepje’-code en een ‘positie’-code. Een serie van drie en vier fakkels betekende dus ‘groep 3, 4e positie’: Ö. Als je er niet 16 tweets per dag mee wilt versturen werkt het best aardig.

Door de eeuwen bleef rook populair als communicatiemiddel. Tot in de vorige eeuw gebruikten de Noord-Amerikaanse indianen en Australische Aboriginals rook om gevaar of positie weer te geven. Vandaag de dag worden rooksignalen nog maar weinig gebruikt, en van een rookalfabet is al helemaal geen sprake meer. De informatiedichtheid is zelfs weer ouderwets dun. De katholieke kerk kent sinds 1870 het binaire rooksignaal: zwart is ‘geen paus’ en wit betekent ‘wel een paus’. In 1958 ging dat even mis toen er per ongeluk grijze rook uit de schoorsteen kwam. Paniek op het plein. Sindsdien gebruikt het Vaticaan militaire rookbommen met duidelijke #FFFFFF of #000000 op de verpakking. De enige groep die nog echt rooksignalen inzet zijn de padvinders: één rooksignaal betekent ‘let op’, twee betekent ‘alles is goed’ en drie signalen betekent ‘gevaar’ of ‘ik heb hulp nodig’. Als je één signaal onthoudt, laat het dan die laatste zijn, want die wordt ook herkend door verkenningsvliegtuigen en reddingshelicopters. Handig voor als de verkeerde afslag hebt genomen tijdens een jungletocht, of verdwaald bent in de Ikea. Waar je ook gaat, altijd je rookkast meenemen dus.

 

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Pin on Pinterest0

+Er zijn nog geen reacties

Laat jouw reactie achter