Het allespopkanon

[dit stuk verscheen eerder in Elle Eten]

Volgens wikipedia is het zowel een televisieprogramma, een synthesizerhitje uit ’69 en een muziekstijl bestaande uit een curieuze mengeling van van soul, latin, chachacha, high school rock, evergreens, doo-wop, ska en rhythm-en-blues. Wij kennen popcorn toch vooral als de met minimale moeite zelf te maken tv-snack die, zo hou je jezelf voor, gezonder is dan chips.

Dat je naast koken en fijnmalen nog meer leuke dingen kon doen met maïs had de mensheid als snel door.  In Peru zijn gepofte maïskorrels gevonden van 6700 jaar oud, compleet met een pan en een afgescheurd bioscoopkaartje. De reden dat maïs kan poppen is dat het zetmeel in de korrels omgeven wordt door een harde, taaie en ondoordringbare schil. Tijdens het verhitten ontstaat stoom, waardoor de druk in de maïskorrel oploopt tot wel 9 bar. Daar kun je een aardige espresso mee zetten. Maar een maïsschil is geen nespressoapparaat, en op een gegeven moment scheurt hij toch. Door de plotselinge drukdaling zetten de door hitte zacht geworden zetmeel en eiwitten razendsnel uit waarna ze direct weer afkoelen en opstijven in hun vertrouwde onregelmatige en luchtige vorm. Een indrukwekkend staaltje natuur- en scheikunde voor iets wat je meestal gedachteloos in de magnetron gooit. Of koekenpan, want zelf maken is bijna net zo eenvoudig. Een hete pan (170-200 graden) met een beetje olie of geklaarde boter is alles wat je nodig hebt. Hoewel afdekken met een deksel om vanzelfsprekende redenen voor de hand ligt, is het beter om de ontstane stoom te laten ontsnappen. Als dit terugslaat op de korrels worden ze namelijk taai. Een schuine gelegde deksel, wat aluminiumfolie met gaatjes erin of een vaardig geplaatst vergiet werken prima. Maar dan? Popcorn is popcorn zou je denken. THINK AGAIN! Larry Kusche, piloot, bermudadriehoekonderzoeker en popcornafficionado geeft in zijn standaardwerk Popcorn Cookery (1977) tientallen verrassende recepten voor ondermeer popcornmuesli, popcornkaasfondue en popcornmuffins. Het boek is gratis digitaal te leen via archive.org (update: het lijkt ergens in de afgelopen maanden verwijderd te zijn. Shit). In het meer recente Popcorn traktaties (2013) vind je nog meer heerlijke volwassen popcornvariaties (witte chocolade en frambozen!).

Maar waarom zou je stoppen bij maïs. Het is niet de enige popbare (pseudo)graansoort. Quinoa laat zich bijvoorbeeld op dezelfde manier ook aardige behandelen, ware het niet dat de minuscule popcorn alleen met een vergrootglas te onderscheiden is van de oorspronkelijke vorm. Idem voor amarant. Zilvervliesrijst en andere ongeslepen rijstsoorten ontberen de juiste combinatie van schilsterkte en vochtgehalte. Wat wel werkt is het volgende: basmatirijst gaar koken en vervolgens in een warme oven (ca 90 graden) drogen tot het kurkdroog is. Na enkele seconden in de hete frituur (170-190 graden) komen zelfgemaakte rice crispies boven drijven. Grappig en smakelijk, maar qua calorieën komt het opeens wel weer dicht bij de chips. Er is echter nog een methode, die zelfs geschikt is om elke graansoort te poffen. Gezond bovendien, buiten een heel klein beetje gevaar voor je leven tijdens de bereiding dan. De combinatie van hitte en plotselinge drukverlaging is zoals uitgelegd essentieel voor de popcornvorm. Op youtube zijn spectaculaire filmpjes te vinden van tandeloze Chinese mannetjes die rijst in een afgesloten metalen vat verhitten, waarna ze met een klap het deksel er vanaf slaan. De met een imposante kanonslag gepaard gaande drukverlaging geeft in een halve seconde een vuilniszak vol gepofte granen. Spectaculair. Thuis kun je dat simuleren door de rijst, gort of anderszins in een droge gesloten snelkookpan te verhitten en dan, bij voorkeur van een afstandje, in één klap de deksel er vanaf te meppen. Zorg wel dat je 112 onder de sneltoets hebt staan, en dat je minstens één hand heel houdt om dat in te toetsen. Of toch maar gewoon een zakje uit de magnetron.

Wateetons’ Wilde Weekend in Zweden

Vorige week vrijdag vertrok meneer met zeven helden in zijn kielzog naar het hoge noorden voor een woest ‘Worst, Wild en Whisky’ weekend. Georganiseerd samen met Johan Postma, herbergier in Edsleskog, Dalsland, Zweden (populatie: 72). Vier dagen lang whisky drinken, forel vissen, wandelen, worst maken, roken, villen, kanoën, schieten, paté maken, leren over de elandjacht, netten uitzetten, nog meer whiskey drinken, elandslachterij bezoeken, ree uitbenen, sürstromming proeven en hottubben (mét obligate sprong in een ijskoud meer). En vooruit, één keer langs McDonalds. Een ellenlang epistel waard, maar vierentwintig foto’s zeggen meer dan 24.000 woorden.

Het was wel zo verschrikkelijk leuk, avontuurlijk en gevarieerd dat Johan en meneer Wateetons voornemend zijn de Wateetons Wilde Weekenden met worst, wild en whisky in het hoge noorden voort te zetten. Geef alvast je interesse aan bij meneer@wateetons.com, zodra er data bekend zijn nemen we contact met je op.

IMG_7663 10301046_887688981255141_4572338199872009833_n 10624615_887689124588460_2737745091063362349_n 10624623_10204400934254912_3077057666798015606_n IMG_7731 IMG_7781 IMG_7755 2014-11-08 12.11.36 IMG_7912 IMG_7964 IMG_8007 IMG_8021 IMG_8061 IMG_8089 IMG_8114 IMG_8130 IMG_8153 IMG_8165 IMG_8183 2014-11-09 17.47.55 2014-11-09 18.44.44 2014-11-09 17.19.32 IMG_8186 IMG_8189

 

Battle of the desems

Recentelijk is meneer aan het spelen met zuurdesembrood. Zelf een desem maken uit (rogge)meel, water en de ether, en daar vervolgens brood uit zien ontstaan is niets minder dan magie. Niet dat zijn broden erg goed lukken. Meer niveautje goochelclown Juju dan David Copperfield. Een zeer trage en geringe rijs is vooral het euvel. het resultaat is wel steeds ontegenzeggelijk een zuurdesembrood en ontegenzeggelijk lekker. Lang houdbaar ook, en bovenal zelf geschapen uit niets dan water, meel en de ether. Nu is van zuurdesembrood bekend dat het minder uitbundig rijst dan gistbrood. Maar hoe veel minder uitbundig? Lig het aan meneers zelfgemaakte desem, zijn bereidingswijze of is hij gewoon verwend door broodbakmachines en gecultiveerde powergist uit een zakje. Meneer besloot zijn DIY zuurdesem het te laten opnemen tegen het desem van Weekendbakery.com. Bezoek die site. Vanaf het moment dat meneer zijn eerste broodje op instagram zette zijn de in onberispelijk Engels beschreven broodavonturen van Ed en Marieke hem vanuit zeker vijf verschillende kanten aangeraden. Geheel terecht. En ze verkopen spullen, waaronder hun eigen zuurdesem. Meneer bestelde een potje, met (dan moet je maar geen opmerkingenformulier in je bestel procedure opnemen) het verzoek een olifantje op de doos te tekenen. Binnen een paar dagen had hij de desem binnen. En maar liefst twee olifantjes. Het zijn ook nog aardige weekendbakkers.

De Battle. FIGHT!

Het voeden: beide desem zijn ca 12 uur na de laatste voeding op hun bubbeligst. De WB desem is marginaal meer bubbelig. WB-MW 1:0

1. Het voeden: beide desem zijn ca 12 uur na de laatste voeding op hun bubbeligst. De WB desem is marginaal meer bubbelig. WB-MW 1:0

2014-09-21 09.01.27

2. Poolish: allebei fors actief maar de Weekend bakery poolish ziet er ietsjes bubbeliger uit. WB-MW 2:0

2014-09-21 15.44.32

3. Het rijzen: Het brood van met het Weekend bakery was iets meer gerezen. WB-MW 3:0.
4. Tweede rijs: niet echt indrukwekkend gerezen, maar de Weekend bakery meer dan die van meneer. WB-MW 4:0

2014-09-29 21.43.46

5. Het bakken: niet helemaal te vergelijken omdat meneer geen twee identieke vormen had. Maar beide waren wat aan de natte kant en hadden ongeveer dezelfde structuur. WB-MW 5-1

6. Het proeven: geen verschil. WB-MW 6-2

6. Het proeven: geen verschil. WB-MW 6-2

7. De beste kaaklijn: overduidelijk meneer. WB-MW 6-7.

Gewonnen!

Soylent grauw

2014-04-13 12.45.45 2014-04-14 06.51.35 2014-04-17 06.55.12 2014-04-18 07.55.33

(Dit stuk verscheen eerder in ingekorte vorm in het leukerste culitijdschrift van Nederland: Elle Eten).

Wees nou eens eerlijk, hoeveel van de twee dozijn maaltijden die je afgelopen week naar binnen werkte waren nu echt gedenkwaardig? Fan-tas-tisch geluncht op je werk vandaag, of stond je in de kantine toch weer de matige soep van de dag af te rekenen? Met een kroket, het is feest. En die snelle pasta van gisteravond, was die echt de moeite waard? Inclusief het koken, boodschappen doen en afwassen? Had je in die tijd niet beter diep in de ogen van je partner kunnen kijken, je kinderen kunnen voorlezen, gaan hardlopen of een gedicht kunnen schrijven? Dan hebben we het nog niet over die milieubelasting van de plastic verpakking, het verbrande aardgas en boodschappenbenzine, je half januari al gebroken voornemen maar één keer op te scheppen, en het feit dat de helft van de broccolistronk aan het eind van de week verlept de prullenbak in gaat. Want je houdt eigenlijk helemaal niet van broccoli. Als je er zo over nadenkt is dat hele koken en eten eigenlijk maar een geld, tijd en energie verspillende bezigheid. Waar je nog van aankomt ook.
Enter Soylent. De voedselvervanger met de slechtst gekozen naam ooit. Vernoemd naar de dystopische (gebruik dat woord!) science fictionfilm Soylent Green uit 1973 waarin de ganse wereldbevolking leeft op het gelijknamige voedingsmiddel, gemaakt van soja en linzen maar dat feitelijk uit menselijke resten blijkt te bestaan. Spoiler, trouwens. Soylent anno 2014 bestaat gelukkig uit linzen noch mensen, maar uit een uitgebalanceerde mix van eiwitten en koolhydraten aangevuld met vetten en essentiële vitaminen en mineralen. In poedervorm. Want, zo ontdekte bedenker Rob Rhinehart (dat is dan wel weer een goede naam) het maakt onze cellen waarschijnlijk niet veel uit of ze hun voedingsstoffen van een poeder of uit een appel krijgen. Inmiddels leeft hij al meer dan een jaar op zijn shakes, zonder nadelige lichamelijke gevolgen. Sterker nog, is gezond en slank en steekt het geld en de tijd die hij wint door niet meer te koken of met een mandje voor de kassa te staan in zijn bedrijf.Een paar keer per week eet hij met vrienden of gaat hij uit eten, want zo betoogt hij ‘eten is voor mij een soort vrijetijdsbesteding, zoals naar de bioscoop gaan. Maar ik wil ook niet drie keer per dag naar de film’. De rest van de maaltijden ziet hij als ‘corveevoer’, de kantinesoep, maar dan zonder kroket. Met zijn idee wist hij via een kickstarter campagne in mum van tijd meer dan 2 miljoen dollar binnen te halen voor verdere ontwikkeling. Binnenkort is het commercieel verkrijgbaar, zij het nog niet in Nederland.

Soylent krijgt enorm veel publiciteit, waarin het woord lekker echter nooit valt. Hoe zou het zijn voor een foodie om op soylent te leven? Ik besluit het een week te gaan proberen. Soylent is namelijk vrij eenvoudig zelf te maken met producten uit de gezondheid- en fitnesswinkels. Meneer Wateetons: foodmcgyver. Mijn mix (http://diy.soylent.me/recipes/soylent-white-voor-nederland-wateetons) bestond uit 40 % koolhydraten (maltodextrine, sojameel en fijn gemalen havermout), 35 % eiwitten (whey proteine) en 25% vetten (olijfolie) aangevuld met vezels, visolie en multivitamine, calcium-, magnesium-, choline en zwavelsupplementen. Om het leven nog enigszins dragelijk te maken stond ik mij ‘s avonds een glas wijn (je moet die pillen ergens mee wegkrijgen) en 2 stukjes chocolade toe. Samen met wat koffiemelk gedurende de werkdag maakte dat circa 2000 kc.

Uit de aantekeningen.
Dag 1: Wat Ontzettend Veel poeder! Dankzij de smaak ‘chemische banaan’ van de proteïne is het nog opvallend goed te zuipen. Geen honger.
Dag 2. Saaaai. Probeer soylent pannekoeken te maken. Als Rob dat maar niet hoort. Wordt heel vies.
Dag 3. Supersaaaaai. Mijn urine ruikt alsof ik een pak pannekoekenmeel heb gegeten. Wat ergens wel klopt.
Dag 4. Vrouw eet sushi, ik drink zoete havermoutpap. Kill me. (ps. volgens mij gaan mijn tanden los zitten.)
Dag 5. Een werkweek is eigenlijk ook een week, toch?

Exit Soylent. Een fascinerend concept, met ontegenzeggelijk voordelen voor tijd, duurzaamheid, geld en gewichtsbeheersing. Maar dan toch liever een kantinekroket. Of gewoon elke dag fan-tas-tisch koken.

Ciderbericht: het persen.

2014-09-29 10.05.58 2014-09-29 10.22.41 2014-09-29 11.12.05 2014-09-29 11.17.34 2014-09-29 12.22.43 2014-09-29 11.42.00 2014-09-29 11.42.15

Wat vooraf ging.

Na de 24 uur wachten op de dood van de wilde gisten voegde meneer cidergist toe, van brouwmarkt.nl. Met wat giststarter (idem) om daarmee de vergisting zo snel mogelijk te doen starten en andere kwaadwillende gisten en bacteriën voor te blijven. De most heeft circa een week in garage van meneer staan bubbelen. Meneer roerde elke dag de most een paar keer door om te voorkomen dat er aan de oppervlakte schimmels en azijnzuurbacteriën actief zouden worden. Na ongeveer 6 dagen was de plop op. Twee dagen later, toen meneer alleen thuis was (om redenen die voldoende uit de foto’s spreken), ging hij persen. Dit is de hel. Persen is de hel. Meneer kocht ooit een fruitpers, voor weinig op marktplaats. Die werkt, maar alleen als je heel weinig prut tegelijkertijd wilt uitpersen. Het gevolg is dat je eindeloos de pers open en dicht aan het schroeven bent. Zestien liter is veel, als je slechts een paar pollepels tegelijk kunt persen. De hel, zeg maar. Al doende ontdekte meneer echter een effectievere en snellere methode met een hogere opbrengst: uitknijpen. Je verzint het niet. Meneer vulde een kaasdoek (die heeft fijn grove mazen, maar een zakdoek kan ook) met appelprut en kneep en kneedde. Net zo lang totdat alle sap eruit was en er slechts een dikke plak appelnageboorte in de doek resteerde. Dit werkt uitstekend. Het kostte hem anderhalf uur voor 16 liter, vooruit, maar na afloop had hij een bevredigende sapopbrengst en was zijn humeur nog acceptabel. Met name dat laatste is vrij uniek.

Uit ca 20 kilo appelen haalde meneer dus 16 liter most wat uiteindelijk twee flessen van 5 liter sap opleverde. Met de ineffectieve start, en het restje dat nog in de gistemmer zat (waarvoor hij geen fles meer heeft) meegerekend denkt meneer dat hij op 12 a 13 liter had kunnen uitkomen. Meneer moet alleen nog even douchen om de stralen appelprut die tijdens het knijpen uit de doek spoten van zich af te spoelen, en een doekje over de muur en broodrooster en de poorten der hel zijn weer gesloten. De cider gaat naar de garage, waar het relatief koel en donker is om verder te gisten. Meneer hoort de eerste blubjes al in de watersloten.

(Het suikergehalte weet hij niet, de werkster heeft zijn maatglas laten vallen).

 

Sambal bij?

Dit stuk verscheen eerder in ingekorte vorm in het leukste culiblad van Nederland: Elle Eten.

De ‘sambalbij?’ van de lokale chin-ind uitbater danken wij vreemd genoeg aan de Portugezen. Die introduceerden, nadat ze hem in Zuid- en Midden-Amerika ontdekt hadden, in de 16e eeuw de rode peper in hun overzeese koloniën. Voor die tijd kreeg je gewoon een plastic zakje met peperkorrels bij je nasi rames. Toen die koloniën, het huidige Indonesië, een kleine eeuw later van ons werden kwam de sambal ook terecht in onze keukenkastjes. En daar is hij gebleven. Als je nu een willekeurige supermarkt binnen stapt tref je zeker een stuk of vijf soorten. De bekendste is natuurlijk de Sambal Oelek. De toevoeging verwijst naar de stamper van de vijzel waarmee sambal gemaakt wordt. Die heet trouwens eigenlijk ulek, maar alle namen op de potjes in de supermarkt zijn polderweergaven van de Indonesische versies. Een beetje liefhebber van het hete leven heeft daarnaast minimaal ook Sambal Badjak en Sambal Brandal op de plank staan. Maar er zijn er meer. In de schappen van de Xenos vond ik er al negen, die wat mij betreft overigens allemaal samengevat kunnen worden onder de naam Sambal Suiker en Indonesië kent naar het schijnt zelfs meer dan driehonderd soorten sambal. En dan te bedenken dat hete sausjes op basis van rode peper natuurlijk niet exclusief zijn voor de Indonesische keuken. In Thailand kennen ze nam prik, en ook die hebben een trassi en sojasausvariant. Korea, Maleisië, Sri lanka, allemaal kennen ze hun eigen varianten van de hete smaakmaker. En wij hebben natuurlijk de fireballs.

Het ingrediënt dat aan pepers, en dus aan sambal, zijn brandende sensatie geeft is capsaïcine. Die stof stimuleert de warmtereceptoren in onze mond en dat geeft het ‘hete’ gevoel. De sterkte wordt ingedeeld op de Scovilleschaal. Een rode paprika heeft 0 scovillewaarden, een Spaanse peper varieert van 1000 tot 10.000,  de Madame Jeannette meet, net als de rawit (die kleine hete broertjes van de rode peper), ongeveer  150.000-350.000 en een dot peperspray over de babi pangang kost je een paar miljoenen scovilletjes. En je relatie. Binnen de pepersoorten zijn er ook grote verschillen. Ze kunnen er identiek uitzien en toch verschillen in scherpte, dat zie je al aan de grote range van scovillewaarden per soort. Zo geef ik de Spaanse pepers van de Lidl gewoon aan dochter Wateetons mee als pauzehapje voor op school terwijl ik dat met die van de Turkse buurtsuper (of met pepperspray for that matter) niet zou durven. Zelfs niet als grapje.

Sambal maken kan uitstekend thuis. Elke supermarkt heeft wel rode pepers liggen en met een toko of Turkse buurtsuper erbij zijn ook de Madame Jeannette en rawits binnen handbereik. Verder hoef je niet meer te doen dan je kruidenkastje te legen. Denk aan ui, knoflook, suiker, azijn, citroensap, trassi, kemirinoten, laos, gember, tamarinde, ketjap, koenjit, djeroek peroet-blaadjes, citroen- of sinaasappelschil, sereh en kokos.  Een snelle, niet noodzakelijkerwijs helemaal kloppende, rekensom leert dat je alleen met deze ingrediënten al 5 x1019 verschillende soorten sambal kunt maken. Dat is een 5 met 19 nullen. Zo beschouwd zijn die driehonderd soorten (een drie met twee nullen) uit Indonesië eigenlijk een beetje sneu. Aan de slag. Neem bijvoorbeeld een stuk of 7 rode pepers, 4 rawits, een uitje, twee tenen knoflook, 35 gram gember, 15 gram suiker, 20 gram tamarinde, 25 ml olie, een klein scheutje citroensap en een flinke snuif zout. Ik noem het Sambal Bapak. De vijzel (en een ulek natuurlijk) is een fijn authentieke manier om die ingrediënten klein te krijgen, maar een staafmixer met hakselaar of keukenmachine weet er ook wel raad mee. Je kunt de sambal zo eten, maar hij is nog vrij nat en bovendien bloedverziekend heet. Door de verse sambal in een droge pan (hij bevat al olie) zachtjes te bakken verdampt het vocht, en neemt de hitte ook aanzienlijk af. Zo kun je eindeloos (of in ieder geval 5×1019-1 keer)  variëren. Een badjak maak je bijvoorbeeld met Spaanse peper, ui, knoflook, laos, trassi, tamarinde, suiker en ketjap. Wil je een minder hete sambal, gebruik dan geen rawits, of verwijder een deel van de zaden en witte zaadlijsters die grotendeels verantwoordelijk zijn voor de sizzling scovilletjes. Vergeet je niet tijdens de bereiding wrijven in neus en ogen te vermijden? Oh, en was je handen voor je naar het toilet gaat. Anders lig je, net als ik, een half uur te kreunen op de bank.

 

Wijn bewaren: vacuvin of niet

Eén glas rode wijn per avond, dat was het plan. Mini-flesjes leken de oplossing. Want het vlees is zwak, en wijn oxideert. Meneer en mevrouw testten een serie van deze flesjes en deden daar op deze plek verslag van. Een lopend project, schreef meneer toen. Tot mevrouw een weekje na het verslag meldde te willen stoppen. “Het is toch allemaal meuk” waren haar woorden. En dat was het. Maar wat nu? Een glas blijft fijn, het vlees is nog altijd zwak en wijn oxideert onverminderd. In reactie op de mini-test kreeg meneer het advies het eens te proberen met het Vacuvin systeem. Daarmee zuig je de lucht uit de fles en sluit je hem vervolgens met een speciale kurk af. Die nog heel leuk klik-klak zegt ook. Het resultaat: minder contact met zuurstof en dus ook minder oxidatie. Meneer besloot het te testen. Hij kocht drie identieke flessen Tesoruccio Sangiovese van de Hema (€5,50).

De test
Op dag 1 opende meneer er twee, en dronk (samen met mevrouw) uit beide een glas. De één sloot hij af met een kurk, de ander met een vacuvin dop en zette beide in de koelkast.

Dag 2: hij en vriend Wildeavonturen proefde (blind) van de beide geopende en op kamertemperatuur gebrachte wijnen: geen verschil

Dag 4: blinde proeverij door meneer (uitgevoerd door dochter wateetons): geen noemenswaardig verschil, met wellicht een lichte voorkeur voor fles met de kurk

dag 5: blinde proeverij door meneer en mevrouw: hoegenaamd geen verschil

dag 7: proeverij door meneer en mevrouw van alle drie de wijnen, dus kurk, vacuvin en de ongeopende derde fles. Niet helemaal blind uitgevoerd omdat de ‘nieuwe’ fles iets in temperatuur verschilde van de andere twee. Nauwelijks verschil, met een kleine voorkeur voor de fles met de kurk

Samenvatting
Kortom, meneer en mevrouw proefden vrijwel geen verschillen tussen progressief leger rakende, in de koelkast bewaarde, rode wijnen met het vacuvin systeem of afgesloten met een kurk. Zelfs na een week waren beide wijnen nog prima, en zelfs nauwelijks te onderscheiden van een vers geopende wijn. Met een pistool op het hoofd geeft meneer waarschijnlijk zelfs de voorkeur aan de fles met de kurk boven de vacuvin en de juist geopende fles. Iets fruitiger, iets vollere smaken.

Conclusie
Er zijn een aantal  conclusies mogelijk: 1. een fles rode wijn gaat in de koelkast, hoe je hem ook behandelt zeker een week mee. 2. een klein beetje zuurstof is zelf bevorderlijk voor de smaak van een rode wijn 3. bij een relatief goedkope wijn als de huidige zijn de verschillen klein. Of gewoon 4. meneer is een waardeloze wijnproever.

Mogelijk vervolgonderzoek
Een betere wijn, betere proevers en een langere proefperiode.

Hoe het ook zij, meneer en mevrouw kopen vanaf nu gewoon een fijne fles rode wijn en zetten die na het proeven in de koelkast. Nu alleen nog iets vinden voor het zwakke vlees.

Maar wat was het? Boomin’ Beertjes?

Op zijn dagelijks rondje Reddit trof meneer dit filmpje. Goed voor een halve minuut stom gegrinnik bij de ochtendkoffie. Hm. Potassium Chloride? De woorden ‘Naso Capo’ zijn een van de weinig dingen die zijn blijven hangen uit zijn studietijd. Ca-lcium is po-tassium. Potassium Chloride is dus calciumchloride. Laat dat nou net een hulpmiddel zijn in de DIY kaasbereiding. Een hulpmiddel dat al jaren in meneers koelkast te vinden is. En gummibeertjes, die heeft meneer natuurlijk altijd op voorraad.

Aan de slag!

 

Fail.

En het residu was niet eens lekker. Sterker nog, 24 uur later voelt meneer die ene druppel nog op zijn tong branden.

 

Maar, wat is het?

Maar, wat is het?

Ik kan hier urenlang naar kijken

Wateetons workshops
dots
Wateetons Wilde Weekend in Zweden

wilde-weekend-groot

dots
dots
Watwinkeltons – boeken en t-shirts

dots
Meneer’s zomerproject – de pizzaoven

Volg hem hier. De kneus.
dots
Watatons
Categorieën
dots
dots
dots
Niks te zien hier, voor je kijken doorlopen
dots