Mouten, maischen en andere ‘ah, shit’s in de dop


Het was duidelijk. Meneer is een moutlosert. Maar, veerkrachtig is meneers middelneem en elke ‘ah shit’ ziet hij als een leermomentje. (Niet echt hoor, mevrouw heeft hem van de balkonrand moeten praten. Maar met veel drank gaat het net). Gelukkig resteerde er nog zeker een pond onbeschimmelde en ondoormuizenaangevreten gerstenmout van meneers kiempoging. Dus met de nieuw verworven kennis over de verwerking hiervan kon meneer alsnog proberen er iets vergistbaars van de maken.

Malen
Van hele korrels krijg je geen suiker. Die moeten fijner. Meneer maalde de gerstenmout dus in de keukenmachine. Dat ging matig tot redelijk. De gebroken korrels bleven een beetje grof.

Maischen
Maischen, een idiote naam maar daar kan meneer niks aan doen, behelst het omzetten van zetmeel in vergistbare suikers. De mout bevat, door het ontkiemd zijn zelf al de noodzakelijke enzymen. Eigenlijk hoeft er alleen verwarmd te worden. Of althans, alleen. Dat is een behoorlijk precies werkje. In ons handboek voor de Vinex-jager wordt het in meer detail beschreven. Meneer overgoot zijn moutgruis met wat van 55 graden. De bedoeling is dat dit goed geïsoleerd weggezet wordt gedurende 35 minuten, maar meneers dekbedisolatiemethode bleek niet zo goed te isoleren. Dat werd al roerend proberen de temperatuur op het fornuis op 55 graden te houden. Dat werd uiteindelijk een schommel tussen 50 en 60 graden, maar dat is gemiddeld 55. Perfect! Hoop ik.
Daarna verhitte meneer zijn wort tot 65 graden. Eigenlijk moet dat door er kokend water op de gieten, maar meneer lette even niet op en plots gaf zijn thermometer 65 graden aan. Tja, we doen het ermee.
Na een uurtje rusten, de wort in meneers bed en meneer zelf met een wijntje naar de horizon starend, verwarmde meneer zijn wortje nogmaals, tot 72 graden. Tenslotte zette hij het wederom weg in bed gedurende een half uur.

Spoelen
Meneer spoelde zijn wort netjes af met water van 80 graden. Wel vond hij dat het restant nogal veel halve of hele graankorrels bevatte, zachte, zoetsmakende graankorrels. Broodnodige suiker dus die hij liever zou willen vergisten dan weggooien. Nog maar een zwieper aan de keukenmachine dan om ook deze suiker los te krijgen.

Afkoelen
Deze bruinige ondoorzichtige wort moest gekoeld worden. Zo snel mogelijk zodat nare microben (die houden van warme suikerstroop) geen kans krijgen. Dat kan met een koelspiraal, maar wie heeft die in huis? Meneer niet. Dan maar de pan in de gootsteen met de kraan open. Helaas ging de pan daardoor drijven en belandde in een onbewaakt ogenblik onder de straal van de kraan. Ah shit, water bij de wort. Werd wel lekker snel koel zo.

Enfin, uiteindelijk had meneer ongeveer 5 liter suikerwater, wat ondanks zijn gerommel behoorlijk overeen kwam met wat de handleiding voorschreef. Hij proefde: waterig zoet. Lekker in ieder geval niet. Een meting liet zien dat hij toch nog een respectabele 4% alcoholpotentieel in zijn pannetje had. Na gist toegevoegd te hebben, cidergist, hij had niks anders in huis zette meneer semi-voldaan zijn toekomstige godendrankje weg.

We zullen zien.

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Pin on Pinterest0

+Er zijn nog geen reacties

Laat jouw reactie achter