Eén glas wijn?

Eén glas wijn?


Meneers plantsoendruif draagt na drie jaar vrucht. Er zit een blosje op en suiker in. Maar wat nu?

De plantsoendruif draagt vrucht. Drie zomers nadat meneer hem in het openbaar groen voor zijn deur plantte verschenen de eerste groene bolletjes.  Opeens waren ze daar, meer uitstulpjes dan druiven. Een soort kappertjes.

Bloesem kan hij zich eigenlijk niet herinneren. Zelfs in zijn zomerse afwezigheid en met matige bewatering groeiden de stulpjes uit tot druiven. Op het oosten, in de schaduw van een plataan, in de barre grond van Amsterdam-Noord. Meneer raakt ontroerd als hij dit schrijft. Hij heeft een zwak voor dappere planten.

Meneer heeft geen idee meer wat voor soort druif het is. Wel dat hij hem met reden aan de gemeenschap doneerde. Het is een tafeldruif. Die hoeft hij niet. Hij wil wijn. Een witte druif was het in iedere geval, leek het tot ver in de zomer. En een zure. Tot enkele weken geleden de vruchten plots paars kleurden en zacht en zoet ontwikkelden. Maar hoe zoet? En zou meneer van die vier trossen dan toch niet één glas plantsoenwijn kunnen maken? Gelukkig heeft hij een refractometer, dé tool om elke douaneambtenaar te verleiden je handbagage te openen. Met een drup op de knop meet hij via de lichtbreking het suikergehalte van een vloeistof en het daarmee het alcoholpotentieel. Kijkt u mee? 

Een kleine 8% alcoholpotentieel, wat neerkomt op zo’n 155 gram suiker per liter druivensap. Best knap voor een eenvoudige plantsoengroeier.

Maar wat zal ik ermee doen?

  1. 3
    reactie via Facebook

    Lekker in een teiltje doen, met blote voeten stampen, en laten fermenteren. Wijn van maken dus en die lekker opdrinken met een stukje megalomane ham (als die nog niet op is)

+ Laat een reactie achter