Kroepoek all the things!

Kroepoek all the things!


Dit artikel verscheen eerder in Elle Eten, het leukste culiblad van Nederland op papier.

Het overleeft de reis nooit ongeschonden. Geknakt in de winterwind achterop de brommer van de bezorger of gewoon, omdat jij je onderweg naar huis niet in kunt houden. En dat terwijl het niet eens echt lekker is: de kroepoek van de plattelands chin-ind. Van oorsprong meer ind dan chin trouwens. Alhoewel, toen de Keuringsdienst van Waarde de kenmerkende lange lappen in 2012 mee naar Indonesië nam herkende niemand ze. De platte vorm lijkt een Nederlandse uitvinding. Lekker vonden ze het evenmin.

De bekendste soort is die van garnalen, de kroepoek oedang. In de toko trof ik ze met garnalenaandeel van 33% tot 4%. Ik hoef je waarschijnlijk niet uit te leggen welke kant van dit garnalenspectrum die platte plakken weggeefkraak zitten. Geen wonder dat de Indonesiërs ze niet bliefden. Die andere 96% bestaat uit tapiocameel, een naar niets smakend zetmeelpoedertje van de cassavewortel dat je koopt bij diezelfde toko, een beetje zout en soms een eitje. Naast de oedang kent men in Indonesië nog tien-, zo niet honderdtallen andere soorten kroepoek. Bij diezelfde toko vond ik bijvoorbeeld ook vis- en krabkroepoek en sinds kort is er zelfs kroepoek uit Zeeland op de markt, gemaakt van diezelfde tapiocameel en respectievelijk uien (43%) en zeewier (23%). Zeker die eerste is waanzinnig lekker. Blijkbaar kun je dus overal kroepoek van maken. Oedang, schmoedang, kroepoek all the things! En jawel hoor, in de afgelopen weken experimenteerde ik succesvol met zwarte bonenkroepoek, winterse erwtensoepkroepoek, Zeeuwse mosselkroepoek, knalpaarse gefermenteerde bietenkroepoek en braadworstkroepoek.

De bereiding is eenvoudig en steeds hetzelfde. Je kneedt tapiocameel en je fijngepureerde basisingrediënt in gelijke delen met een drupje water tot een net niet meer plakkerig deegje. Een snufje zout en een eitje per kilo basismateriaal mag. Rol dit tot een worst of bal, pak het in in aluminiumfolie en stoom het in één tot twee uur gaar. Het wordt gek gelatineus. Laat goed afkoelen en snij zo dun mogelijke plakken die je vervolgens goed droogt, bijvoorbeeld in een lauwe oven. Die plakken zijn zo eeuwig houdbaar. Frituur ze bij acute braadworstkroepoekbehoefte een paar seconden in olie van rond de 200 graden en klaar. Dat gelatineuze is de truuc, alle dingen gelatineus zijn te kroepoekeren: gooi bijvoorbeeld eens een handje mihoen in de frituur. Ook gedroogde zwoerd ploft mooi tot varkenskroepoek of ‘knabbelspek’ en onlangs trof ik zelfs een luchtig krokantje van een gekookte, gedroogde en dun gesneden hertenpenis in mijn frituurpan. Lang verhaal, don’t ask, iets met drank.  Laten we het ‘kroepik’ noemen. No 334 op de kaart.

+ Laat een reactie achter