Ich bin ein schreiber – een kookboekschrijversdagboek

Ich bin ein schreiber – een kookboekschrijversdagboek


Dit stuk verscheen eerder in Elle Eten – het leukste culiblad van Links Nederland.

“Een stuk over het schrijven van een kookboek. Misschien is dat wel leuk.” Was getekend, de hoofdredacteur van Elle Eten. Met zes boeken op mijn naam staar ik naar het scherm. Hoe doe ik dat eigenlijk, een kookboek schrijven? Een zweetdruppel valt op het toetsenbord. Ik besluit een dagboek bij te houden.

T-10 maanden.
Research, research. Stapels literatuur op mijn bureau, een dozijn PDF’s en zoveel tabbladen open dat mijn pc begint te struikelen. Losse kreten, copy-paste blokjes, notes to self, experiment-notities. Chaos in mijn documenten en chaos in mijn hoofd. Al een paar maanden bezig en nog geen lopende zin op papier. Ik prijs me gelukkig dat mijn uitgever niet ‘alvast een hoofdstuk wil lezen’. Wijs geworden na de kratjes post-its op zijn bureau bij eerdere boeken. Dit is de fase met de hoogste pieken en diepste dalen. Het nieuwe kennis vergaderen is fantastisch, het organiseren ervan nog een ramp. Don’t panic.

T-7 maanden
Ik staar weer eens maar weet, het hoort erbij. Het is onderdeel van het proces.  Don’t panic. Na een half uurtje staren en nogmaals koffie inschenken komen de eerste zinnen. Slecht geschreven zinnen, die het uiteindelijke papier nooit halen. Het doet er niet toe. Het gaat om de flow. Die komt altijd. Alle research van de afgelopen maanden braak ik er in een golf uit. Leesbaarheid is voor later.

T-6 maanden
Plots toch een paniekmomentje. Ik ben al weer zes maanden bezig, over de helft. Wat heb ik in die tijd eigenlijk op papier gekregen. ‘s Avonds overleg met mijn partner en samen schonen we een dag in mijn agenda. Blokjes van een uurtje hier en daar werken toch minder goed, die gaan op aan staren, mailtjes, belletjes, Reddit en mezelf googlen.

Ik vraag mijn uitgever Arjan Weenink (Carrera Culinair, bekend van onder andere de kookbijbels) waar een goed kookboek aan moet voldoen. Hij heeft vijf tips (komt hij nu mee):

  1.  Het moet meteen duidelijk zijn waar het boek over gaat.
  2. Ga er vanuit dat de lezer niks weet, zonder dat je het kinderlijk maakt.
  3. Zorg dat alles erin staat, dus niet verwijzen naar andere boeken of internet.
  4. De recepten moeten maakbaar zijn, dus geen ingrediënten die niet te verkrijgen zijn of recepten waar je moeilijke keuken apparatuur voor nodig hebt
  5. en tenslotte,  zorg voor een goede index/register.

T-5.5 maanden
Van 8 tot 2 uur ’s middags  geschreven en me helemaal gek ge-nerd op kerntemperaturen en de log7 reductie van salmonellabacteriën. Ik voel me geweldig. ICH BIN EIN SCHREIBER. Wel één met RSI in zijn onderarmen. ‘t Is dat dochterlief zo thuis komt anders was ik door gegaan tot ‘s avonds. Ik merk dat het goed is om een uurtje voor haar thuiskomst te stoppen. Anders zit mijn hoofd nog te vol en reageer ik afwezig op haar verhalen die ik bovendien onderbreek door naar de laptop te rennen om een ingeving of woordgrap te noteren. 

T-5 maanden
De uitgever mailt: ‘zullen we weer eens afspreken om over het boek te praten’. Oh shit. Dat wordt doorwerken. Ik weet het twee weken uit te stellen.

Van Danny Jansen – bekend vanonder andere 24 Kitchen – verscheen onlangs Vet Lekker– over de Nederlandse streetfoodcultuur. Hij moet even nadenken als ik hem vraag naar hoe hij eigenlijk een kookboek schrijft. “Ik heb geleerd dat ik niet alles meer zelf moet willen doen. Je zit al snel vast in je eigen stijl of receptuur. Van sparren en samenwerken wordt het beter. Ik probeer mij ook steeds te bedenken of ik een boek voor mezelf of voor anderen schrijf. Wat ik interessant vind, interesseert een ander misschien geen bal. Een boek moet ook wel een beetje verkopen. Ik heb zelf gemerkt dat bij mij thema’s als nostalgie, maar ook ‘makkelijk, snel en lekker’ het goed doen. Zelf uitbrengen is trouwens het domste idee ooit. Voor je het weet eindig je met 4000 onverkochte boeken in de gang.” Ondanks dat hij met acht kookboeken op zijn naam geen beginner is, is schrijven nog elke dag een worsteling: “schrijven doe ik met de gordijnen dicht, inspiratiebronnen om me heen en een naderende deadline voor ogen. Alleen dan kan ik me goed concentreren.” Die inspiratiebron kan trouwens van alles zijn:  “ik heb eens heel boek geschreven geïnspireerd op één pinterest-post.” 

T-4 maanden
Gordijnen dicht, licht aan, badjas half open en pennen maar. Ik begin met het lezen, herschrijven en aanvullen van stukken die ik eerder schreef. Volgorde. Grapjes. Zinsopbouw. Elk stuk krijgt zo minstens 20 lagen tekstplamuur. Paar uurtjes lekker geschreven aan nieuw materiaal waarna ik erachter kom dat ik dit onderwerp al behandeld heb in een eerder stuk.

T-2 maanden 
Nu moet ik zo langzamerhand ook de receptuur beginnen, mijn minst favoriete deel. Overweging: doe ik het zelf, of besteed ik het uit. Ik schrijfhandboeken, geen kookboeken.

T-0
Ingeleverd. Met receptuur. De euforie duurt een minuut of vijf. Zoals elk groot project bestaat het afronden van een boek eerder uit veel kleine piekmomenten dan één grote: het inleveren, de eerste drukproef, het eerste exemplaar, de boekpresentatie, de eerste royalty-afrekening. Wanneer moet ik nou echt blij zijn.

T+1
Oh ja. De correcties. Geen piekmomentje. Andere mensen die plotseling iets vinden van jouw levenswerk. Bovendien moet je het boek dat je inmiddels kotsbeu bent nog zeker tien keer doorwerken, speurend naar spelfouten, verschoven komma’s in de de receptuur en dubbele lidwoorden. Ik besluit nooit meer een boek te schrijven.

T+3
Het eerste exemplaar in handen. ICH BIN EIN SCHREIBER!

+ Laat een reactie achter