Suikerspin en sportsokkentrauma

Suikerspin en sportsokkentrauma


Dit artikel verscheen eerder in Elle Eten, het meest glutenvrije tijdschrift van de wereld.

Mijn dochter heeft de neiging nogal nutteloze cadeaus voor haar verjaardag te vragen. Vorige jaar: een grijpautomaat. Zo eentje die je ook vindt op de kermis maar dan in het mini. Met – wat zijn ze toch knap – wel precies evenveel geluid. Het monster is na een keer of vijf gebruikt te zijn kapot of anderszins ongebruikt verdwenen in de Grote Kast der Nutteloze dingen. Zij maakt listig gebruik van mijn eigen jeugdtrauma. Elk jaar kreeg ik iets nuttigs: een dierenencyclopedie, een globe, een nieuwe winterjas of een paar sportsokken. Dat gun ik niemand. Dit jaar wil ze een suikerspinautomaat en hoewel haar voorkeur voor kermisgerelateerde cadeaus me zorgen begint te baren (op haar 18e een botsauto?) gaf ik natuurlijk onmiddellijk toe. Maar niet voordat ik probeerde hem zelf te maken.

Fascinerend spul eigenlijk, dat suikerspin. In de huidige vorm in 1899 uitgevonden door een snoepmaker en een tandarts. Slim. Zo creëer je je eigen markt. Het is een beetje de grijpautomaat onder de voedingsmiddelen: groot, schreeuwerig en aantrekkelijk, maar je hebt er niks aan. Puur suiker zonder enige voedingsstoffen. Verschrikkelijk slecht is het overigens evenmin, hij is wel groot, maar ook licht en bevat slechts 15 gram suiker per spin. In een colaatje zit meer. 

De techniek achter de suikerspin is dat je kleine druppeltjes loeihete gesmolten suiker heel hard in het rond slingert waarbij die -hopelijk voordat ze je gezicht of onderarmen bereiken- afkoelen en stollen tot dunne suikerdraadjes. Typisch een experimentje voor mij. First step: de loeihete suiker. Dat is niet zo moeilijk. Twee delen suiker en één deel lekker hysterisch met voedingskleurstof opgekleurd water dat je zonder te roeren tot 150-155 graden in een pannetje verhit geeft de juiste consistentie. Zonder suikermeter is dat als het nét begint te kleuren.

Vervolgens iets dat ronddraait. Ik kwam na enig zoeken in mijn huis tot een elektrische tandenborstel, een areolette melkopschuimer, een staafmixer, een schroefboormachine, een haakse slijper en een apparaat onder het bed van mijn vriendin. Nu is maar één ding dat een haakse slijper nog levensgevaarlijker maakt en dat is rondslingerende hete suiker en de tandenborstel en de draaiende genotsknots werden om ‘gatver’- en ‘ditschrijfjetochnietechtophe’-redenen ook terzijde geschoven. Het speelveld: een kartonnen doos. Het dippen van de garde van de staafmixer in de karamel en die vervolgens aanzetten werkte acceptabel. De draadjes bleven wat dik waardoor de spin te veel crunch had. De areolette deed hetzelfde maar dan slechter. Een echte suikerspinmachine heeft een bakje in het midden met gaatjes waardoor de suikersiroop naar buiten slingert. Ik besloot dat na te maken met jampotdeksel waarvan ik de rand perforeerde en die ik met boutje en moertje in het midden vastzette op een boormachine. Terwijl ik al draaiende hete suikersiroop erin goot ontspon de spin zich als een wollen deken in mijn doos. Eureka! Het mooie is: die 1/3e water kun je vervangen door iets anders: biersuikerspin, zoete rodewijnspin, citroentjemetsuikerspin. Zo wordt een bezoekje aan de kermis plots wel leuk. Op haar verjaardag nam dochterlief de ingepakte kartonnen doos met schroefboormachine en een koffiesuikerspin van haar glunderende vader aan. “Mag ik niet gewoon een paar sportsokken?”

Geef een reactie