Meer Slowaakse klassiekers

Meer Slowaakse klassiekers


Slowaaks lekker eten

“Is het lekker?” vraagt vriendin Wateetons. “Ja” antwoordt meneer. “Althans, Slowaaks lekker.” Naar Slowakije ga je voor de natuur, de ruimte en misschien voor de wijn. Je gaat duidelijk niet voor het eten. De keuken is boers, onverfijnd en niet bijster gevarieerd. Maar gegeten moet er toch, en als je jezelf in de Slowaaks lekker-stand zet valt er best wat te genieten. De kosten van uit eten gaan liggen niet erg hoog. Een voorgerecht als een soep kost een euro of drie tot vijf. Een hoofdgerecht zeven a acht. Meest opvallend zijn de wijnprijzen. Een 100 ml glas, iets minder dan je bij ons krijgt, kost soms maar 80 cent en dan drink je een terraswijn van het niveau ‘we hebben Chardonnay of Sauvignon blanc’. Meer dan 1,50 ben je sowieso nooit kwijt. Het bier komt per halve liter en bevat 10-12% alcohol. Anders heet het limonade.

De soepen. Slowaken houden van soep. Gevulde soep, hartige soep, rijke soep. Een kom is een maaltijd op zich, zeker met de twee dikke snedes brood die je erbij krijgt. De Slowaken zien dat anders, en wezen ons minzaam op de tekst ‘bijgerechten kunnen alleen besteld worden bij een hoofdgerecht’ toen we de soepkom wilden supplementeren met slechts wat aardappelpannenkoekjes. (We zijn nog altijd aan de lijn). “Soep is soep”. Dus namen we een extra voorgerecht: aardappelkoekjes. Dat kon wel.

Favorieten zijn knoflooksoep (Cesnaková Polievka), helder (meestal) of romig, aardappelsoep (Zemiaková Polievka) en zuurkoolsoep (Kapustnica). De knoflooksoep bevat zonder uitzondering een complete bol knoflook per kom, terwijl de laatste het moet doen met drie sliertjes kool. Daar staan dan wel weer een paar worsten en een halve voorhand van een rund tegenover. De soepen in dit land zijn écht – onslowaaks- lekker. Vooral met aardappelkoekjes.

Goulash: vriendin Wateetons keek er niet naar uit. Ze lust alles, behalve paprika. Geen goulash voor haar. De Slowaakse goulash (Gulášová Polievka) bleek echter te bestaan uit louter stoofvlees in een dikke saus, zeer hoog op smaak gebracht met onder andere kruidnagel, en licht pittig. Erbij slechts drie sneden gestoomd wit brood, een soort gigantische ongevulde bapaos. We aten ze in de bergen van hert, in de stad van rund. Bijna Onslowaaks lekker.

Gebakken kaas. Die kan zowel bestaan uit de eerder beschreven piepkaas, en dus zout en omgesmolten of een enorme klont goudse kaas met paneermeel die net iets te afgekoeld ter tafel komt. Erbij: dunne frietjes (ook afgekoeld of te kort gebakken of – een mens mag dromen- allebei) met een mierzoet aangemaakte salade en tartaar saus. Onslowaaks vies. Vyprážaný syr heet het, maar vergeet dat maar weer snel. Een recept wil je ook niet. Echt.

+Er zijn nog geen reacties

Laat jouw reactie achter

Geef een reactie