Fallus-hunten met Casa Foresta


Mooie tijden, gisteren in het Sonsbeek park te Arnhem. Meneer mocht met Edwin Florès (hoe komt iemand toch aan zo’n naam) van Casa Foresta het bos in om paddenstoelen te leren herkennen. Meneer voegde de  rodekool zwam, smakelijke russula, fopzwam, stobbezwam en sombere honingzwam toe aan het handjevol dat hij al kende. Maar de erecte kroon op zijn myclogische middag, de Spaanse kraag op zijn huntersoutfit was de bospik.

De bospik. Ook wel Grote Stinkzwam of phallus impudicus genaamd, doet alle vormen van zijn naam eer aan. Geboren uit een al evenmin erg aantrekkelijk en slijmerig ‘duivelsei’ wasemt hij, fier in de wind, met een beschimmelde kop een niet te harden aas- of camembertgeur uit.  De bospik is derhalve de enige paddenstoel die zelfs voor een visueel gehandicapte hunter makkelijk te herkennen is. Bovendien zie ik een grote rol voor hem weggelegd in de acceptatie van onze minder bedeelde medemens. Waar de headset al bijdroeg aan  normalisering van  de schizofrene zelfpratende grote stadsdwaler (“oh, hij is gewoon aan het bellen”), kan de phallus impudicus de eventuele bijkomende onwelriekendheid verklaren. “Hij stinkt helemaal niet, hij is gewoon paddenstoelen aan het hunten! In de vuilnisbak.”

Comments

comments

+ Laat een reactie achter