Maar, wat is het?

image

2014-04-14 06.51.35

 

Wat is het? Meneers eten voor de maandag. En dinsdag, woensdag en de rest van de week. 450 gram zelfgemaakte Soylent bestaande uit 1800 kc met een verhouding van 40% koolhydraten, 35% eiwit en 25% vetten. En heel veel pillen en des avonds één stukje chocolade en een glas wijn. Het moet wel leuk blijven. Dit alles voor een stukje, in de Elle Eten. Het wordt een zware week.

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Watwinkeltons

kijk dan

Oeh, ah, een echte webshop. Alle boeken van meneer te koop bij meneer. Met een handtekening van meneer.  Of een persoonlijke tekst, vette vinger of druppeltje spuug natuurlijk.   ‘t Ziet er niet uit en meneer vindt ideal te duur, maar verder werkt het. En Over Rook is te preorderen! De t-shirtshop brengt meneer u ook graag nog eens onder de aandacht.

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Ti Ta Tofoenaar

(dit artikel verscheen eerder in het leukste culiblad van Nederland, Elle Eten)

Tofu, Tofoe of Tahoe. Dòufu desnoods, als je interessant wilt doen. Geen gebrek aan exotische schrijfwijzen voor deze saaie witte waterklomp. Aan verschijningsvormen trouwens evenmin. Tofoe laat zich namelijk uitstekend ombouwen tot vegaburgers, vegaworstjes en vegagehakt zodat je als vegetariër net kunt doen alsof je vlees eet. Maar ik doe tofoe tekort. Het heeft namelijk, ook buiten de vegetarische hamburgers, van zichzelf al veel meer verschijningsvormen dan de karakterloze witte blokken die je uit het versschap van de supermarkt kent. Die laatste behoren tot de steviger variant, prima geschikt om te bakken of te frituren. Maar er bestaat ook zoiets als de Japanse zijden tofoe. Vanwege de zachte en kwetsbare structuur, die vagelijk aan pudding of pannacotta doet denken, wordt deze nog wel eens ingezet als roomvervanger door onze veganistische vrienden. Ook heel puddingachtig, zij het aanzienlijk minder veganistisch, is de eveneens Japanse eiertofoe. In het bereidingsproces worden rauwe eieren door de sojamelk gemengd wat het een smakelijk vanillekleurtje geeft. Puddingachtig, leuk, maar daarmee nog altijd niet bijzonder spannend. Het blijft wel tofoe natuurlijk. Maar, je houdt het nauwelijks voor mogelijk, zelfs voor iemand mét smaakpapillen zijn er tofoevarianten. Denk bijvoorbeeld aan de, dankzij de rijsttafelvoortweepersonenmetbami van de chin-ind redelijk bekende tempeh. Bij deze Indonesisch tofoevariant wordt tijdens de bereiding soja geënt met een schimmel (rhizopus oligosporus, als je het per se wilt weten). Dat maakt het een beetje de Roquefort onder de vleesvervangers. Hoewel welbeschouwd de Roquefort zelf misschien meer recht maakt op deze titel. De smaak is notig en kazig, en ontegenzeggelijk meer uitgesproken dan een plak watertofoe of een sojaschnitzel. Maar het kan nog uitgesprokener. Aan het eind van dit spannendsojaspectrum, of iets daar voorbij, ligt de stinky tofoe. Daarvoor wordt verse tofoe enkele weken tot maanden in een pekelbad met verzuurde melk, groenten, vlees en/of rauwe vis gelegd. Poep en kots zijn tegen die tijd veelgebezigde associaties. Knappe Vegetarische Slager die daar nog lekkere kipstukjes van maakt.

Mocht je nog trek hebben, tofoe laat zich uitstekend zelf maken. De Engelse naam voor tofoe is beancurd: ‘bonen wrongel’. Dat doet denken aan kaas, en dat klopt. Tofoe is gestremde sojamelk, sojakaas dus eigenlijk. Om te beginnen heb je dus sojamelk nodig. Dit kun je maken door sojabonen te weken, te pureren, te koken en te zeven. Leuk, maar tamelijk bewerkelijk en bovendien heeft lang niet elke toko deze bonen in het schap. Pakken sojamelk daarentegen staat zelfs in het schap van de supermarkt. Koop de ongezoete variant, tenzij je de puddingvariant ambieert. Stremmen met het stremsel dat je voor kaas maken gebruikt werkt bij sojamelk niet. Je hebt er ‘gypsum powder’ voor nodig. Op internet vind je talloze tranentrekkende forumposts over teleurstellende tokospeurtochten naar dit mysterieuze goedje. En dat terwijl de Bart Smit je voor een paar euro een pond meegeeft. Je krijgt er nog een rode condoom in de vorm van een dolfijntje-op-een-rots bij ook. Dit ‘gypsum powder’ is namelijk niets anders dan gips,  als voedingstoevoeging ook bekend staand onder de naam calciumsulfaat of E516. Meer dan een theelepeltje heb je niet nodig, dus er blijf genoeg over voor een My little Pony voor je dochter of een afdruk van een kastanjeblad. Verwarmde een liter sojamelk tot 70-75 graden en voeg twee in een borrelglaasje water opgeloste theelepels gips toe. Na een kwartiertje zal de melk gestremd zijn tot een soort sojavla. Laat de vla een nachtje uitlekken in een schone zakdoek tot een stevige tofoe. Of gebruik diezelfde zakdoek en een in de lengte doorgesneden melkpak met gaatjes erin als je hecht aan de traditionele blokvorm. 1 liter sojamelk (ongezoet) levert circa 350 gram tofoe. Naar smaak direct bakken of er rottende vis aan toevoegen.

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Fijne reclame

via Foodiggity

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Rooksignalen – de ‘wat ben je aan het doen’ van toen

over rook cover 3

Over een maandje ligt hij in de winkel: Over Rook. Hier een voorproefje, dat de final cut niet gehaald heeft.

Zodra de rook je kast verlaat verliest het zijn nut. Je kunt er hoogstens nog de longen van je kroost mee paneren of je buren mee ergeren, maar dat was het wel. Or is it?

Lang voor onze jaartelling werd rook al gebruikt om statusupdates mee te versturen. De Chinese muur bijvoorbeeld, had een ingenieus systeem van rooktorens waardoor boodschappen binnen enkele uren honderden kilometers konden afleggen. Nu moet je je van de informatiedichtheid van die signalen niet te veel voorstellen. Hoe meer rookwolken (of fakkels in de nacht) des te meer vijanden. Zoiets. Simpel, maar effectief. Het verhaal gaat dat de Chinezen bij voorkeur gedroogde wolvenpoep gebruikten voor deze rooksignalen. Men was namelijk in de veronderstelling dat wolvenpoeprook altijd recht omhoog stijgt, ongeacht de windsterkte. Dat konden ze zien aan de vorm van het darmkanaal van het beest. Voor de kameel gold (maar dat had je geraden) hetzelfde. Nu zijn er inderdaad serieuze Chinese geschriften gevonden waarin deze hypothese wordt geopperd, maar op de vele torens die door archeologen zijn onderzocht zijn nauwelijks sporen van wolvenpoep ontdekt. Een volk dat in staat is een muur van een paar duizend kilometer lang te bouwen, is blijkbaar ook snugger genoeg om een dergelijke hypothese in één winderige dag omver te blazen.De Grieken pakten het wat uitgebreider aan, zij hadden een systeem waarbij elke letter van het alfabet een eigen rook- of fakkelcode had. Het alfabet werd opgedeeld in vijf groepjes letters, en elke letter bestond uit een ‘groepje’-code en een ‘positie’-code. Een serie van drie en vier fakkels betekende dus ‘groep 3, 4e positie’: Ö. Als je er niet 16 tweets per dag mee wilt versturen werkt het best aardig.

Door de eeuwen bleef rook populair als communicatiemiddel. Tot in de vorige eeuw gebruikten de Noord-Amerikaanse indianen en Australische Aboriginals rook om gevaar of positie weer te geven. Vandaag de dag worden rooksignalen nog maar weinig gebruikt, en van een rookalfabet is al helemaal geen sprake meer. De informatiedichtheid is zelfs weer ouderwets dun. De katholieke kerk kent sinds 1870 het binaire rooksignaal: zwart is ‘geen paus’ en wit betekent ‘wel een paus’. In 1958 ging dat even mis toen er per ongeluk grijze rook uit de schoorsteen kwam. Paniek op het plein. Sindsdien gebruikt het Vaticaan militaire rookbommen met duidelijke #FFFFFF of #000000 op de verpakking. De enige groep die nog echt rooksignalen inzet zijn de padvinders: één rooksignaal betekent ‘let op’, twee betekent ‘alles is goed’ en drie signalen betekent ‘gevaar’ of ‘ik heb hulp nodig’. Als je één signaal onthoudt, laat het dan die laatste zijn, want die wordt ook herkend door verkenningsvliegtuigen en reddingshelicopters. Handig voor als de verkeerde afslag hebt genomen tijdens een jungletocht, of verdwaald bent in de Ikea. Waar je ook gaat, altijd je rookkast meenemen dus.

 

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

De goodybag to end all goodybags (2)

2014-03-31 15.25.07

Afgelopen maandag kwam het neusje van de eetschrijvende zalm bijeen voor een middagje schransen en socializen op de jaarlijkse culiperslunch. Meneer was er ook. Zeven jaar wateetonsen en nog steeds heeft de rest van de zalm niet door dat meneer maar wat aanrommelt. Met een stapel visitekaartjes in zijn hand, en een cocktail in de andere flaneerde meneer tussen de culikraampjes, links en rechts journalisten-die-wel-weten-wat-ze-doen begroetend. ‘Meeeeid, wat zie je er goed uiiiit’. Meneer zag er inderdaad erg goed uit.  Hij proefde een plakje entrecote van C.E.O. uit Rotterdam,  een vers gedraaide Beter Leven kroket (een halve, hij wil er morgen ook nog goed uit zien) van Kwekkeboom, proefde een plakje Franse worst (te veel nitriet en te weinig smaak) en wist als een ware journalist een scoop te ontfutselen (binnenkort zal in Amsterdam streetfood beperkt worden toegestaan). Hij babbelde heel leuk met een pas gestarte importeur van Spaanse hammen, liet zich een derde HelloFresh-tas aanpraten, leerde dat het boek dat hij zelf had willen schrijven deze zomer in vertaling op de Nederlandse markt komt en maakte een compliment over koekjes aan een meisje dat daarbij ongemakkelijk meldde slechts van het PR-bureau te zijn. Die conversatie kwam niet meer goed, hoeveel kaartjes ze nog uitwisselden. Gelukkig was er ook een mevrouw die om een redenen die in een mist van theecocktails zijn verdwenen een foto van meneers gesp wilde maken, en daarom 2 minuten met haar iphone over zijn kruis gebogen stond. Dat kwam dan wel weer helemaal goed. Meeeeid!

En toen was er de goodybag. Oh, die goodybag. Nog zwaarder, voller en lekkerder dan die van vorig jaar. Met een DIY-koekpot, nougat, thee, chocolade, nog meer chocolade, garnalen (!), biefstukken en entrecotes, honing, kookboeken, chips, avocado olie, pimentón, een onduidelijk maar recyclebaar bord, superfoods en chocolade. Al een week lang trekken mevrouw en meneer na de elke uit de goodybag bereide maaltijd blind een dessert. Altijd een verrassing, altijd lekker. Alleen geen zalm. Dat is jammer.

(Brenda maakte mooie foto’s)

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Beste worstje *ever*

Dat_is_toch_een_mooi_worstje__2__overworst Da_s_toch_een_mooi_worstje__overworst

Veel mooier dan dit wordt het niet, voor de thuisworster. Meneer Wateetons nam:

  • drie delen mager rundvlees
  • drie delen mager varkensvlees
  • twee delen vetspek
  • 25 nitrietpekelzout per kilo
  • 2 gram dextrose per kilo
  • 3 gram grofgemalen peper per kilo
  • een stuk fuet van AH excellent
  • de darm van een fuet van AH excellent
  • dunne varkensdarmen

Of zoiets, hij is zijn aantekeningen kwijtgeraakt. Hij vermoedt dat hij er vervolgens het volgende mee deed.

Mager vlees, samen met de fuet, malen door een fijne plaat, en de spek grof snijden (niet malen).  Goed mengen met de overige ingrediënten, behalve de huid. Vul de worsten. Fuetdarm in wat lauw water weken tot alle schimmels eraf zijn en het water troebel is. Schimmelwater in een ziploc doen, worsten erbij en even lekker schudden. Stop de worsten vervolgens in een nieuwe ziploc, sluit af en laat een dag of 5, en als je je moedig voelt 8, hangen op kamertemperatuur. Verplaats ze naar een droogruimte, waar het rond de 11-15 graden is, en hou de luchtvochtigheid nog een paar dagen hoog zodat de schimmel zich kan ontwikkelen (bij meneer was die iets laag vandaar dat de schimmel zich niet helemaal egaal over de worst heeft verspreid). Droog een week of drie tot eenderde tot de helft gewichtsverlies is bereikt.

Boem. Beste worstje ever.

 

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Over Rook een maandje vertraagd

over rook cover 3

Hij komt, hij komt. Maar wel een maandje (ofzo) later dan gepland. De teksten zijn klaar, de recepten zijn gereed, Tijs Koelemeijer is hard bezig met de opmaak,  en meneer is in remissie volgens zijn longarts. Kortom, nog even geduld.

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Ik twijfel

kijk ze daar super liggen

Nu ze ook bij de Action liggen, betekent dat de doorbraak of juist het einde van de superfoods?

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Deze kok gaat het ver brengen

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest
Meneer’s zomerproject – de pizzaoven

Volg hem hier. De kneus.
dots
dots
Watwinkeltons – boeken en t-shirts

dots
Leer worstmaken!

dots
Watatons
Categorieën
dots
dots
Over meneer
dots
Niks te zien hier, voor je kijken doorlopen
dots