#Trots

2014-09-20 20.24.45 2014-09-20 20.24.59 2014-09-20 20.25.00

Dochter Wateetons bouwt een val. Voor muggen, vooruit. En buiten het seizoen. Maar je moet als startende vinexjager ergens beginnen.  En ze gebruikt cidergist.

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

We proberen het maar weer eens: cider

appeltjes

Een terugkerend roestbruin prutfeest op wateetons.com: het ciderfestijn. Met dit keer, nogmaals, de appeltjes van de bomen van De Drie Wateetonschen. Niet bijster grote, mooie of smakelijke appeltjes. En ze rotten voor je ogen van de tak af. Maar, als je er op tijd bij bent zijn het er genoeg voor een paar flessen appelbruis. Twintig kilo was de oogst dit jaar. Een veelvoud ervan lag al weer op de grond te verschrompelen.

2014-09-19 13.09.42 2014-09-19 13.28.162014-09-19 13.48.28

Meneer waste de appels met de douche, sneed de grotere doormidden en verwijderde rotte plekken. Die twintig kilo haalde hij door een sapcentrifuge van de Lidl. Geen pretje kan ik u vertellen. Elke 10 appels moet het kreng schoon gemaakt worden. Het sap en de prut voegde hij weer bij elkaar in een gistingsemmer. In de prut zit namelijk zowel veel smaak, als veel sap. Zestien liter in totaal leverde dit op.

Hij gaat dit keer niet voor wilde vergisting, dat was vorige jaar niet zo’n succes maar maakt eerst alle bacteriën, schimmels en gisten kapotdood met 2 gram sulfiet per 10 liter. Nu 24 uur wachten. Met een rode wijn in de hand.

2014-09-19 13.48.11

Zie hier voor stap 2: het uitpersen

 

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Dat wordt weer cider maken

appeltjes

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Nieuw: Kop tot staart workshop

blv-logo2[1]

getfile

Er groeit een nieuwe loot aan de inmiddels knoestige workshopstam van meneer. In samenwerking met Boergondineren (die fijne locatie waar meneer ook zijn workshops worst maken en roken geeft) en Beemsterlant’s Varken organiseert meneer een Kop tot Staart workshop. In deze workshop leer je álles over het varken: zijn leven, zijn sterven, zijn smakelijke onderdelen en natuurlijk de bereiding daarvan. Een hele zaterdag lang!

Rond het middaguur (12:00) verzamelen we bij de boerderij van Beemsterlant’s Varken, waar we na de koffie gedurende een uur een rondleiding krijgen ‘van Zaadje tot Karbonaadje’. Een half varken nemen we mee. Daarmee vertrekken we naar de boerderij van Boergondineren, aan de rand van Amsterdam waar een lunch op ons staat te wachten. Na de lunch zal chefslager en meester worstmaker Arend ten Wolde demonstreren hoe je een varken uitbeent. Leer waar de speklappen vandaan komen, en waar de varkenshaas en kinnebak nou precies gelokaliseerd zijn. Uiteraard gaan we deze delen vervolgens verwerken tot worst, meneer Wateetons’ specialiteit. Maar we maken ook paté, bacon, BBQ’d ribs en nog veel meer. Draaien, roken, koken en smoken! Tenslotte eten we dit heerlijks op, en wat er over blijft (en dat is heel veel) krijg je mee naar huis. Voor de drank en bijgerechten wordt gezorgd door Boergondineren. Zij die daar wel eens een workshop gevolgd hebben weten dat Sacha ervoor zorgt dat het ons aan niets ontbreekt.

Een hele dag smakelijk  en leerzaam varkensvertier! Leer dit prachtige dier écht kennen.

De data voor 2014

zaterdag 25 oktober

zaterdag 13 december

De kosten

€125 euro per persoon

Opgeven

Geef niet op! Meld je aan via meneer at wateetons.com

 

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Dooie vissies

IMG_7248 (Small) IMG_7204 (Small) IMG_7195 (Small) IMG_7191 (Small)

Mevrouw Wateetons zal het beamen, meneer kan geen brug overlopen, kanaal passeren of sloot doorwaden zonder stil te staan om te kijken of hij vissen ziet. Samen naar de markt gaan zit er al helemaal niet meer in, meneer heeft alleen maar oog voor de viskramen. Groot was dan ook zijn blijdschap toen hij (zonder mevrouw, zij ook blij) werd uitgenodigd om de visafslag van Scheveningen te bezoeken ter promotie van het Haags festival VISSCH dat aankomend weekend gehouden zal worden. Dat hij daarvoor om 4:15 uit zijn bed moest had hij er graag voor over. Vissen zijn ochtendmensen.

IMG_7253 (Small) IMG_7206 (Small) IMG_7187 (Small) IMG_7188 (Small)

Het was mooi. Ondanks dat het volgens de rondleidingmeneer van Simonis een stille dag was, binnen een toch al jaren gedecimeerde visaanvoer, had meneer nog nooit zo veel schubben bij elkaar gezien. Verse vissen, van zwaardvis tot sprot en van schar tot schol. Allen met kraakheldere ogen, intacte slijmlaag, stevig vlees, heldere kieuwen en nagenoeg geen visgeur. “Want verse vis ruikt naar zeewier” doceerde de keurmeester. “Niet dat ik weet hoe zeewier ruikt” voegde hij er aan toe. In ieder geval niet naar vis. Meneer leerde, naast deze versheidsindicatoren, dat schol, poon en schar ondergewaardeerde vissen zijn die je momenteel voor bijna niets kunt kopen. Hij zag de grijze poon op de afslag weggaan voor rond de €0,30 per kilo en de schol voor een euro. Althans, dat denkt hij. Zo’n veiling is voor een buitenstaander nauwelijks te volgen. De tarbot daarentegen vond men overprijst. Lekker, maar niet zo lekker dat hij dat geld waard is. Iedereen die hij sprak verzekerde meneer ervan dat er meer dan voldoende vis in de Noordzee zit. Andere vis dan vroeger, dat wel. Door de opwarming van de zee verdwijnt de kabeljauw naar het noorden, terwijl er nu bijvoorbeeld zeebaars gevangen wordt die vroeger niet voorkwam. Nu was er niemand van Greenpeace, of de EU, uitgenodigd dus mogelijk is die informatie wat gekleurd. Over die laatste werden harde woorden gesproken: een algeheel gebrek aan kennis, handjeklap met quota en ingrijpende maatregelen en eisen die zowel vissers als visstand schaden.  Aan de andere kant, dergelijke maatregelen bleken wel de katalysator van technische innovaties als het pulsvissen, waarbij vissen niet met kettingen maar met elektrische stroom het net in gejaagd worden, wat zowel minder bodemberoering als brandstofverbruikt geeft. Enfin. Meneer weet het het ook allemaal niet. Feit is dat hij dol is op dooie vissies. En dat dooie Noordzeevissies lekker, gezond en lokaal zijn en dat we er, in verhouding tot vlees, veel te weinig van eten.  We laten maar liefst 90% van de aanvoer uit Scheveningen naar het buitenland vertrekken terwijl we een smakeloze diepvriespanga (misprijzend ‘antibiotica-lappies’ genoemd) uit Zuid-0ost Azië in de pan gooien. Onbegrijpelijk.

IMG_7165 (Small) IMG_7175 (Small) IMG_7171 (Small) IMG_7219 (Small)

Tijd dus voor een feestje, om de Noordzeevis in het zonnetje te zetten (maar niet te lang, denk aan zeewier): VISSCH!

Op 5, 6 en 7 september 2014 staat dit meest bekende Haagse streekproduct centraal tijdens VISSCH. Het festival draait om het bereiden en proeven van vooral lokale vis (uit de Noordzee); een 6-tal (vis)restaurants uit Scheveningen geven daarbij hun culinaire kijk op eigentijdse visbereiding.

Het culinaire gedeelte wordt omlijst met een muzikaal en inhoudelijk programma. Naast lezingen door zeegerelateerde kunstenaars als Hugo Schuitemaker en Bruno van den Elshout kunnen bezoekers op een bijzondere lokatie korte visdocumentaires bekijken in de VISSCH-cinema. En workshops over vis-wijn combinaties worden afgewisseld met ontdekkingsreizen naar de vloedlijn voor jeugdige bezoekertjes. Voor de muziekliefhebber staan oa de Haagse iconen Splendid, the Raspers en Friends of the Family geprogrammeerd.

Meer informatie op de website.

Meeuwen houden wel van Noordzeevis

Meeuwen houden wel van Noordzeevis

 

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Ken uw microbe

Ken uw microbe

Dank Joris voor de tip.

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Een vraag, een antwoord

Hallo Meneer,

Ik loop al een tijdje met een vraag en ik kan het antwoord maar niet vinden. Ook met de informatie uit uw boek kom ik er niet helemaal uit. Vandaar een mailtje in de hoop dat u het me uit kunt leggen.
Vooraf: ik ben een fervent bbq-er en beginnend roker. Voor het roken heb ik een UDS, dus een groot olievat waar ik warm in rook. Zeg je bbq, dan zeg je bacon en toen ik er op het forum van het bbq genootschap achter kwam dat je dat zelf kunt maken, moest dat natuurlijk gebeuren. Dus, het “standaard” recept aangehouden (zie hier een draadje)  en voila, heerlijke bacon, niets mis mee. Maar daarna wil je meer, iets anders, iets nog lekkerders. En dus wilde ik maple cured bacon maken [uit het boek Charcuterie van Ruhlman & Polcyn, MW] .
Maar dan komt er een hele discussie op gang over nitrietpercentages en wordt er dood en verderf gezaaid vanwege botulisme. In dit draadje kun je lezen hoe dat gaat… Kortgezegd komt het er op neer dat men beweert dat je maple cured bacon alleen kunt maken met pink salt met een nitrietgehalte van 6%. Als je colorozo zout zou gebruiken, zou je veel meer zout nodig hebben en de bacon uiteindelijk dus te zout worden.
Omdat de beheerders van het forum het zelf ook niet precies weten twijfel ik. Volgens mij kan ik het zout en nitrietzout in het recept gewoon vervangen door colorozo zout. Misschien iets meer zout gebruiken, maar niet zodat het geheel te zout gaat worden. Om de bacon een maple sirup smaak te geven zou ik ook het standaard recept kunnen gebruiken en dan een scheut siroop toevoegen, zonder dat ik me zorgen hoef te maken over het nitrietgehalte.
Ik kan nergens een duidelijk antwoord vinden en om zo maar te gaan experimenteren lijkt me nu ook niet zo verstandig… Zou u me kunnen en willen adviseren?
Alvast bedankt voor uw tijd en moeite.
Groeten Frank
Frank,
Dank voor je vraag. Interessante materie en ik kan me de verwarring voorstellen. Temeer daar Ruhlman & Polcyn ook niet altijd vreselijk duidelijk zijn. Fijn en inspirerend boek, dat wel.Zout en nitriet voeg je toe ter conservering. Om je vlees voldoende veilig te maken (en nog steeds eetbaar te houden) moet je uitkomen op een (eind)zoutgehalte van ongeveer 3%. Je kunt dat doen door nat pekelen of droog zouten. Ik heb hier vrij uitgebreid over geschreven in Over Rook, in het hoofdstuk over zouten. Het voert te ver om hier dat te herhalen. Je hebt een nitrietgehalte van 0,15 gram per kilo nodig om Clostridium Botulinum vermenigvuldiging tegen te gaan. Bij gebruik van nitrietpekelzout/colorozozout in plaats van keukenzout kom je, uitgaande van die 3%, uit op de voor veiligheid voldoende hoeveelheid nitriet per kilo, namelijk 0,18 gram. Bij het recept van Ruhlman & Polcyn voor maple cured bacon kom je uit op ((6% van 12 gram)/2,25) = 0,32 gram nitriet per kilo. Dat is aan de hoge kant, maar er gaat me hun zoutmethode ook wel wat zout verloren (zie het plaatje op blz 84, alwaar je ziet dat ze het er vrij grof overheen gooien, en ook wel eens ernaast). Het vlees verliest ook vocht tijdens het zouten waarbij er ook wat zout en daarmee nitriet verloren gaat. Ze droogzouten met ca 30 gram per kilo. Als je droogzout met 30 gram nitrietpekelzout in plaats van hun kosher salt/pink salt mengsel kom je nog altijd aan een veilig nitrietgehalte (0,18 g/kg). Zeker als je dat doet in een vacuumzak. Je kunt in dit recept volgens mij dus zonder noemenswaardig gevaar voor botulisme het zout vervangen door nitrietpekelzout.

Nog wat extra relativering. Ten eerste, over een overdosis nitriet hoef je je niet zo veel zorgen maken. Ter illustratie: Paul van Trigt geeft in zijn boek Charcuterie 2 (blind kopen als je het geld ervoor hebt) het recept voor ontbijtspek: 45 gram nitrietpekelzout per kilo (=0,27 gram nitriet per kilo). Daar gaat bij het naspoelen van de bacon iets van verloren maar het blijft een forse dosis boven wat nodig is. En dat eet iedereen in Nederland gewoon onder zijn gebakken eitje. Ten tweede: als je botulinevergiftiging krijgt heb je een fors probleem. De kans dat het je overkomt is echter verschrikkelijk klein. Per jaar sterven er in de VS minder dan twee handen mensen aan botulisme, 20x minder dan bijvoorbeeld aan bijensteken en verwaarloosbaar tov voedselvergiftiging door andere bacteriën. Ten derde: Clostridium Botulinum vermenigvuldigt zich in de temperatuurrange van 3-45 graden, met een optimum van 35 graden. Als je koelkast een beetje goed staat is de bacterievermenigvuldiging tijdens het droogzouten dus gering. Ten vierde: de bacon in dit recept wordt uiteindelijk gegaard en niet langdurig gerijpt of koud gerookt (omstandigheden waarin clostridium botulinum zich veel liever vermenigvuldigt).  Al met al durf ik de stelling aan dat je dit recept zelfs zonder noemenswaardig risico zonder nitriet zou kunnen maken (maar ik zal het zelf altijd met nitriet maken).

Disclaimer: ik ben maar een gewoon schrijvertje, en niet opgeleid als voedseltechnoloog of slager.

Enfin, een heel verhaal. Hopelijk maakt het wat duidelijk. Zoals gezegd, in Over Rook ga ik wat dieper in op pekelen en droogzouten.

Groet!

Meneer Wateetons

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Sambal bij?

Dit stuk verscheen eerder in ingekorte vorm in het leukste culiblad van Nederland: Elle Eten.

De ‘sambalbij?’ van de lokale chin-ind uitbater danken wij vreemd genoeg aan de Portugezen. Die introduceerden, nadat ze hem in Zuid- en Midden-Amerika ontdekt hadden, in de 16e eeuw de rode peper in hun overzeese koloniën. Voor die tijd kreeg je gewoon een plastic zakje met peperkorrels bij je nasi rames. Toen die koloniën, het huidige Indonesië, een kleine eeuw later van ons werden kwam de sambal ook terecht in onze keukenkastjes. En daar is hij gebleven. Als je nu een willekeurige supermarkt binnen stapt tref je zeker een stuk of vijf soorten. De bekendste is natuurlijk de Sambal Oelek. De toevoeging verwijst naar de stamper van de vijzel waarmee sambal gemaakt wordt. Die heet trouwens eigenlijk ulek, maar alle namen op de potjes in de supermarkt zijn polderweergaven van de Indonesische versies. Een beetje liefhebber van het hete leven heeft daarnaast minimaal ook Sambal Badjak en Sambal Brandal op de plank staan. Maar er zijn er meer. In de schappen van de Xenos vond ik er al negen, die wat mij betreft overigens allemaal samengevat kunnen worden onder de naam Sambal Suiker en Indonesië kent naar het schijnt zelfs meer dan driehonderd soorten sambal. En dan te bedenken dat hete sausjes op basis van rode peper natuurlijk niet exclusief zijn voor de Indonesische keuken. In Thailand kennen ze nam prik, en ook die hebben een trassi en sojasausvariant. Korea, Maleisië, Sri lanka, allemaal kennen ze hun eigen varianten van de hete smaakmaker. En wij hebben natuurlijk de fireballs.

Het ingrediënt dat aan pepers, en dus aan sambal, zijn brandende sensatie geeft is capsaïcine. Die stof stimuleert de warmtereceptoren in onze mond en dat geeft het ‘hete’ gevoel. De sterkte wordt ingedeeld op de Scovilleschaal. Een rode paprika heeft 0 scovillewaarden, een Spaanse peper varieert van 1000 tot 10.000,  de Madame Jeannette meet, net als de rawit (die kleine hete broertjes van de rode peper), ongeveer  150.000-350.000 en een dot peperspray over de babi pangang kost je een paar miljoenen scovilletjes. En je relatie. Binnen de pepersoorten zijn er ook grote verschillen. Ze kunnen er identiek uitzien en toch verschillen in scherpte, dat zie je al aan de grote range van scovillewaarden per soort. Zo geef ik de Spaanse pepers van de Lidl gewoon aan dochter Wateetons mee als pauzehapje voor op school terwijl ik dat met die van de Turkse buurtsuper (of met pepperspray for that matter) niet zou durven. Zelfs niet als grapje.

Sambal maken kan uitstekend thuis. Elke supermarkt heeft wel rode pepers liggen en met een toko of Turkse buurtsuper erbij zijn ook de Madame Jeannette en rawits binnen handbereik. Verder hoef je niet meer te doen dan je kruidenkastje te legen. Denk aan ui, knoflook, suiker, azijn, citroensap, trassi, kemirinoten, laos, gember, tamarinde, ketjap, koenjit, djeroek peroet-blaadjes, citroen- of sinaasappelschil, sereh en kokos.  Een snelle, niet noodzakelijkerwijs helemaal kloppende, rekensom leert dat je alleen met deze ingrediënten al 5 x1019 verschillende soorten sambal kunt maken. Dat is een 5 met 19 nullen. Zo beschouwd zijn die driehonderd soorten (een drie met twee nullen) uit Indonesië eigenlijk een beetje sneu. Aan de slag. Neem bijvoorbeeld een stuk of 7 rode pepers, 4 rawits, een uitje, twee tenen knoflook, 35 gram gember, 15 gram suiker, 20 gram tamarinde, 25 ml olie, een klein scheutje citroensap en een flinke snuif zout. Ik noem het Sambal Bapak. De vijzel (en een ulek natuurlijk) is een fijn authentieke manier om die ingrediënten klein te krijgen, maar een staafmixer met hakselaar of keukenmachine weet er ook wel raad mee. Je kunt de sambal zo eten, maar hij is nog vrij nat en bovendien bloedverziekend heet. Door de verse sambal in een droge pan (hij bevat al olie) zachtjes te bakken verdampt het vocht, en neemt de hitte ook aanzienlijk af. Zo kun je eindeloos (of in ieder geval 5×1019-1 keer)  variëren. Een badjak maak je bijvoorbeeld met Spaanse peper, ui, knoflook, laos, trassi, tamarinde, suiker en ketjap. Wil je een minder hete sambal, gebruik dan geen rawits, of verwijder een deel van de zaden en witte zaadlijsters die grotendeels verantwoordelijk zijn voor de sizzling scovilletjes. Vergeet je niet tijdens de bereiding wrijven in neus en ogen te vermijden? Oh, en was je handen voor je naar het toilet gaat. Anders lig je, net als ik, een half uur te kreunen op de bank.

 

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Pain du stoque

Je zou het niet zeggen, maar meneer is ook maar een mens. Als hij terugkomt van vakantie denkt hij, net als u, het vrijelevengevoel langer te kunnen vasthouden door des buitenlands te koken. Dat deed hij toen hij terug kwam uit Thailand, en dat deed hij vandaag. Brood bakken. Lekker brood bakken. Stokbrood bakken. Want in Frankrijk is vrijwel elk stokbrood, zelfs dat uit de supermarkt, oneindig veel lekkerder dan dat van hier. Niet dat meneer deze B-stokbroden wél kan bakken. Meneer kan namelijk helemaal niets bakken. (Behalve pizza, vooruit.)  Gelukkig laat meneer zich door zijn onkunde zelden tegenhouden.

2014-08-17 12.50.37Hij ging aan de slag met een recept voor baguette uit Bakken met Paul Hollywood. Hop, direct een epic fail, zoals ze dat zeggen in Frankrijk. Het deeg was kleddernat, en liet zich niet tot een stokbrood vormen. Dat begon goed. Dat meneer de tweede rijs vergat hielp ook niet. Een tweede poging, met 50 gram meer meel leverde een werkbaarder deeg op. Via twitter was hij inmiddels gewezen op de geweldige site van Weekend Bakery.com, die weer verwijst naar andere geweldige sites. Met het aangepaste recept van Paul Hollywood, gecombineerd met de instructies van Weekend Bakery, wist meneer zowaar vier heel aardig uitziende stokbroden te maken. Die ook nog vrij geweldig smaakten ook. De kerven mogen wat dieper, de gaten wat groter en meneer gaat vannacht maar weer een steen uit de straat bikken voor een knapperigerder korst, maar voor een tweede poging was het best geslaagd.

En vandaag was ook de dag van de ontdekking die alle deegbewerking eindeloos veel makkelijker maakt: de deegschraper. Meneer bakt nooit meer brood zonder. Vaarwel plakken aan het aanrechtblad, de handen of mengkom. Hallo totale deegbalbeheersing en schoon aanrecht. Meneer heeft er één van, hoe toepasselijk, vuurenrook.nl.

Ingrediënten voor vier baguettes:

  • 550 gram patentbloem
  • 370 ml koud water
  • een half pakje verse gist (21 gram)
  • 10 gram zout

2014-08-17 16.27.00Een minuut of 10 mengen op lage snelheid met de keukenmachine. Daarna circa een uur rijzen in een licht ingevette en afgedekte kom, tot het deeg in volume verdubbeld of verdrievoudigd is. Op het aanrecht lichtjes uitleggen tot een rechthoek en drie maal vouwen (links over rechts, rechts over links, boven over onder en andersom, en dat dus drie keer). Gebruik die deegschraper, die heerlijke deegschraper. Terug in de kom, en nogmaals drie kwartier laten rijzen. Weer op het aanrecht leggen, en twee maal vouwen. Het deeg in vier stukken verdelen (de deegschraper secundeert, natuurlijk, als deegsnijder) en vormen tot een stokbroodachtige vorm. Dat moet je zien, en dat kan. Nogmaals een half uur tot drie kwartier laten rijzen terwijl je ondertussen de oven voorverwarmt om 240 graden, met een droge metalen bak of bakplaat onderin. 2014-08-17 16.31.03Deze laatste rijs deed ik op de bakplaat zelf, op bakpapier. Waarbij ik dit bakpapier tussen de stokbroodjes omhoog vouwde. Allemaal gejat van anderen, dat begrijpt u. Zo houdt de stokbrood redelijk zijn vorm en gaat bovendien niet tegen de andere broden aanplakken. Een nadeel was wel dat de korst ter hoogte van dit bakpapier niet optimaal knapperig werd. Het afgedekt rijzen in deze laatste fase is een beetje lastig. Bij het rijzen in mengkom werkt wat plastic, de bekende theedoek of een douchemuts (tip van Levine) prima. Maar bij rijzen op de bakplaat dreigt altijd dat de doek of het plastic aan het deeg gaat kleven. Om van de muts maar niet te spreken. Meneer McGyverde met een doorzichtige vuilniszak en een worsttouwtje een tent die niet op de broden zakte. Er zijn vast slimmere oplossingen, maar deze werkte. En ergens worsttouw voor inzetten, daar kan niemand iets op tegen hebben. Vlak 2014-08-17 16.50.14voor de broden de oven ingaan snij je de stokbroden in de lengte een aantal keer licht diagonaal in met een zeer scherp mes. Iets minder oppervlakkig dan meneer. Bestuif met wat bloem, voor een trés artisan uiterlijk, open de oven, giet een paar honderd milliliter kokend water op de loeihete plaat of bak onderin en schuif onmiddellijk de bakplaat met stokbroden erin. 25 tot 30 minuten later zijn ze klaar en kun je je, in je vinex-woning, even weer in de caravan op de camping wanen.

 

2014-08-17 16.50.04

 

2014-08-17 18.12.242014-08-17 17.39.02

 

Nog één probleempje dan. Meneer eet eigenlijk geen brood.

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest

Het wordt al een leuk rijtje

TwitterFacebookGoogle+EmailPinterest
Wateetons workshops
dots
dots
Watwinkeltons – boeken en t-shirts

dots
Meneer’s zomerproject – de pizzaoven

Volg hem hier. De kneus.
dots
Watatons
Categorieën
dots
dots
dots
Niks te zien hier, voor je kijken doorlopen
dots