Garage van melk en honing


De aanwezigheid van een Spaanje jamon in meneer’s garage bleef niet lang onopgemerkt. Buiten zijn zicht, aan de achterkant bleek een muizenfamilie zich al weken te goed te doen aan deze delicatesse. Een delicatesse die eigenlijk bestemd was voor workshopdeelnemers. Maar wat waren ze schattige, de muisjes. En wat renden ze guitig tegen de muren op. Dat heeft meneer zijn workshopdeelnemers nog nooit zien doen. Dus vooruit, sin rencores. De jamon ging in de prullenbak, dat wel. Er zijn grenzen aan meneer’s vrijgevigheid.

Weken later renden de muisjes nog altijd guitig tegen de muren op. Inmiddels soms met wel zeven tegelijk. Ze ritselden en piepten verstoord als meneer zijn garagedeur open deed. Het kostte hem steeds meer moeite zijn auto te bereiken door de krioelende lijven op de vloer. Toen keek meneer eens in zijn prullenbak. Een prullenbak die zich diezelfde garage bevond en waar nog altijd een hoefje uit stak. Meneer trok de jamon aan zijn hoefje omhoog. Verdwenen. Op. Of hard daar naartoe op weg in ieder geval. Meneer had het paradijs gecreëerd, een garage van Melk en Honing. Het werd tijd om paal en perk te stellen, zijn garage terug te heroveren op het knaagdierenvolk. De ham, of wat ervan resteerde, ging weg met het grof vuil, meneer dichtte de gaten in zijn muren plaatste de muizenval van de kennis van Goed en Kwaad. No more señor nice guy.

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Pin on Pinterest0

+ Laat een reactie achter