De deur – part четири

De deur – part четири


2014-05-03 17.47.25 2014-05-04 18.44.34

Ach, die deur. Hout en aluminium, hout en vermiculiet en staal, hout, huilen en wanhoop. Want uiteindelijk: hout en vlammen. Plots was daar, het pizzabakken al uren achter de rug, witte rook uit de schoorsteen. Hoera een pizzapaus! Of nee. Shit. De deur was aan het smeulen geslagen. Na een paar gehaaste glazen water overzag meneer de gevolgen.  1. Hij had geen dorst meer. 2. De deur was gaan fikken tussen twee balken in. Gelukkig nog niet zo ver, meneer was er snel bij. Blijkbaar was de resthitte, gecombineerd met tijd voldoende om de deur vlam te doen vatten. Hout ontbrandt bij ca 230 graden, mits er voldoende zuurstof aanwezig is. Vermoedelijk zorgde de kier tussen de balken voor de noodzakelijke zuurstof. Wat moest hij nu met de deur? Hij was nog redelijk intact en meneer had er hard aan gewerkt. Gewoon weer in gebruik nemen zou de deur bij elke stookbeurt verder doen verteren. Zonder zuurstof brandt hout pas bij ca 500. Dat verklaart waarom de rest van de massieve deur ongeschonden was gebleven. Meneer besloot maar weer een beetje te gaan aanrommelen. Of dat heet maken geloof ik. In het Engels uitgesproken: [meken]. Meneer is een maker. Dat u het weet. Dat klinkt toch een stuk beter dan aanrommelaar. Hij kocht een tube vuurvaste kit bij de bouwmarkt, voor ongeveer een tientje. Dit mengde hij met vermiculiet tot een fijn korrelig papje en smeerde dit in het brandgat, over de rest van de top van de deur, tussen de stalen plaat en de deur. En een beetje achter zijn oor. Het ruikt zo lekker. Plaat er weer op, beetje netjes afstrijken en hop: een allengs onooglijker wordende maar hopelijk iets vuurvastere deur. En het oor van zwarte Piet. Een dag later mocht de deur de oven weer afsluiten. Dat deed hij goed. Zonder te fikken, een uur of twee. Toen moest meneer weer naar Amsterdam, en haalde hij voor de zekerheid de deur toch maar uit het nog hete deurgat.

+ Laat een reactie achter