De oranje dood – in al haar pulserende glorie


roodbacterie1roodbacterie2roodbacterie3limburger

U had nog een oranje doodje tegoed van meneer. Hulde voor Catrien, zij opperde voorzichtig meneer’s roodbacteriekaasje te ontwaren. Inderdaad. In de afgelopen weken broeiden in de spelonken onder huize Wateetons de Brevibacterium linens. De buren hebben het geweten. Of eigenlijk niet, anders waren meneer en mevrouw wel met fakkel en hooivork de stad uitgejaagd. De verrotting die in de gangen van het appartementencomplex van meneer en de zijne dreef was onbeschrijfelijk.

Het maken van een roodbacteriekaas is relatief eenvoudig. Je maakt een camembertkaasje, maar in plaats van schimmel plak je aan de buitenkant wat Brevibacterium linens. Die  koop je gevriesdroogd, of, althans dat probeerde meneer, die schraap je gewoon van een commercieel Munsterkaasje af.  Belangrijk is wel dat je een roodbacteriekaasje gedurende het rijpen regelmatig ‘wast’ met deze water/bacterie oplossing. Dat was in geval van de officiële bacterie-oplossing geen probleem, alhoewel het slijm en de stank steeds moeilijker van meneer’s handen af te boenen werden. De onzuivere zelfgemaakte oplossing begon echter binnen een week vervaarlijk te stinken waarna meneer het niet aandurfde er nog verder mee te wassen. Kortom, de officiële kaas werd twee weken lang gewassen en de zelfbouw variant slechts één week. Het werden beide grimmig uitziende stinkbommen, dus beide opzetten leken redelijk geslaagd, maar het dient gezegd dat de officiële aanzienlijk meer stonk.

Echt oranje werden ze echter geen van beide. Sterker nog, na een kleine week tekende zich een bijna fluoriserend groene gloed af langs de randen van de kazen. Naar verluid zelden een hoopgevend teken in de wereld der kaasmakers.

Na twee weken begon meneer te vrezen voor geur geïnduceerde betonrot. Nul hits in Google stelde hem niet echt gerust. Dat kon een Frans complot zijn. De hoogste tijd dus om de kaasjes mee naar boven te nemen voor een biopsie.  De buitenste halve centimeter kaas was zacht, slijmerig en plakkerig. Af en toe meende hij beweging te zien. Zijn mes kreeg hij slechts met moeite door de zuigende massa. Aan de binnenkant waren de kazen opvallend beschaafd ogend. Fris, had hij zelfs willen zeggen als het braaksel in zijn mond hem niet had belet te spreken.

Na dat hij zijn slapende ega en dochter zien eeuwigdurende liefde had toegefluisterd nam hij een mespuntje van de Oranje Dood tot zich.  En eigenlijk, eigenlijk, smaakte het helemaal niet onaardig. Overduidelijk roodbacteriekaas. Pulserend en slijmerig, maar ontegenzeggenlijk kaas.  Toen vond hij zich wel weer heldhaftig genoeg. Hij klopte zich twee keer op de borst en schoof de kazen onverschrokken de vuilnisbak in. Viriel door zoveel zelfverklaarde heldenmoed kroop hij naast mevrouw wateetons in bed.

“Je stinkt” zei ze.

MISSCHIEN OOK LEUK OM TE LEZEN, YO

  1. 3
    P

    Ter verhoging van de feestvreugde zal ik maar eens een tipje van een vrij onaangename sluier oplichten: De natuurlijke leefomgeving van Brevibacterium linens is de menselijk huid, en ze is verantwoordelijk voor lichaamsgeur.

    Ja, je begrijpt het goed. Er is een hele goede reden waarom stinksokken en helzelfde ruiken. B. linens is wellicht vroeger van monnikenvoeten in kaas terecht gekomen en zo uiteindelijk doorge-ent op de kaas.

+ Laat een reactie achter