Robuste buitenfuif met de mannen van Elle Eten
De mannen van ELLE Eten (Edwin Flores, Ronald Hoeben en Meneer Wateetons) nemen je mee het bos in en laten je proeven van de natuur en hun zelfgemaakte worst. Kom naar onze nieuwjaarsborrel op 28 januari! Lees meerrrr.
Wat: de robuuste buitenfuif van de mannen van ELLE Eten
Waar: Veluwezoom
Wanneer: 28 januari, 14.00 uur bij The Hunting Lodge in Rozendaal
Kost dat: € 65, inclusief drank
Aanmelden: Mail naar reservations@thehunting.nl. Er is plaats voor maximaal 50 personen, vol = vol.
Tam
Gehoord, afgelopen weekend aan de tafel naast ons : “die ossenhaas, is dat een tamme of een wilde haas? Ik ben namelijk zwanger”.
Zaterdagochtend, Amsterdam Noord
Gefilmd door Mick van Il Pecorino (ook bekend van zijn heerlijke confit), en inmiddels een hit op reddit.com #viral!
Caulils in de finale Beste Specialiteitenwinkel
U kent hem vast, Maarten van Caulil van delicatessezaak Caulils in de Haarlemmerstraat. Meneer kwam er al voordat hij wist dat Maarten écht Caulil heette en voordat meneer zich Wateetons noemde. U kent hem waarschijnlijk van de twitters, of van het allerallerleukste socio-culinaire initiatief van Nederland, van de vele proeverijen in zijn winkel of anders van de worstworkshops die wij samen organiseerden. En binnenkort kent u Caulils misschien wel als Beste delicatessenwinkel van Nederland. Want van deze competitie heeft hij inmiddels de finale bereikt. Vier concurrenten scheiden hem slechts van de winnaarspositie. Vier ongetwijfeld goede concurrenten, met mooie winkels, vakkennis en een fijn assortiment. Daar twijfel ik niet aan. Maar om met de grote filosoof Huisman (1951 – …) te spreken: “… zoals bij elke wedstrijd, kan er maar één de winnaar zijn”. En meneer stemt voor Maarten. Of eigenlijk niet. Want er valt niks te stemmen. Een vakjury velt het oordeel en zo hoort het misschien ook wel. Maar u kunt wel uw steun betuigen, op Maarten’s facebookpagina, door te twitteren of door zijn winkel te bezoeken. (En doet u dat laatste dan vooral met een zonnebril op en een prominent opschrijfboekje in de hand, zodat Maarten denkt dat u één van de zes undercover proefbezoekers bent en grote vriendelijkheid en service u ten deel valt. Zoals dat bij Maarten eigenlijk altijd het geval is.)
Meneer vraagt, u antwoordt, meneer eet
Een week in Malaga. Wat eet men daar? Meneer vroeg om tips. En die kreeg hij, van u, via twitter. U bent een goed mens. Dank!
Ajo blanco

U was het erover eens. In Andalusië eet men ajo blanco. Meneer heeft zich van zijn taak gekweten en at het in een schattig valleibarretje én maakte het zelf. Binnenkort zal hij over zijn ajo blanco ontmaagding verhalen en het recept posten.
Vino del terreno
Goedkoop, en bij voorkeur geschonken uit een half leeggegoten motorolie jerrycan. Troebel, behoorlijk zoet en met een duidelijke moscatelsmaak. Vooral lekker met een paar ijsklontjes erin. Is dit hetzelfde als of vergelijkbaar met Malaga Dulce? In dat geval, dos moscas en uno klap.
Tortilla sacromonte
Damn, gemist geloof ik. Alhoewel, de beschrijving lezende denk ik dat ik dat wel zeker weet. “The Sacromonte omelette is made with fried and breaded brain, lamb or veal testicles, potatoes, red pepper and peas. Everything is cut into small pieces and sautéed before adding the eggs.” I would remember.
Albondigas
Elke keer dat meneer in Spanje is eet hij albondigas (gehaktballetjes) tot hij ploft. Hij vond dat hij deze, met terugwerkende tracht, als volbracht mocht afvinken.
Habas con jamon
Tuinbonen met ham. Het is er niet van gekomen. Meneer at wel veel ham, en in de voorraadkast thuis staan nog drie potten tuinbonen. Dus als u de factor tijd even niet mee rekent heeft hij, zodra hij die tuinbonen aanbreekt, dit gerecht achter de kiezen. ‘t Zijn wel hele vieze tuinbonen, de goedkoopste van de c1000. Een dikke afrader. Dus misschien moet u zowel de factor tijd als de factor tuinbonen buiten de berekening houden. Check!
Salmorejo

Koude soepen, ze lusten er wel pap van in Andalusië. Begrijpelijk, daar meneer het kwik niet onder de 31 graden zag dalen. Ajo blanco, gazpacho en salmorejo zijn enkele voorbeelden. Van die laatste had meneer nog nooit gehoord. Het is een soort creamy gazpacho. Speciaal voor u proefde meneer het. Met een eitje en ham erin. Enthousiast vraagt u? Mwoah, of liever: nee. Meneer merkt toch elke keer weer dat hij niet van koude soepen, zijn eigen heerlijke ajo blanco daar gelaten, houdt. Het recept vindt u hier.
Manzanilla
Niet gelukt. Volgende keer.
Mojama

Er bestaat zowaar een Nederlandse Mojama site. Daar kun je lezen dat mojama gezouten en gedroogde tonijn is. Een soort tonijnham, zeg maar. In potentie smakelijk, in de realiteit geeft meneer toch de voorkeur aan échte ham. Hoewel hij tegen een gedroogde vis van enkele tientallen kilo’s, op het aanrecht in een mooie tonijnklem, waar hij dan af een toe een stukje van afsnijdt als tapa, geen nee zal zeggen.
Gefrituurde aubergine met miel de caña

Twee keer is scheepsrecht. Meneer maakte het zelf, én hij kreeg het voorgezet door een echte Spaanse. Gefrituurde aubergine met rietsuikerstroop. Dat laatste is niet heel bijzonder. Het smaakt naar stroop. Het eerste is trouwens evenmin spectaculair. Het smaakt naar gefrituurde aubergine. Desondanks zeker niet onsmakelijk als tapa. Immers: vet en suiker, wat kan een mens nog meer wensen.
Rabo del torros
Ossenstaart, maar dan van een zojuist door de stierenvechter gevelde stier. Meneer heeft het recept opgezocht, maar afgezien van dit nogal lastig te verkrijgen ingrediënt vond hij het een weinig tot de verbeelding sprekend gerecht. Fok het.
Callos (potaje met pens)
Meneer zag mensen het eten, bij navraag (ruim na vertrek) bleek het zelfs gratis te zijn geweest. Een gemiste kans. Alhoewel, vette soep met ingewanden. Net waar je op zit te wachten bij 36 graden. Gelukkig bleek dat meneer deze eveneens al heeft weggestreept, al lang zelfs. Hij at het namelijk in 2007 op een fiesta del campo in hetzelfde Andalusië.
Influential Dutch blogger
Buitenlandse mailtjes met interessante voorstellen, je moet er altijd mee uitkijken. Van zijn vriend prins Oelabbie heeft meneer al een poosje niks meer gehoord. Die storting laat vast niet lang meer op zich wachten. Het in het Engels opgestelde mailtje uit Spanje las hij dus met enige skepsis. … all expenses paid… discussion… Barcelona… branding… no endorsement… veggies… Dat klonk eigenlijk best legitiem. Google leerde dat het bedrijf bestond en inderdaad deed wat het mailtje beschreef.
Maar wacht even.
VEGGIES?
Meneer? De worstdraaier wordt gevraagd om zijn mening over groentetrends?!
Hoewel de combinatie ‘all expenses paid’ en ‘Barcelona’ hem vanzelfsprekend aantrekkelijk in de oren klonk besloot meneer toch maar te vragen of ze daar in Spanje wel zeker wisten wie ze voor zich hadden. Hij die in zijn aankomende boek paprika alleen gemalen en gerookt gebruikt, venkel alleen in zaadvorm kent en de tomaat louter in vloeibare toestand op zijn curryworst spuit. Maar jawel hoor. Meneer Wateetons, influential Dutch blogger, met zijn wildplukwijzer en zijn experimentjes. Met zijn 1000+ followers en zijn stalen kaaklijn. Met zijn ‘ah shits’, 19 cm worst en stokjes van drop. Zijn mening wilden ze horen.
Nou, vooruit dan maar.
En dus discussieerde meneer maandag in Barcelona in een zaaltje boven La Boqueria met bloggers uit Spanje, Israel, Italië, Engeland, Frankrijk en Duitsland voor zes toeschouwers van een heel groot Amerikaans bedrijf over groentes. Met een volledig camerateam in zijn gezicht. Wat wil de consument, welke groentetrends signaleren wij, hoe krijgen we meer mensen (en kinderen) aan de groente, wat kun je allemaal met een wortel, hoe market je groenten als snack, tussendoortje en voor het ontbijt, ditdatzuszo. Meneer was, zoals verwacht, een beetje een vreemde eend (ha) in de bijt (hap). Maar dat was juist wel weer leuk. Een beetje schoppen tegen de vers-puur-eerlijk gemeenplaatsen. (Alles in de frituur!) En men zei ‘aha’ en knikte en schreef.
Leuk, interessant en trés Mad Men. Al was het maar omdat de minibar in het hotel gratis was.
Alleralleraller
Luister. Het #improvisatiediner is het allerallerleukste culinaire initiatief allerallertijden. Klaar. En meneer is de alleraller grootste bofkont dat hij daar afgelopen donderdag voor de tweede keer mocht aanschuiven. Wat hem, en de andere #usualsuspects zelfs een eigen twitter-hashtag opleverde.
Hoe zit het ook alweer? Het improvisatiediner is een initiatief van Maarten van Caulil, van Caulils, die geweldige delicatessewinkel aan de Haarlemmerstraat in Amsterdam. Een stuk of acht via twitter gerecruteerde culi’s komt ‘s avonds in Caulils bij elkaar en iedereen neemt één ingrediënt mee waar vervolgens a l’improviste een vier, vijf of x-gangen menu uit wordt bereid, en gegeten. En dat is leuken. Allerallerleuken zelfs. Je ontmoet nieuwe mensen (en inmiddels ook wat #usualsuspects), leert nieuwe ingrediënten kennen en gaat een hele avond samen koken en de wijnen van Caulils drinken met soms curieuze gerechten tot gevolg.
Een van de deelnemers, en #usualsuspect Paul, heeft een en ander zelfs in een website gegoten: improvisatiediner.nl.
U bent enthousiast geworden? Terecht! Maar, het diner vindt onregelmatig en infrequent plaats. Je kunt je alleen aanmelden via twitter en alleen als Maarten van Caulil daar een oproep voor doet. Bedenk bovendien dat er inmiddels tientallen #usualsuspects dagelijks met bloeddoorlopen ogen en hun vinger op de muisknop naar hun tijdslijn staren om de aankondiging van het volgend diner maar niet te missen. En vol is vol.
Er zit maar één ding op. Organiseer zelf een improvisatiediner. Wat houdt je tegen? Want het kan net zo goed bij jou thuis. Al zijn de wijnen daar misschien iets minder lekker en is de gastheer misschien iets minder aardig. En trouwens, waarom zou je het bij een improvisatiediner houden? Ik zie ook wel mogelijkheden voor een improvisatiesleutelclub (iedereen neemt een auto onderdeel mee en dan kijken of je het aan het rijden krijgt) een improvisatieknutselclub (iedereen een ander materiaal en knutselen maar) en een improvisatieXXXclub (iedereen neemt een vrouw mee… oh, die bestaat al hoor ik.)
Zwolle als een dolle: De Librije
Een Zwols terrasje, een Zwols ijsje en een typisch Zwolse winkelstraat. Ze hadden er maar een dagje van gemaakt. Zo vaak komen de Wateetonsjes nou ook weer niet in Overijssel. Maar het echte hoogtepunt, niets ten nadele van de typisch Zwols-Roemeense straatartiest overigens, kwam ‘s avonds: De Librije. Vijf man, waaronder een vrouw, heetten meneer en mevrouw welkom bij de deur: een tamelijk overweldigende entree. Dat is misschien ook wel de juiste beschrijving voor de rest van de avond. Een overweldigend aantal gerechten (meneer raakte rond de 15e gang de tel een beetje kwijt) en een overweldigend service, zoals een meisje dat geen andere taak leek te hebben dan het bijvullen van de glazen water, de voor-de-deur-opwacht-jongen en een aparte chef-de-bestek. De hoeveelheid drank, tenslotte, was onbedoeld ook overweldigend. Meneer had het wijnarrangement van acht glazen gekozen, dat hij op voorhand maar alvast tot halfjes had beperkt. Van de tweede helft van zo’n glas geniet je toch maar voor 50%. Na het vierde glas viel het hem echter op dat wat de Librije onder half leek te verstaan op de camping meestal weggaat als een kratje. Na hen herinnerd te hebben aan de beperkte consumptiewensen kwam dit gelukkig goed, ware het niet dat meneer tegen die tijd al lodderig voor zich uit zat te grinniken en mevrouw op de tafel aan het dansen was. Gelukkig mochten we ook een ronde overslaan waarna de helderheid van geest, en smaak, terugkeerde. Wel met een beetje spijt, want de wijnen waren verbijsterend. Wijnen waar de Wateetonsjes vijf minuten snuivend boven hingen alvorens ze hun eerste slok namen. Niet alleen omdat ze in hun glas in slaap gevallen waren, maar ook vanwege de onpeilbare diepte van de neus. Plots borrelde zelfs bij meneer lyrische associaties op die normaal alleen aan wijnjournalisten voorbehouden zijn. Vers opgepoetste sterappeltjes! Ja! Licht bedauwde kaapse viooltjes! Ja! Gerookte Portugees amandelschaafsel! Ja! citroenijs met een stokje van drop! Ja! Het wordt tijd dat meneer ook maar eens voor een wijnblad gaat schrijven. (Oh, wacht.)
We zaten in een hoekje met een fraai uitzicht op de eetzaal. Het publiek was gemêleerd, een vastgoedmatje met wulpse vriendin, vrij veel VVD-ers met ronde hoornen bril, een paar zakenheren die oogden alsof ze op de bonnefooi waren binnengestapt ‘om even een vorkje te prikken’, een oudere ik-draag-gewoon-wat-ik-wil reclamejongere en een meneer met rollende biceps, stalen kaaklijn en ravissante mevrouw aan zijn zijde.
Oh ja, het eten. Dat is waar ook. Overweldigend, ook wel, eigenlijk. Prachtig. Inspirerend. Smaakexplosies op de vierkante centimeter. Hoewel het, het moet gezegd, een enkele keer geamuseerd deed terugdenken aan de ‘stermenu-o-mator’ die meneer en mevrouw ooit na zestien wijntjes bij Ron Blaauw verzonnen: een eenvoudig computerprogramma dat met een druk op de knop at random ingrediënten met stertypische bereidingswijze combineert: <Klik> Een [cracker] van [steranijs] met een [schuim] van [mierikswortel] en een [zalf] van [dorade]. Tadáa. Zo eet meneer, als worstliefhebber, toch liever een echte worst, dan de ‘zalf van chorizo’ die hij bij De Librije kreeg. Hoe creatief verzonnen en technisch indrukwekkend die ook is uitgevoerd. Maar, als een cracker van paal boven een mousse van water bleef staan: een overweldigende avond.
(En inspirerend. De volgende ochtend fabriceerde meneer als vanzelf Jonnie Boertjes aan ontbijttafel en in de wasbak.)
Wat cidert daar
Het was een mooi weekend, inmiddels al weer een midweek geleden. Meneer zag twee films op het Food Film Festival en genoot in het zonnetje van brood, worst en leuke mensen. En er was cider. Veel cider. Na anderhalve erg fijne fles van cidercider.nl op het festival toog, of zwalkte, meneer op zaterdagmiddag naar Pomme d’Or om zich andermaal aan cider te laven. Aan ruim twintig ciders om precies te zijn. Geen hele flessen, schrikt u niet. En zelfs geen hele glazen. Meneer spuugde alles professioneel uit in de daarvoor bestemde spittoon (en ook wat in de plantenbak, sorry Martijn).
Het was leuk. En leerzaam. Meneer maakt zelf wel eens cider, en dan is het interessant te horen hoe de pros dat doen (wilde vergisting! in een schuurtje!). Ook is het interessant, en tot deemoed stemmend, de verschillende ciders van de pros te proeven. Meneer ontdekte dat ook cider diepte en gelaagdheid kan hebben, en een lange of korte afdronk, en een zachte of keiharde mousse. Maar soms ook ronduit smerig is. Zoals eigenlijk alle geproefde Nederlandse ciders, waarover meneer in zijn bevlekte proefaantekeningen respectievelijk ‘heel kut’, ‘best kut’ en ‘matig’ terugvindt. Sterker nog, de cider van de Aldi van één euro (‘aus Frankreich’) versloeg alle Nederlandse ciders mit zwei Fingers in der Nase. En misschien ook nog wel een paar van de geproefde Franse ciders. Niet dat de Aldi cider zo geweldig was, en de meeste Franse ciders waren dat wel, maar er was eigenlijk geen een cider van een euro of zeven die daadwerkelijk zeven keer lekkerder was dan de euroknaller. Al zou ik niet goed weten hoe je ‘zeven keer lekkerder’ precies bepaalt. Ik zeg ook maar wat.
De grootste verrassing zat hem niet in de cider, maar in de appelsap. Sap. Van appels. Zo ordinair, maar zo verschrikkelijk lekker. Meneer wist niet wat hij proefde. De allerlekkerste appelsappen die hij in zijn leven dronk. Met als absolute topper de Jus de Pomme pétillant van Domain Dupont (onthou die naam). Met bubbeltjes dus. Kon zich meten met de beste cider, maar dan zonder alcohol. Meneer weet met welke fles hij de komende tijd op een feestje verschijnt.
Enfin, de toppers van meneer:
- Cenier – Cidre Brut 2008 (2009 is voor de liefhebbers)
- Domain Dupont – Cidre Réserve
- Zangs – Cidre Sec
- Pacory – Poíre AOC Domfront
De sappen
- Domain Dupont – Jus de Pomme pétillant
- Giard – Jus de Pomme
- Frémont – Jus de Pomme
Ook cider proeven? Aankomende zaterdag de 26e is er in Chef’s Table in Amsterdam-Noord een heus ciderfestijn, met drie Nederlandse ciderimporteurs.
















