Koffie uit de oude doos
Ah shit, géén nespressocups en géén espresso-apparaat, maar wel een cafeïneverslaving in huis. Gelukkig nog wel ergens een pak koffie. Kadootje uit Mexico. En een zakdoek en wat knijpers. Cadeautje aan mevrouw. Het is allemaal zo makkelijk. En best lekker ook, eigenlijk. Meneer drinkt al een week niks anders.
Paddenstoelen kweken, immer gerade aus
Grootste plannen had meneer, toen hij een weekend geleden in zijn buitenhuisje aankwam. Boomhut afbouwen! snoeien! houtoven maken! dingen! spullen! En natuurlijk boomstammetjes enten. Want zo’n boek is leuk, maar een bos vol paddenstoelbloeiende boomstammen is leuker. Hij wist vagelijk wat hem te doen stond: lente, stronkje, gaten, pluggen en wachten. Dus op zaterdagochtend sloeg meneer vol goede moed Casa Foresta’s paddenstoelenboek open.
Dat had hij eerder moeten doen.
Probleem 1: de op Landgoed De Drie Waeteetonschen welig tierende vogelkers blijkt paddenstoelongeschikt.
Probleem 2: een stammetje mag niet langer dan drie maanden geleden gezaagd zijn. Meneer heeft stapels hout, maar van een jaar of ouder.
Probleem 3: een stammetje mag niet vérser dan zes weken zijn. Na even zoeken bleek drie weken ook wel te mogen. Langer zoeken leverde helaas geen zes uur of drie minuten op.
Daar ging meneer’s plugplan. Een koelkast vol gewillig gebroed maar geen entgeschikt hout. Uiteindelijk ging hij toch maar een levende boom te lijf. Hij vond een forse eik die wel een tak met een diameter van 15 a 20 centimeter kon missen. Die zaagde hij tot mooie stammetjes. En dat was het voorlopig. Nu drie weken wachten en maar hopen dat dat genoeg is, en dat het gebroed zich niet te bevindelijk opstelt ten aanzien van het paddenstoelenentseizoen (“begin van de lente”).
Meneer had zich het weekend toch wat anders voor gesteld, qua entgebeuren. Maar ach, met een draaiende kettingzaag in de hand is je zaterdag nooit helemaal mislukt.
Ah shit, end van de ent
Het was te verwachten. Enten in de herfst. Een kers enten op een vogelkers. Enten als je nog nooit geent hebt. Iets doen, überhaupt, als je meneer heet. Enfin, de ent heeft niet gepakt.
Het beloofde all-you-can-eat-kersfestijn verplaatsen we voorlopig even naar 2013.
Paddestoelen kweken met Hannah Green
Rozen, ok. Maar over een paddenstoelentuin heeft ze nooit wat gezegd. Sowieso heeft ze sinds 1978 een verwaarloosbare bijdrage geleverd aan huize, of tuin, Wateetons. Dus toen meneer een boek moest opofferen aan een experiment was de keuze snel gemaakt. Bedankt Hannah.
Paddenstoelen kweken, helemaal hip, u weet het. Boek, app, leernicht, vinden in het wild en kweken met een builtje. Meneer is helemaal bij. Maar, er blijkt nog een kweekmethode te bestaan voor de myceliumminnende, maar flatbewonende, doe-het-zelver. Meneer trof het in Overleven op je eigen Km2 van Dick & James Strawbridge. Een bijzonder leuk werkje over zelfvoorzienend leven, met talloze tips over een huis bouwen uit strobalen, een waterrad fabriceren, biobrandstoffen maken, snoeien en enten, eten uit de natuur, kippen, schapen, varkens en bijen houden (en slachten) en een lepel maken van hout. Een soort Vrij Leven, maar dan anno nu. Niet alles is even bruikbaar, de beschrijving van het zelf bouwen van een windturbine is misschien wat summier, maar boek het staat vol met enthousiasme opwekkende ideeën. Zo ook hoe paddenstoelen te kweken in een boek.
Stap 1: weken. Dat viel nog niet mee. Na een uur in een emmer water was het boek nog kurkdroog van binnen. Hannah gaf zich niet snel gewonnen. Een beetje net doen alsof je leest, maar dan onder water gaf snel verbetering. Het boek moet echter niet doorweekt zijn.
Stap 2: enten met gebroed. Nu had meneer al deuvels met gebroed in huis, daar vertelt hij nog wel over tegen de tijd dat dat project definitief mislukt is, dus dat was makkelijk. Elke vijftig bladzijden schraapte hij een deuveltje leeg.
Stap 3: goed dichtbinden. Dochter Wateetons’ die dag gekochte nieuwe haarelastiekjes kwamen goed van pas. Hoeveel van die dingen heb je nou helemaal nodig voor één staart?
Stap 4: in een plastic tas.
Stap 5: wachten, op kamertemperatuur totdat de mycelium zich zichtbaar door het boek heeft verspreid. Een week of twee, voorspelden Dick & James.
Stap 6: in de koelkast gedurende twee dagen
Stap 7: zak half open en laat die paddenstoelen maar groeien!
Meneer is nu bij stap 4. Hij, en Hannah, houden u op de hoogte.
Van gierende banden en espresso
Meneer zit nog altijd aan de nespresso. Lekker hoor, maar een klein beetje zat begint hij het wel raken. Het smaakt elke keer weer zo naar, eh, nespresso. En dan hebben we het nog niet over de zacht schurende schaamte bij elke cup. De donkere slagschaduw van teleurstelling van de culinaire elite op zijn altijd geslaagde cappuccino. Bij elke perfecte espresso rijdt er ergens een zelfmaaknazi tegen een muur. Enfin, we haalden hem dus maar weer eens van stal, zijn espressoapparaat. Eén van de twee die daar niks staan te doen. Jawel, meneer heeft voor meer dan een rug aan ongebruikte koffiekanonnen in zijn garage. *KLABAAM, rinkel*.
Hij nam zijn apparaat mee naar het levende koffiekanon, Mick van Il Pecorino, die de lekkerste espresso van Amsterdam serveert. Lekkerder zelfs dan cupspresso. Meneer’s apparaat was namelijk met reden terzijde geschoven. Hij kreeg er, hoe keurig hij zich ook aan temperatuur, doorlooptijd, koffiemaling, -stamping en -gewicht hield, geen lekkere espresso uit. Mick zag het onmiddellijk. “Je moet ook nooit één espresso tegelijk maken, dat doet niemand in Italië”. En verdomd, met een dubbele espresso met de maling van Mick ging het vrijwel direct goed. Een mooie crema en een goede smaak bij de perfecte doorlooptijd.
Met een kwieke tred ging meneer weer op huis aan. De zon scheen. Het werd lente. Thuis kuste hij zijn vrouw en sloeg aan het experimenteren. Met de maling van zijn molen, met doorlooptijd, met aandrukken. Met dubbele espresso’s. Geslaagde dubbele espresso’s. VEEL DUBBELE ESPRESSO’S!!!1! WRAAAAGH!!
Na een doorwaakte nacht, een dubbele marathon en tweeduizend keer opdrukken aanschouwde hij zijn keuken. En toen herinnerde hij zich plotseling weer dat de kwaliteit van zijn koffie niet de enige reden was dat hij voor cups had gekozen.
In de verte hoorde hij banden gieren.
Ah, panshitta
Het kan niet altijd meezitten. Zeker niet als je meneer heet. Zo maakte hij onlangs pancetta. Weer eens. Je kunt veel van meneer zeggen, maar opgeven doet hij niet. De onnozelaar. Een mooi stuk varkensbuik, gezouten, gekruid, opgerold. Zwoerd er nog aan, éénkommavier kilo helemaal echte pi-pa-pancetta. Hop, in de rijpingskast ermee, toen deze het nog deed. Een maandje later bekeek meneer hem nog eens van dichtbij, en nog iets dichterbij. Hij rook goed, maar wat was dat zacht pulserende plantentuintje dat zich in zijn natte vleesgleuf had gevestigd? Nu is meneer best stoer en alles. Maar glibberige mossige gleuven boezemen hem angst in. Zal wel iets van vroeger zijn. Dus weg ermee. De kaaklijn kan niet altijd gespannen staan. En zo geschiedde, maar niet nadat hij zijn wegwerppancetta nog even doorgesneden had. Dat zag er voor twee weken pekelen en een maand drogen toch nog heel fijn uit. Maar die gleuf, he. Die gleuf.
Volgende keer moet hij zijn pancetta misschien wat strakker oprollen.
Meneer maakt limoncello
Limoncello. De eenvoudigste onder de likeuren, maar oh zo lekker. Meer dan wat citroenen, suiker en heel veel alcohol heb je er niet voor nodig. En laat meneer die nu allemaal hebben. Die citroenen en suiker zijn ook voor u, man in de straat, wel aan te komen, maar heel veel alcohol kan een probleem vormen. Het gaat namelijk niet om heel veel flessen, maar om één fles met een heel hoog percentage alcohol. De limoncellomaker koopt dat bijvoorbeeld in het buitenland, 94% sterk. Dat zelfde goedje ligt ook bij de Hanos of Kweker wel, maar is daar behoorlijk aan de prijs. Zelf maken kan natuurlijk ook. Lees bijvoorbeeld het Handboek voor de Vinex-jager er eens op na (als u veel geld over heeft). Meneer zelf had een half litertje van een respectabele 80%.
Hij schilde drie citroenen, gewoon gekocht bij de Lidl. Overal zul je lezen over het belang van het gebruik van biologische citroenen, waar geen opgepoetst glanslaagje om zit. Meneer wast zijn citroenen gewoon even met wat zeep, goed afspoelen en klaar. Hij doet niet zo moeilijk. Uw afgrijzen graag in de comments. Zo doet hij trouwens ook niet zo moeilijk over het feit dat zijn Poolse, Griekse of anderszins goedkope supermarktcitroenen geen P.G.I. Sorrento citroenen zijn. En dat zijn Limoncello dus helemaal geen Limoncello mag heten. In Italië zijn ze er creatief mee: Limonello, Limoncino, etc. Enfin, niet moeilijk doen enzo. Zijn zeer dunne supermarkt citroenschillen gingen in zijn huistuinkeukenalcohol, en bleven daar een week of drie dobberen. Binnen enkele dagen werd de alcohol mooi geel. Het rook verrukkelijk. Drie wekenlater maakte meneer een suikeroplossing van ongeveer 400 gram suiker op een halve liter water (warm maken, anders kun je roeren tot je een ons weegt). Nu had meneer wel eens eerder Limoncello gemaakt, of iets dat daar voor door moest gaan. Citroenschillen in ca 40% alcohol met een flinke dot suiker erbij. Het resultaat was best te drinken, maar het was helder. En Limoncello is troebel. Heldere Limoncello is zelfs de naam Limoncino niet waardig. Daar wil zelfs meneer wel moeilijk over doen. Dat moest anders. Hij wist dat het iets te maken had met het mengen van zeer sterke alcohol met suikersiroop. Dat slaat het, via een hem onbekende reactie ‘blind’. Meneer nam de proef op de som en goot de afgekoelde suikersiroop bij de alcohol. Het resultaat ziet u in het filmpje hieronder. (Ik zal er niet veel over verklappen, maar hoera). Meneer had Limoncello. Lékkere limoncello. Ook iets te sterke Limoncello trouwens, en na wat bijmengen weer wat te zoet. De juiste verhouding alcohol en suikersiroop moet hij nog eens uitzoeken. Maar het was gelukt. Alleen die naam he.. Limonsnollo?



































