Battle of the desems

Recentelijk is meneer aan het spelen met zuurdesembrood. Zelf een desem maken uit (rogge)meel, water en de ether, en daar vervolgens brood uit zien ontstaan is niets minder dan magie. Niet dat zijn broden erg goed lukken. Meer niveautje goochelclown Juju dan David Copperfield. Een zeer trage en geringe rijs is vooral het euvel. het resultaat is wel steeds ontegenzeggelijk een zuurdesembrood en ontegenzeggelijk lekker. Lang houdbaar ook, en bovenal zelf geschapen uit niets dan water, meel en de ether. Nu is van zuurdesembrood bekend dat het minder uitbundig rijst dan gistbrood. Maar hoe veel minder uitbundig? Lig het aan meneers zelfgemaakte desem, zijn bereidingswijze of is hij gewoon verwend door broodbakmachines en gecultiveerde powergist uit een zakje. Meneer besloot zijn DIY zuurdesem het te laten opnemen tegen het desem van Weekendbakery.com. Bezoek die site. Vanaf het moment dat meneer zijn eerste broodje op instagram zette zijn de in onberispelijk Engels beschreven broodavonturen van Ed en Marieke hem vanuit zeker vijf verschillende kanten aangeraden. Geheel terecht. En ze verkopen spullen, waaronder hun eigen zuurdesem. Meneer bestelde een potje, met (dan moet je maar geen opmerkingenformulier in je bestel procedure opnemen) het verzoek een olifantje op de doos te tekenen. Binnen een paar dagen had hij de desem binnen. En maar liefst twee olifantjes. Het zijn ook nog aardige weekendbakkers.

De Battle. FIGHT!

Het voeden: beide desem zijn ca 12 uur na de laatste voeding op hun bubbeligst. De WB desem is marginaal meer bubbelig. WB-MW 1:0

1. Het voeden: beide desem zijn ca 12 uur na de laatste voeding op hun bubbeligst. De WB desem is marginaal meer bubbelig. WB-MW 1:0

2014-09-21 09.01.27

2. Poolish: allebei fors actief maar de Weekend bakery poolish ziet er ietsjes bubbeliger uit. WB-MW 2:0

2014-09-21 15.44.32

3. Het rijzen: Het brood van met het Weekend bakery was iets meer gerezen. WB-MW 3:0.
4. Tweede rijs: niet echt indrukwekkend gerezen, maar de Weekend bakery meer dan die van meneer. WB-MW 4:0

2014-09-29 21.43.46

5. Het bakken: niet helemaal te vergelijken omdat meneer geen twee identieke vormen had. Maar beide waren wat aan de natte kant en hadden ongeveer dezelfde structuur. WB-MW 5-1

6. Het proeven: geen verschil. WB-MW 6-2

6. Het proeven: geen verschil. WB-MW 6-2

7. De beste kaaklijn: overduidelijk meneer. WB-MW 6-7.

Gewonnen!

Wat doe ik toch moeilijk

Zo kan het ook.

Soylent grauw

2014-04-13 12.45.45 2014-04-14 06.51.35 2014-04-17 06.55.12 2014-04-18 07.55.33

(Dit stuk verscheen eerder in ingekorte vorm in het leukerste culitijdschrift van Nederland: Elle Eten).

Wees nou eens eerlijk, hoeveel van de twee dozijn maaltijden die je afgelopen week naar binnen werkte waren nu echt gedenkwaardig? Fan-tas-tisch geluncht op je werk vandaag, of stond je in de kantine toch weer de matige soep van de dag af te rekenen? Met een kroket, het is feest. En die snelle pasta van gisteravond, was die echt de moeite waard? Inclusief het koken, boodschappen doen en afwassen? Had je in die tijd niet beter diep in de ogen van je partner kunnen kijken, je kinderen kunnen voorlezen, gaan hardlopen of een gedicht kunnen schrijven? Dan hebben we het nog niet over die milieubelasting van de plastic verpakking, het verbrande aardgas en boodschappenbenzine, je half januari al gebroken voornemen maar één keer op te scheppen, en het feit dat de helft van de broccolistronk aan het eind van de week verlept de prullenbak in gaat. Want je houdt eigenlijk helemaal niet van broccoli. Als je er zo over nadenkt is dat hele koken en eten eigenlijk maar een geld, tijd en energie verspillende bezigheid. Waar je nog van aankomt ook.
Enter Soylent. De voedselvervanger met de slechtst gekozen naam ooit. Vernoemd naar de dystopische (gebruik dat woord!) science fictionfilm Soylent Green uit 1973 waarin de ganse wereldbevolking leeft op het gelijknamige voedingsmiddel, gemaakt van soja en linzen maar dat feitelijk uit menselijke resten blijkt te bestaan. Spoiler, trouwens. Soylent anno 2014 bestaat gelukkig uit linzen noch mensen, maar uit een uitgebalanceerde mix van eiwitten en koolhydraten aangevuld met vetten en essentiële vitaminen en mineralen. In poedervorm. Want, zo ontdekte bedenker Rob Rhinehart (dat is dan wel weer een goede naam) het maakt onze cellen waarschijnlijk niet veel uit of ze hun voedingsstoffen van een poeder of uit een appel krijgen. Inmiddels leeft hij al meer dan een jaar op zijn shakes, zonder nadelige lichamelijke gevolgen. Sterker nog, is gezond en slank en steekt het geld en de tijd die hij wint door niet meer te koken of met een mandje voor de kassa te staan in zijn bedrijf.Een paar keer per week eet hij met vrienden of gaat hij uit eten, want zo betoogt hij ‘eten is voor mij een soort vrijetijdsbesteding, zoals naar de bioscoop gaan. Maar ik wil ook niet drie keer per dag naar de film’. De rest van de maaltijden ziet hij als ‘corveevoer’, de kantinesoep, maar dan zonder kroket. Met zijn idee wist hij via een kickstarter campagne in mum van tijd meer dan 2 miljoen dollar binnen te halen voor verdere ontwikkeling. Binnenkort is het commercieel verkrijgbaar, zij het nog niet in Nederland.

Soylent krijgt enorm veel publiciteit, waarin het woord lekker echter nooit valt. Hoe zou het zijn voor een foodie om op soylent te leven? Ik besluit het een week te gaan proberen. Soylent is namelijk vrij eenvoudig zelf te maken met producten uit de gezondheid- en fitnesswinkels. Meneer Wateetons: foodmcgyver. Mijn mix (http://diy.soylent.me/recipes/soylent-white-voor-nederland-wateetons) bestond uit 40 % koolhydraten (maltodextrine, sojameel en fijn gemalen havermout), 35 % eiwitten (whey proteine) en 25% vetten (olijfolie) aangevuld met vezels, visolie en multivitamine, calcium-, magnesium-, choline en zwavelsupplementen. Om het leven nog enigszins dragelijk te maken stond ik mij ‘s avonds een glas wijn (je moet die pillen ergens mee wegkrijgen) en 2 stukjes chocolade toe. Samen met wat koffiemelk gedurende de werkdag maakte dat circa 2000 kc.

Uit de aantekeningen.
Dag 1: Wat Ontzettend Veel poeder! Dankzij de smaak ‘chemische banaan’ van de proteïne is het nog opvallend goed te zuipen. Geen honger.
Dag 2. Saaaai. Probeer soylent pannekoeken te maken. Als Rob dat maar niet hoort. Wordt heel vies.
Dag 3. Supersaaaaai. Mijn urine ruikt alsof ik een pak pannekoekenmeel heb gegeten. Wat ergens wel klopt.
Dag 4. Vrouw eet sushi, ik drink zoete havermoutpap. Kill me. (ps. volgens mij gaan mijn tanden los zitten.)
Dag 5. Een werkweek is eigenlijk ook een week, toch?

Exit Soylent. Een fascinerend concept, met ontegenzeggelijk voordelen voor tijd, duurzaamheid, geld en gewichtsbeheersing. Maar dan toch liever een kantinekroket. Of gewoon elke dag fan-tas-tisch koken.

Ciderbericht: het persen.

2014-09-29 10.05.58 2014-09-29 10.22.41 2014-09-29 11.12.05 2014-09-29 11.17.34 2014-09-29 12.22.43 2014-09-29 11.42.00 2014-09-29 11.42.15

Wat vooraf ging.

Na de 24 uur wachten op de dood van de wilde gisten voegde meneer cidergist toe, van brouwmarkt.nl. Met wat giststarter (idem) om daarmee de vergisting zo snel mogelijk te doen starten en andere kwaadwillende gisten en bacteriën voor te blijven. De most heeft circa een week in garage van meneer staan bubbelen. Meneer roerde elke dag de most een paar keer door om te voorkomen dat er aan de oppervlakte schimmels en azijnzuurbacteriën actief zouden worden. Na ongeveer 6 dagen was de plop op. Twee dagen later, toen meneer alleen thuis was (om redenen die voldoende uit de foto’s spreken), ging hij persen. Dit is de hel. Persen is de hel. Meneer kocht ooit een fruitpers, voor weinig op marktplaats. Die werkt, maar alleen als je heel weinig prut tegelijkertijd wilt uitpersen. Het gevolg is dat je eindeloos de pers open en dicht aan het schroeven bent. Zestien liter is veel, als je slechts een paar pollepels tegelijk kunt persen. De hel, zeg maar. Al doende ontdekte meneer echter een effectievere en snellere methode met een hogere opbrengst: uitknijpen. Je verzint het niet. Meneer vulde een kaasdoek (die heeft fijn grove mazen, maar een zakdoek kan ook) met appelprut en kneep en kneedde. Net zo lang totdat alle sap eruit was en er slechts een dikke plak appelnageboorte in de doek resteerde. Dit werkt uitstekend. Het kostte hem anderhalf uur voor 16 liter, vooruit, maar na afloop had hij een bevredigende sapopbrengst en was zijn humeur nog acceptabel. Met name dat laatste is vrij uniek.

Uit ca 20 kilo appelen haalde meneer dus 16 liter most wat uiteindelijk twee flessen van 5 liter sap opleverde. Met de ineffectieve start, en het restje dat nog in de gistemmer zat (waarvoor hij geen fles meer heeft) meegerekend denkt meneer dat hij op 12 a 13 liter had kunnen uitkomen. Meneer moet alleen nog even douchen om de stralen appelprut die tijdens het knijpen uit de doek spoten van zich af te spoelen, en een doekje over de muur en broodrooster en de poorten der hel zijn weer gesloten. De cider gaat naar de garage, waar het relatief koel en donker is om verder te gisten. Meneer hoort de eerste blubjes al in de watersloten.

(Het suikergehalte weet hij niet, de werkster heeft zijn maatglas laten vallen).

 

#Trots

2014-09-20 20.24.45 2014-09-20 20.24.59 2014-09-20 20.25.00

Dochter Wateetons bouwt een val. Voor muggen, vooruit. En buiten het seizoen. Maar je moet als startende vinexjager ergens beginnen.  En ze gebruikt cidergist.

We proberen het maar weer eens: cider

appeltjes

Een terugkerend roestbruin prutfeest op wateetons.com: het ciderfestijn. Met dit keer, nogmaals, de appeltjes van de bomen van De Drie Wateetonschen. Niet bijster grote, mooie of smakelijke appeltjes. En ze rotten voor je ogen van de tak af. Maar, als je er op tijd bij bent zijn het er genoeg voor een paar flessen appelbruis. Twintig kilo was de oogst dit jaar. Een veelvoud ervan lag al weer op de grond te verschrompelen.

2014-09-19 13.09.42 2014-09-19 13.28.162014-09-19 13.48.28

Meneer waste de appels met de douche, sneed de grotere doormidden en verwijderde rotte plekken. Die twintig kilo haalde hij door een sapcentrifuge van de Lidl. Geen pretje kan ik u vertellen. Elke 10 appels moet het kreng schoon gemaakt worden. Het sap en de prut voegde hij weer bij elkaar in een gistingsemmer. In de prut zit namelijk zowel veel smaak, als veel sap. Zestien liter in totaal leverde dit op.

Hij gaat dit keer niet voor wilde vergisting, dat was vorige jaar niet zo’n succes maar maakt eerst alle bacteriën, schimmels en gisten kapotdood met 2 gram sulfiet per 10 liter. Nu 24 uur wachten. Met een rode wijn in de hand.

2014-09-19 13.48.11

Zie hier voor stap 2: het uitpersen

 

Dat wordt weer cider maken

appeltjes

Nieuw: Kop tot staart workshop

blv-logo2[1]

getfile

Er groeit een nieuwe loot aan de inmiddels knoestige workshopstam van meneer. In samenwerking met Boergondineren (die fijne locatie waar meneer ook zijn workshops worst maken en roken geeft) en Beemsterlant’s Varken organiseert meneer een Kop tot Staart workshop. In deze workshop leer je álles over het varken: zijn leven, zijn sterven, zijn smakelijke onderdelen en natuurlijk de bereiding daarvan. Een hele zaterdag lang!

Rond het middaguur (12:00) verzamelen we bij de boerderij van Beemsterlant’s Varken, waar we na de koffie gedurende een uur een rondleiding krijgen ‘van Zaadje tot Karbonaadje’. Een half varken nemen we mee. Daarmee vertrekken we naar de boerderij van Boergondineren, aan de rand van Amsterdam waar een lunch op ons staat te wachten. Na de lunch zal chefslager en meester worstmaker Arend ten Wolde demonstreren hoe je een varken uitbeent. Leer waar de speklappen vandaan komen, en waar de varkenshaas en kinnebak nou precies gelokaliseerd zijn. Uiteraard gaan we deze delen vervolgens verwerken tot worst, meneer Wateetons’ specialiteit. Maar we maken ook paté, bacon, BBQ’d ribs en nog veel meer. Draaien, roken, koken en smoken! Tenslotte eten we dit heerlijks op, en wat er over blijft (en dat is heel veel) krijg je mee naar huis. Voor de drank en bijgerechten wordt gezorgd door Boergondineren. Zij die daar wel eens een workshop gevolgd hebben weten dat Sacha ervoor zorgt dat het ons aan niets ontbreekt.

Een hele dag smakelijk  en leerzaam varkensvertier! Leer dit prachtige dier écht kennen.

De data voor 2014

zaterdag 25 oktober

zaterdag 13 december

De kosten

€125 euro per persoon

Opgeven

Geef niet op! Meld je aan via meneer at wateetons.com

 

Een vraag, een antwoord

Hallo Meneer,

Ik loop al een tijdje met een vraag en ik kan het antwoord maar niet vinden. Ook met de informatie uit uw boek kom ik er niet helemaal uit. Vandaar een mailtje in de hoop dat u het me uit kunt leggen.
Vooraf: ik ben een fervent bbq-er en beginnend roker. Voor het roken heb ik een UDS, dus een groot olievat waar ik warm in rook. Zeg je bbq, dan zeg je bacon en toen ik er op het forum van het bbq genootschap achter kwam dat je dat zelf kunt maken, moest dat natuurlijk gebeuren. Dus, het “standaard” recept aangehouden (zie hier een draadje)  en voila, heerlijke bacon, niets mis mee. Maar daarna wil je meer, iets anders, iets nog lekkerders. En dus wilde ik maple cured bacon maken [uit het boek Charcuterie van Ruhlman & Polcyn, MW] .
Maar dan komt er een hele discussie op gang over nitrietpercentages en wordt er dood en verderf gezaaid vanwege botulisme. In dit draadje kun je lezen hoe dat gaat… Kortgezegd komt het er op neer dat men beweert dat je maple cured bacon alleen kunt maken met pink salt met een nitrietgehalte van 6%. Als je colorozo zout zou gebruiken, zou je veel meer zout nodig hebben en de bacon uiteindelijk dus te zout worden.
Omdat de beheerders van het forum het zelf ook niet precies weten twijfel ik. Volgens mij kan ik het zout en nitrietzout in het recept gewoon vervangen door colorozo zout. Misschien iets meer zout gebruiken, maar niet zodat het geheel te zout gaat worden. Om de bacon een maple sirup smaak te geven zou ik ook het standaard recept kunnen gebruiken en dan een scheut siroop toevoegen, zonder dat ik me zorgen hoef te maken over het nitrietgehalte.
Ik kan nergens een duidelijk antwoord vinden en om zo maar te gaan experimenteren lijkt me nu ook niet zo verstandig… Zou u me kunnen en willen adviseren?
Alvast bedankt voor uw tijd en moeite.
Groeten Frank
Frank,
Dank voor je vraag. Interessante materie en ik kan me de verwarring voorstellen. Temeer daar Ruhlman & Polcyn ook niet altijd vreselijk duidelijk zijn. Fijn en inspirerend boek, dat wel.Zout en nitriet voeg je toe ter conservering. Om je vlees voldoende veilig te maken (en nog steeds eetbaar te houden) moet je uitkomen op een (eind)zoutgehalte van ongeveer 3%. Je kunt dat doen door nat pekelen of droog zouten. Ik heb hier vrij uitgebreid over geschreven in Over Rook, in het hoofdstuk over zouten. Het voert te ver om hier dat te herhalen. Je hebt een nitrietgehalte van 0,15 gram per kilo nodig om Clostridium Botulinum vermenigvuldiging tegen te gaan. Bij gebruik van nitrietpekelzout/colorozozout in plaats van keukenzout kom je, uitgaande van die 3%, uit op de voor veiligheid voldoende hoeveelheid nitriet per kilo, namelijk 0,18 gram. Bij het recept van Ruhlman & Polcyn voor maple cured bacon kom je uit op ((6% van 12 gram)/2,25) = 0,32 gram nitriet per kilo. Dat is aan de hoge kant, maar er gaat me hun zoutmethode ook wel wat zout verloren (zie het plaatje op blz 84, alwaar je ziet dat ze het er vrij grof overheen gooien, en ook wel eens ernaast). Het vlees verliest ook vocht tijdens het zouten waarbij er ook wat zout en daarmee nitriet verloren gaat. Ze droogzouten met ca 30 gram per kilo. Als je droogzout met 30 gram nitrietpekelzout in plaats van hun kosher salt/pink salt mengsel kom je nog altijd aan een veilig nitrietgehalte (0,18 g/kg). Zeker als je dat doet in een vacuumzak. Je kunt in dit recept volgens mij dus zonder noemenswaardig gevaar voor botulisme het zout vervangen door nitrietpekelzout.

Nog wat extra relativering. Ten eerste, over een overdosis nitriet hoef je je niet zo veel zorgen maken. Ter illustratie: Paul van Trigt geeft in zijn boek Charcuterie 2 (blind kopen als je het geld ervoor hebt) het recept voor ontbijtspek: 45 gram nitrietpekelzout per kilo (=0,27 gram nitriet per kilo). Daar gaat bij het naspoelen van de bacon iets van verloren maar het blijft een forse dosis boven wat nodig is. En dat eet iedereen in Nederland gewoon onder zijn gebakken eitje. Ten tweede: als je botulinevergiftiging krijgt heb je een fors probleem. De kans dat het je overkomt is echter verschrikkelijk klein. Per jaar sterven er in de VS minder dan twee handen mensen aan botulisme, 20x minder dan bijvoorbeeld aan bijensteken en verwaarloosbaar tov voedselvergiftiging door andere bacteriën. Ten derde: Clostridium Botulinum vermenigvuldigt zich in de temperatuurrange van 3-45 graden, met een optimum van 35 graden. Als je koelkast een beetje goed staat is de bacterievermenigvuldiging tijdens het droogzouten dus gering. Ten vierde: de bacon in dit recept wordt uiteindelijk gegaard en niet langdurig gerijpt of koud gerookt (omstandigheden waarin clostridium botulinum zich veel liever vermenigvuldigt).  Al met al durf ik de stelling aan dat je dit recept zelfs zonder noemenswaardig risico zonder nitriet zou kunnen maken (maar ik zal het zelf altijd met nitriet maken).

Disclaimer: ik ben maar een gewoon schrijvertje, en niet opgeleid als voedseltechnoloog of slager.

Enfin, een heel verhaal. Hopelijk maakt het wat duidelijk. Zoals gezegd, in Over Rook ga ik wat dieper in op pekelen en droogzouten.

Groet!

Meneer Wateetons

Sambal bij?

Dit stuk verscheen eerder in ingekorte vorm in het leukste culiblad van Nederland: Elle Eten.

De ‘sambalbij?’ van de lokale chin-ind uitbater danken wij vreemd genoeg aan de Portugezen. Die introduceerden, nadat ze hem in Zuid- en Midden-Amerika ontdekt hadden, in de 16e eeuw de rode peper in hun overzeese koloniën. Voor die tijd kreeg je gewoon een plastic zakje met peperkorrels bij je nasi rames. Toen die koloniën, het huidige Indonesië, een kleine eeuw later van ons werden kwam de sambal ook terecht in onze keukenkastjes. En daar is hij gebleven. Als je nu een willekeurige supermarkt binnen stapt tref je zeker een stuk of vijf soorten. De bekendste is natuurlijk de Sambal Oelek. De toevoeging verwijst naar de stamper van de vijzel waarmee sambal gemaakt wordt. Die heet trouwens eigenlijk ulek, maar alle namen op de potjes in de supermarkt zijn polderweergaven van de Indonesische versies. Een beetje liefhebber van het hete leven heeft daarnaast minimaal ook Sambal Badjak en Sambal Brandal op de plank staan. Maar er zijn er meer. In de schappen van de Xenos vond ik er al negen, die wat mij betreft overigens allemaal samengevat kunnen worden onder de naam Sambal Suiker en Indonesië kent naar het schijnt zelfs meer dan driehonderd soorten sambal. En dan te bedenken dat hete sausjes op basis van rode peper natuurlijk niet exclusief zijn voor de Indonesische keuken. In Thailand kennen ze nam prik, en ook die hebben een trassi en sojasausvariant. Korea, Maleisië, Sri lanka, allemaal kennen ze hun eigen varianten van de hete smaakmaker. En wij hebben natuurlijk de fireballs.

Het ingrediënt dat aan pepers, en dus aan sambal, zijn brandende sensatie geeft is capsaïcine. Die stof stimuleert de warmtereceptoren in onze mond en dat geeft het ‘hete’ gevoel. De sterkte wordt ingedeeld op de Scovilleschaal. Een rode paprika heeft 0 scovillewaarden, een Spaanse peper varieert van 1000 tot 10.000,  de Madame Jeannette meet, net als de rawit (die kleine hete broertjes van de rode peper), ongeveer  150.000-350.000 en een dot peperspray over de babi pangang kost je een paar miljoenen scovilletjes. En je relatie. Binnen de pepersoorten zijn er ook grote verschillen. Ze kunnen er identiek uitzien en toch verschillen in scherpte, dat zie je al aan de grote range van scovillewaarden per soort. Zo geef ik de Spaanse pepers van de Lidl gewoon aan dochter Wateetons mee als pauzehapje voor op school terwijl ik dat met die van de Turkse buurtsuper (of met pepperspray for that matter) niet zou durven. Zelfs niet als grapje.

Sambal maken kan uitstekend thuis. Elke supermarkt heeft wel rode pepers liggen en met een toko of Turkse buurtsuper erbij zijn ook de Madame Jeannette en rawits binnen handbereik. Verder hoef je niet meer te doen dan je kruidenkastje te legen. Denk aan ui, knoflook, suiker, azijn, citroensap, trassi, kemirinoten, laos, gember, tamarinde, ketjap, koenjit, djeroek peroet-blaadjes, citroen- of sinaasappelschil, sereh en kokos.  Een snelle, niet noodzakelijkerwijs helemaal kloppende, rekensom leert dat je alleen met deze ingrediënten al 5 x1019 verschillende soorten sambal kunt maken. Dat is een 5 met 19 nullen. Zo beschouwd zijn die driehonderd soorten (een drie met twee nullen) uit Indonesië eigenlijk een beetje sneu. Aan de slag. Neem bijvoorbeeld een stuk of 7 rode pepers, 4 rawits, een uitje, twee tenen knoflook, 35 gram gember, 15 gram suiker, 20 gram tamarinde, 25 ml olie, een klein scheutje citroensap en een flinke snuif zout. Ik noem het Sambal Bapak. De vijzel (en een ulek natuurlijk) is een fijn authentieke manier om die ingrediënten klein te krijgen, maar een staafmixer met hakselaar of keukenmachine weet er ook wel raad mee. Je kunt de sambal zo eten, maar hij is nog vrij nat en bovendien bloedverziekend heet. Door de verse sambal in een droge pan (hij bevat al olie) zachtjes te bakken verdampt het vocht, en neemt de hitte ook aanzienlijk af. Zo kun je eindeloos (of in ieder geval 5×1019-1 keer)  variëren. Een badjak maak je bijvoorbeeld met Spaanse peper, ui, knoflook, laos, trassi, tamarinde, suiker en ketjap. Wil je een minder hete sambal, gebruik dan geen rawits, of verwijder een deel van de zaden en witte zaadlijsters die grotendeels verantwoordelijk zijn voor de sizzling scovilletjes. Vergeet je niet tijdens de bereiding wrijven in neus en ogen te vermijden? Oh, en was je handen voor je naar het toilet gaat. Anders lig je, net als ik, een half uur te kreunen op de bank.

 

Wateetons workshops
dots
dots
Watwinkeltons – boeken en t-shirts

dots
Meneer’s zomerproject – de pizzaoven

Volg hem hier. De kneus.
dots
Watatons
Categorieën
dots
dots
dots
Niks te zien hier, voor je kijken doorlopen
dots