Ai, ai, ei
De zorg voor negen embryos is een aaneenschakeling van paniekmomenten. Temperatuur te hoog, autorit te lang, isolatie te slecht, leeglopende dooier. En gisteravond kwam daarbij: weerstation vergeten in buitenhuisje Wateetons. Nu meet de UT-200 ook de temperatuur, en die kwam steeds vrij aardig overeen met die van het weerstation, dus dat komt goed. Maar die luchtvochtigheid, toch al het lamme pootje van meneers levende have hobby. Gelukkig heeft meneer een datalogger. Ooit aangeschaft om te kunnen achterhalen wat er voor stiekeme dingen in zijn rijpingskast gebeuren als hij niet kijkt. Verdomd handig apparaatje. Elke minuut een meting van zowel temperatuur als luchtvochtigheid. In de computer prikken en uitlezen maar. Dit (prijs)technisch wonder lag tussen de eieren. Te loggen. Meneer las hem uit. Paniekmomentje. De luchtvochtigheid was al 18 uur boven de 70%! Verdrinkende kuikens! En dan bleek ook de temperatuur eigenlijk wat minder netjes dan de UT-200 deed voorkomen. Meneer verving in ieder geval maar snel de grote bak water voor een kleine. Waarna, inderdaad, de luchtvochtigheid snel weer naar het gewenste niveau daalde. Je kunt trouwens leuk in de grafiek zien wanneer dochter Wateetons de doos open maakt om de eieren te draaien. Bovendien blijkt dus dat de vereiste 70% die nodig is in de laatste fase van het broeden, makkelijk met huis-tuin-en-keukenmiddelen te verwezenlijken is. Een schrale troost aangezien alle embryos tegen die tijd a) bevroren b) gekookt c) verdronken zijn.
Project ei
“Maar zou u niet eerst uw lopende project afmaken, voor u aan een nieuwe begint?”
U kent duidelijk meneer nog niet zo goed. En bovendien, zo verzekert hij zichzelf, doet meneers nieuwe projectje het meeste werk gewoon zelf. Een natuurdingetje. Dat hoor je over een pizzaoven nou nooit.
Van @biotarier kreeg meneer op het schoolplein 9 kippeneieren. (Tien waarvan één met een gaatje, feitelijk.) Bevruchte kippeneieren. Zo onder de Faverolles, Marans, Chaamse Hoen, en Auraucana vandaan getrokken. En succes ermee. Terwijl dochter wateetons thuisgekomen de eieren liefkozend aaide wende meneer zich tot zijn vriend en kippenspecialist ‘de Google’. Vijf minuten later wist hij alles wat er te weten valt over het uitbroeden van eieren:
- ca 19 dagen bij ca 55% relatieve luchtvochtigheid en 37.7-37.9 graden celcius
- elke dag twee keer draaien
- daarna de luchtvochtigheid verhogen tot 69-71% en de eieren niet meer draaien
- na ca 21 dagen: kuikentjes!
Een kind kan de was doen. Alleen die temperatuur en vochtigheid waren even een dingetje. Meneer mag blij zijn dat mevrouw hem tien kippen laat houden in zijn flatje, dus over het afstaan van het echtelijk bed begon hij maar niet. Creatief met knutselen dan maar.
De materialen:
- een kartonnen doos van ca 35x23x25 waar ooit 16 exemplaren ‘Over Worst’ in zaten
- een peertje van 60 watt
- een bakje water
- een UT 200 schakelthermostaat, bekend van ‘Over Worst’ en uw eigen rijpingskast
- een USB luchtvochtigheid en temperatuur datalogger
- een weerstation met draadloze meter
- een computerventilatortje op een adapter met regelbaar voltage
Na voortschrijdend inzicht ook:
- een dimmer
- een plaat piepschuim van 150 x 60 x 5 cm
twee bakjes water drie bakjes watereen brede platte bak met water- een verfrollerdinges
Dochter Wateetons zette een stipje op elk ei, ten bate van het netjes draaien van de eieren. Best slim, vonden we zelf. De UT-200 (koop dat ding!) verbonden we met het peertje, en stelden hem in op de juiste temperatuurrange. Lamp gaat aan om te verwarmen, lamp gaat uit als het te warm wordt. Easy. Een ventilatortje zorgde ervoor dat de warmte netjes door de doos werd verspreid. We willen geen gekookte eieren vooraan, terwijl de achterste in de vrieskou liggen. De eieren kwamen te liggen op wat houtvezel. Anders vond dochter Wateetons het zielig. Met het weerstation hielden we temperatuur en luchtvochtigheid in de gaten.
Probleem 1: de temperatuur schoot te ver door, zowel ten positieve als ten negatieve. Bovendien knipperde de lamp daardoor bijna constant. Als je daar geen gehandicapte kuikentjes van krijgt. Oplossing: een dimmer. Dat werkte redelijk. Maar nog altijd fladderde de temperatuur te veel. Oplossing 2: het inpakken van de doos in piepschuim. Dat werkte uitstekend, zeker in combinatie met de dimmer. De temperatuur bleef keurig stabiel tussen de 37.6 en 38.0. Een zorg minder. Desondanks sliep meneer, met een flikkerende doos naast zich, die nacht onrustig.
Probleem 2: de luchtvochtigheid. Die bleef te laag, rond de 37%. Meer bakjes water hielpen maar gedeeltelijk. Boven de 41% kreeg meneer het niet. Oplossing 1: het vervangen van de houtvezel door zo’n plastic verfrollerdinges van 62 cent van de Action. Dat werkte niet. De luchtvochtigheid bleef hetzelfde. Toch ging meneer maar niet terug naar de houtvezel. Dat mocht gelukkig van dochter W. Oplossing 2: het inpakken van de doos in piepschuim. Meneer pakt voortaan bij elk probleem eerst alles in met piepschuim. Dat zorgde vermoedelijk voor een beter isolatie van zowel temperatuur als van vocht. Mooi spul. Dat werkte aardig, zeker in combinatie met oplossing 3: de snelheid van de ventilator verlagen. Uiteindelijk bleef de vochtigheid mooi rond de 54-55% zweven.
Probleem 3: Meneer en dochter Wateetons gaan elk weekend naar het buitenhuisje. Dat is een uur rijden, het inladen en uitladen van de auto niet meegerekend. Thuis blijven kunnen de eieren niet, want ze moeten worden gedraaid. Een dagelijkse taak van dochter Wateetons. Er zit niets anders op dan ze in elke keer in de auto te laden en met de verwarming op maximaal, de ramen dicht en de plank op het gas naar het oosten te rijden.
Low en slow weekend
Afgelopen weekend bezocht meneer met Watpleegtons de Tony Stone Low and Slow barbecuecompetition. Tipje van Martijn Schimmel van Vuur en Rook. Nu heeft meneer een fijne Cobb, maar barbecuen kan hij voor geen meter. Voor de aanschaf van dit apparaat, dat hij vooral kocht omdat het er zo kek uitzag, wist meneer niet eens het verschil tussen barbecueën en grillen. Zijn Lidlsateetjes gaarde hij meestal óf op een wegwerpbarbecuetjes van diezelfde Duitse Liefde van zijn Leven óf op de elektrische barbecue (zonder deksel) van schoonouders Wateetons. Stokbrood, huzarensalade en veel shaslicksaus erbij. U krijgt een beeld.
Negenendertig vergooide jaren.
Want, damn, dat barbecueën is leuk. En wat zijn die rigs groot! En wat ziet zo’n varkentje aan het spit er smakelijk uit! Meneer raakte geïnspireerd. De rest van het weekend stond er alleen maar low and slow voedsel op het menu. Vooruit, a) geen compleet varkentje en b) ook zonder gebruik van de barbecue. Daar maakt hij namelijk geen vrienden mee bij a) dochter en mevrouw Wateetons en b) de boven en onderburen van zijn flatje in Amsterdam-Noord. Maar toch. Het zondagochtendontbijt van meneer en Watpleegtons bestond uit vier uur op ca 100 graden gegaarde ribs, met een Slap yo Daddy rub (verzoekje van pleegzoon), bestreken met Dr Pepperbarbecuesauce en een vervolgens half uurtje afgerookt op pruimenhout. Het diner was ongeveer hetzelfde, maar nu zeven uur lang gegaard, bestreken met een basis barbecuesauce en gerookt op een nogal heftige melange van beuk, turf en kruidnagel van SmookBBQ. Verrukkelijk. Meneer ziet zich deze zomer nog wel een barbecuesmoker kopen. En héél vaak naar de sportschool gaan, want het publiek op Tony Stone deed hem vermoeden dat zijn gewicht met deze nieuwe hobby wel eens heel fast heel high zou kunnen worden.
Zagen zagen, wiedewiededinges
Pizzaovennieuws, natuurlijk.
Pizzapenarie!
Er is weer pizzaovennieuws. Lees en huiver.
Schouder aan schouder
- Een stuk varkensschouder, een maand drooggezouten in de koelkast met 30 g nitrietzout per kilo
- Na vier uur in de rookkast, op beuk en dennennaalden. Temperatuur ca 30 graden.
- Goed ingesnoerd om (lucht)gaten weg te krijgen. Dat zijn potentiële bederfhotspots.
- Gesmolten varkensvet
- Ingesmeerd met het varkensvet
- Een oud t-shirt van mevrouw, maatje 36.
- Vlees en t-shirt
- Mummieworst – en nu een paar maanden in de rijpingskast bij 12-15 graden en 75% relatieve vochtigheid.
Kefir
[dit artikel verscheen eerder in het leukste culiblad van Nederland, Elle Eten]
‘Het werkt zacht van binnenuit. Herstelt en tempert, vitaliseert en stimuleert. Het versterkt de levenskracht. En vanuit dat goede gevoel in je lichaam kun je jezelf helpen.’ Welkom in de wereld van Kefir. DIY-yoghurt, overgewaaid van de herders van Noordelijke Kaukasus naar de hennamoeders op het plein van de Vrije School. Met een keur aan vage gezondheidsclaims die we kennen uit de linksdraaiende biogarde en LGG industrie. Je zou er trek van krijgen. Gelukkig maar, want eten doen we vooral omdat het lekker is. En, in geval van Kefir, omdat er alcohol inzit. Én bubbels. Prikyoghurt met alcohol, wat een uitvinding. Nu moet je er qua intoxicatiepotentie ook weer niet al te veel van voorstellen. Het alcoholpercentage ligt tussen de 0,1 en 2%, en dat laatste alleen in uitzonderlijke gevallen. De Shandy onder de probiotica, zeg maar.
Kefir wordt gemaakt met behulp van kefirkorrels, die ook wel kefirknollen of, onterecht, yoghurtbloempjes of -plantjes worden genoemd. Ze bestaan uit eiwitten, vetten en suikers en bevatten meer dan tien verschillende gisten en bacteriën. Sponzige witte bolletjes zijn het, die wat aan bloemkoolroosjes doen denken. Wanneer je er een paar toevoegt aan een liter melk en deze op het aanrecht laat staan heb je na een dag of twee een frisse, licht bruisende en mild alcoholische yoghurt. Het resultaat kun je zo opdrinken (en vanuit dat goede gevoel jezelf helpen) of het verder verwerken. Laat het bijvoorbeeld uitlekken tot kefirkwark, gebruik het als stremsel in kefirkaasbereiding of draai er margaritakefirijs van. De korrels kun je eindeloos hergebruiken, sterker nog: ze groeien. Plantjes met potentie dus. Maar, laat ik eerlijk zijn. Ik vind melkkefir eigenlijk helemaal niet lekker. Die wat kazige bijsmaak, bluh, ik kan er niks aan doen. Of misschien is het de levenskracht, daar kan ik ook nooit zo goed tegen.
Gelukkig blijk je nog andere leuke dingen te kunnen doen met kefirkorrels. Zoals waterkefir maken, dat recentelijk onder de veel smakelijker naam ‘kefirchampagne’ plafonddruipende triomf maakte in huize wateetons. De methode bleek even simpel als bij melkkefir. Ik vulde een champagnefles (een PET- of beugelfles kan ook) met water, 10% suiker en een halve uitgeknepen citroen, aangevuld met wat sinaasappel- en citroenschil. Met een paar korrels kefirkorrels zette ik deze, goed afgesloten, op het aanrecht. Vier dagen later schoot bij het ontkurken de dop met een enorme knal van de fles waarna een fontein van een halve meter het plafond (ik ben vrij klein behuisd) en mijn aanrecht blank zette. Gelukt! Althans, die 300 ml die nog in de fles zat. Superfris en heerlijk tintelend. En, vooruit, misschien iets te lang gegist. De icetea-kefir-champagne (afgekoelde sterke thee, 10% suiker, halve citroen) ontsloot zich na een dagje korter rijpen met een beschaafder en plafondsparend plopje, en bleek qua smaak en bubbeling zo mogelijk nog vitaliserender. Dat was nog maar het begin. Vers fruit, gedroogd fruit, vruchtensappen, kruiden, specerijen, gember, dinges, you name it. Een eindeloze variatie aan razendsnelle zelfgemaakte grote-mensen-frisdranken tintelden die weken in mijn glas. Nametend bleken de champagnes ongeveer een half procent alcohol te bevatten. Net genoeg om de associatie met Jip & Janneke priklimonade te voorkomen, maar te weinig om zelfs na een fles of twee je rijgedrag te beïnvloeden. Meestal wordt geadviseerd de soorten niet door elkaar te gebruiken. Maar de kefirbolletjes bleken na hun champagneavontuur nog steeds prima in staat om melk te fermenteren, hoewel de poepbruine kleur die ze hadden opgedaan in de theechampagne mijn toch al tanende liefde voor melkkefir niet bepaald aanwakkerde. De bolletjes kun je gewoon invriezen of drogen voor later gebruik. Ook eens proberen? Google op ‘kefir kopen’ of spreek een vitaal ogende hennamoeder aan op het schoolplein. Vanuit dat goede gevoel in haar lichaam zal ze je beslist helpen.
Eindeloze entstroom?
Het is natuurlijk een beetje vreemd om met yoghurt uit de supermarkt (of biologische winkel, wat u wilt) nog meer yoghurt te gaan maken.
Een terechte opmerking bij het stuk over yoghurt maken, zij het dat de schrijver na al die jaren blijkbaar the true spirit of Wateetons nog niet door heeft. Meneer is niet boos, maar wel verdrietig. En geïntrigeerd, door de rest van het commentaar:
Is de kwaliteit van de kweek zo goed dat je éénmalig kunt enten met supermarkt yoghurt en daarna, vanuit je eigen yoghurt oneindige hoeveelheden nieuwe melk kunt enten?
(Een beetje het zuurdesemidee zeg maar)
Dat moest hij uitproberen.
Hij nam een halve liter volle melk uit de supermarkt en voegde daar een ruime eetlepel volle boerenlandyoghurt aan toe. Hups, zes uur in de oven op 40 graden. Van deze yoghurt, laten we hem voor het gemak batch 1 noemen, nam meneer een ruime eetlepel en voegde die toe aan een halve liter volle melk uit de supermarkt. Hups, zes uur in de oven op 40 graden. Van deze yoghurt, laten we hem voor het gemak batch 2 noemen, nam meneer een ruime eetlepel en voegde die toe aan een halve liter volle melk uit de supermarkt. Na zes uur in de oven op 40 graden ontstond zo batch 3. Voor het gemak. Toen had meneer melk noch zin meer. Maar gelukkig wel een forse stroomrekening.
Op het aanrecht stonden drie batches yoghurt. Vader, zoon en kleinzoon, zo u wilt. Yoghurt was het, in alle drie de gevallen. Zuur en fris en alleszins eetbaar. Maar wel verschillende yoghurtsen. Dat zat hem vooral in de consistentie. Waar batch 1 lekker dik en lobbig was, trés yoghurt, was batch 3 dun en vloeibaar. Niet onsmakelijk, maar meer een zure yokidrink dan echte yoghurt. Batch 2 zat daar netjes tussenin. Kortom, de kwaliteit van de kweek is dus niet dusdanig dat je oneindige hoeveelheden nieuwe melk kunt enten. Dus wacht nog even met die oorlog aub.
Tip: limoncello-maken.nl
Makkelijk, en lekker: zelf limoncello maken. Met name het blind slaan van de vloeistof is een bevredigend moment, en dan heb je de eerste slok nog niet eens gehad. Meneer heeft er hier ter plaatse als eens over geschreven. Alleen, die alcohol. Meneer maakt die gewoon zelf, maar misschien dat u meer waarde hecht aan uw gezichtsvermogen dan hij. En bent u bovendien vergeten een litertje mee uit Italië te nemen. Gelukkig is er nu limoncello-maken.nl van De Likeurmeester (die meneer nog kent als grafisch designer van De Wildplukwijzer en all-round toffe gozer). Een webshop met alles wat je nodig hebt om zelf limoncello te maken. En met citroenen, recepten en aanzienlijk goedkopere alcohol dan bij bijvoorbeeld brouwmarkt.nl.
Een standje met een Bulgaarse
(Dit stuk verscheen eerder in gekuisdte (bedankt Elly) vorm in het leukste culiblad van Nederland: Elle Eten.)
Een warme nacht met een Griekse of Bulgaarse. Beetje roeren, of een standje, en de volgende ochtend een halve liter zure witte klodders. Yoghurt maken, ’t is net het leven. Of dat van mij in ieder geval. But seriously, wat is dat eigenlijk, yoghurt, waarom heeft het zo’n rare naam en waarom is er zo véél van? Een bezoekje aan het supermarktkoelvak levert een tas vol yogovario op: naast de bekende volle en magere bestaat er stand, roer, biogarde, bifidus, Turks, Bulgaars, Grieks of Geits, rechtsdraaiend, linksdragend en iets met LGG. En dan heb je nog de een eindeloze reeks kindervarianten met een smaakje die ik maar buiten beschouwing laat.
Ondanks de oerhollandse associatie die we hebben bij yoghurt met bruine suiker en de vlaflip ligt de oorsprong van yoghurt ergens in het midden-oosten. Het woord komt in ieder geval uit het Turks waar iets met ‘dik’ en ‘kneden’ te maken heeft. De bereiding komt, ongeacht de soort, steeds een beetje op hetzelfde neer. Je neemt warme melk, voegt er melkzuurbacteriën aan toe, even wachten: hop, yoghurt. Een Turk kan de was doen. Het verschil tussen roer en standyoghurt zit hem in het ‘even wachten’. En de ‘hop’, ook wel. Standyoghurt is het snelst klaar. Dé ontbijtkeuze voor onze jachtige tijd. Dit type wordt gemaakt door de melk te enten met melkzuurbacteriën en deze dan een uur of 2-6 te laten rijpen op 40-45 graden. Het resultaat is een stijve, brokkelige en kwetsbare yoghurt. Je schept het, in plaats van het te gieten. Het wordt dan ook industrieel gerijpt in de beker waarin jij het uiteindelijk aanschaft in de supermarkt. Roeryoghurt is de yoghurt zoals we die gewend zijn van vroeger. Die met de bruine suiker zeg maar. Je schenkt hem, vaak uit een pak. Meestal staat er helemaal geen ‘roer’ op, maar gewoon magere of volle yoghurt. Ook hier gaan er weer melkzuurbacteriën bij de warme melk, maar deze mag langer en op een lagere temperatuur rijpen, zo’n 14-18 uur bij 30 graden. Even doorroeren (ha!) en je hebt de bekende dikvloeibare, enigszins slijmerige yoghurt. Minder kwetsbaar, makkelijker in grote hoeveelheden te maken en dus aantrekkelijker voor de industrie. Vaak wordt er aan beide typen in de bereiding nog een beetje melkpoeder toegevoegd voor wat extra body. Nu weet je eigenlijk alles, want Turkse, Bulgaarse of Griekse yoghurt is niet meer dan vette stand yoghurt waaruit extra vocht verwijderd is en biogarde, bifidus, LGG en rechtsdraaiende yoghurt zijn de aanstellerige varianten met bacteriën met betwistbare gezondheidseffecten. Het mooie is, zowel roer als standyoghurt maak je eenvoudig thuis. Die benodigde melkzuurbacteriën hebben weliswaar moeilijke namen, maar je hebt ze gewoon op voorraad: elk pak yoghurt zit er vol mee. Verder heb je alleen nog melk, een oven en een kookthermometer nodig.
Kook eerst de melk gedurende tien minuten op 90 graden. Dat zorgt voor een extra stevige yoghurt straks. Laat het afkoelen tot de gewenste temperatuur (rond de 30 graden voor roer- en 45 graden voor standyoghurt) en voeg een scheutje yoghurt toe. Welke, dat maakt niet zo veel uit. Je kunt roeryoghurt maken van standyoghurt en andersom. Lekker gek. Wel merkte ik verschil in smaak tussen de verschillende entscheutjes. Zo is na een week lang experimenteren volle (koe)melk aangezuurd met een scheutje geitenyoghurt mijn absolute favoriet geworden. Stel de oven in op de juiste temperatuur en laat de aangezuurde melk al naar gelang je standjeswens daarin een avondje of een anderhalf etmaal rijpen. Even afkoelen en klaar. Als het goed plant is je yoghurt precies op tijd gereed voor het ontbijtje met die hete Griekse of Bulgaarse.

























